Kleine Zeeuwen en Petit Chablis

Een vriend van mij is dol op luxe. Voor hem tellen oesters pas mee als deze afkomstig zijn uit Zeeland en zes nullen tellen. Dat je daar ook restaurantrekeningen met zes nullen voor krijgt, deert hem niet.

Wat herkomst betreft deel ik zijn mening. Ook ik vind onze eigen Zeeuwen de lekkerste oesters die er zijn. Met alle respect overigens voor de Gillardeau, Pousse en Claire en alle andere modelletjes die de Nederlandse liefhebbers proberen te verleiden.

Maar qua formaat heb ik graag twee nulletjes minder. En dan doe ik de lekkerbek in mij niet tekort. Te meer omdat ik daar immer een fles Chablis onder handbereik heb. Of in dit geval wellicht toepasselijker: Petit Chablis.

Over de naamgeving van dit wit verbaas ik mij trouwens. Als je een kleintje bier bestelt, krijg je gewoon hetzelfde bier maar dan in een wat kleiner glas. Wie echter de order  plaatst ‘doe mij maar een Petit Chablis’ krijgt daarentegen wel wat anders.

Petit Chablis wordt wel eens meesmuilend het halfzachte broertje van ‘echte’ Chablis genoemd. Weliswaar is ook deze witte gemaakt van de onvolprezen chardonnaydruif, maar die is dan wel opgevoed in de banlieues van de streek. Laten we zeggen: wat Diemen-Noord is ten opzichte van Amsterdam. Ook 020 maar toch anders.

Enfin, in die rafelranden zijn de omstandigheden volgens de bazen van appellationwetgeving minder goed. Maar de Petit Chablis 2013 van Domaine Jean Goulley et Fils (€ 13,95; Well of Wine) die ik recentelijk proefde, is bepaald niet mis. En misschien vertegenwoordigt het achteretiket dan ook de vader van de gedachte: Grands Vins de Chablis lees ik er. 

Vrij vertaald: beendroog en fris zonder streng te worden. Kalkig zonder te stuiven. Lakenwit fruit. Fileert discreet de smaakpapillen open.

Die vier nullen waren dat al.