OM wil infiltranten inzetten bij onderzoek jihadisten

Het inzetten van infiltranten was sinds de IRT-affaire verboden en is sinds vorig jaar onder strikte voorwaarden toegestaan. Foto: ANP / Roos Koole

Het Openbaar Ministerie wil infiltranten inzetten in de strijd tegen jihadisten. Dat zeggen drie officieren van justitie in een interview in het OM-blad Opportuun.
Officier Ferry van Veghel, die landelijk de aanpak van vermeende jihadisten coördineert, zegt in het blad:

“Klassieke opsporingsmethodes schieten soms tekort en daarom schrikken we er soms niet voor terug zwaardere bevoegdheden als informanten en infiltranten in te zetten. De aard van de strafbare feiten vergt dat je - uiteraard binnen de grenzen van de rechtstaat - vér gaat.”

Jihadisme vraagt deels om een andere manier van bewijsgaren, aldus officier Wieteke Koorn:

“Mede daarom zijn rechercheurs van het Jihad-team van de Landelijke Eenheid verworven. (…) Het is minder zichtbaar dan sporttassen met cocaïne. Het is ook een lastiger groep om als blanke Hollander zomaar tussen te gaan staan.”

Officier Bart den Hartigh:

“In de aanpak van jihadisme en terreurdreiging moet je het strafrecht soms juist eerder inzetten om dingen te voorkomen, zonder dat dat altijd zal leiden tot een strafrechtelijke succesvolle vervolging.”

Criminele burgers laten infiltreren in een strafrechtelijk onderzoek was sinds de jaren negentig een heet hangijzer door de zogenoemde IRT-affaire. Infiltranten sluisden toen drugs door onder toeziend oog van de politie.

Dat leidde tot ophef: twee ministers moesten uiteindelijk opstappen en er kwam een parlementaire enquête. Sindsdien was het verboden infiltranten te gebruiken. Maar het kabinet liet vorig jaar weten dat het politie en justitie onder strikte voorwaarden toch weer infiltranten wil laten inzetten, omdat het handig kan zijn voor bijvoorbeeld het verzamelen van extra bewijs.