Alleen Obama kan zelfspot aan

Washington kiest elk jaar zijn ‘grappigste celebrity’, en dat is op zichzelf al een grap. Wie hier rondloopt, ziet overal ernstige mensen. „We zijn niet grappig en we zijn niet beroemd”, zegt journalist Jamie Weinstein van de website Daily Caller op het jaarlijkse gala.

Ik ging naar de ‘Funniest Celebrity in DC’-verkiezing toe, met een goede reden. Voor de wedstrijd hadden zich, zoals elk jaar, vooral politici opgegeven. Ik had net het nieuwe boek Citizens of the Green Room van New York Times-journalist Mark Leibovich gelezen. Als je over politici en andere publieke figuren schrijft, moet je zoeken naar de schaarse momenten dat de maskers afgaan. Stand-up comedy is zo’n moment, omdat de komiek kwetsbaar is. Je kunt elke dag scoren met speeches in het Capitool, maar wat doe je als niemand in een klein zaaltje om je grappen lacht? Vorig jaar werden de grappen van Dan Nainan, een professionele komiek, niet gewaardeerd. Hij stapte het podium af, las nare tweets en hoekte een twitterende bezoeker neer.

De favoriet van dit jaar is de Republikein Grover Norquist. Hij is het brein achter de anti-belastingkoers die de partij vaart. Iedere Republikein die in het Congres gekozen wordt, moet bij Norquist beloven nooit voor hogere belastingen te stemmen. In Washington boezemt Grover Norquist angst in. Maar op het podium van een matig gevuld zaaltje blijft weinig van dat beeld over. Hij vertelt anekdotes over de oppas, een Nigeriaan die geld beloofde, en maakt een seksueel getinte grap over weggooimeubels in de slaapkamer („de One Night Stand”).

Geen afkeurend ge-tsss

Ik moet Norquist nageven: hij leest niet op van papier, zoals de meeste komieken-voor-een-avond. Hij krijgt evenmin afkeurend ge-tsss te horen. Het is misschien nog erger: niemand reageert. Norquist zet na zijn optreden een grijnslach op, schudt handen en doet alsof het een gewone werkdag is. Zijn vrouw zegt geen woord tegen hem. Sommige komieken scheren met grappen over ras dicht tegen de randjes aan. Opmerkelijk, want in DC heb je het daar niet over. De conservatief Heather Higgins zegt dat het bezoek van de zwarte dominee Al Sharpton aan Barack Obama niet gepland was. „Ze hadden de deur weer niet goed afgesloten.”

Matthew Cooper, journalist van Newsweek, wordt zelfs uitgejouwd als hij een grap maakt over de rellen in Ferguson. („Om de spanning te verminderen, heeft de politie [het zwarte feest] Kwanza verboden”). Cooper kijkt verbaasd op bij het boegeroep en zegt: „De grap ging over de politie, niet over Kwanza.” Hij loopt snel het podium af, ziet dat zijn stoel inmiddels bezet is, en gaat wat beschaamd in een hoek zitten.

De winnaar is de 70-jarige Dan Glickman, minister van Landbouw onder Bill Clinton. Zijn grappen zijn niet leuk, maar niemand is gekwetst, en hij kan eervol het podium af. Om een grap over oud-presidentskandidaat Bob Dole en een taart in zijn gezicht wordt zelfs even gegrinnikt.

The Washington Post noemde het gala een dag later „een verschrompeld monument voor de ego’s van Nauwelijks Belangrijke Mannen”. Terwijl de avond voortkruipt, vraag ik me af wat deze door imago geobsedeerde mensen beweegt. Zelfspot is schaars in Washington. Alleen Obama kan zich dat veroorloven, tijdens zijn jaarlijkse speech voor de Witte Huis-pers. Ik denk dat de avond zo pijnlijk is, omdat de deelnemers zichzelf écht geestig vinden. Comedy is hier ook ernst.