Zonder aardgas gaat het niet; steun Groningers dus royaler

De meest omineuze mededeling die minister Kamp (Economische Zaken, VVD) deze week voor de Groningers in petto had, was deze: „De verwachting is dat de frequentie en kracht van de aardbevingen de komende jaren zullen toenemen.” Hij schreef dat in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin kondigde hij een verdere verlaging aan van de hoeveelheid aardgas die in het noorden mag worden gewonnen; in januari van dit jaar maakte hij al een eerste reductie bekend.

Gerustgesteld heeft hij de inwoners van het gebied daarmee allerminst. Zoals onder meer blijkt uit de aankondiging van de actiegroep Groninger Bodem Beweging dat ze naar de Raad van State stapt om via de bestuursrechter een radicalere vermindering van de gasproductie af te dwingen. En ook op politiek-bestuurlijk niveau – provincie, gemeenten – overheerst de teleurstelling over de maatregelen die de minister in het vooruitzicht stelde.

Want ook 2014 was weer een jaar waarin Groningen met aardbevingen werd geconfronteerd; de teller staat nu op 77 tegen 119 in 2013. Die verlaging is een indicatie dat vermindering van de gaswinning ter plekke al direct helpt, anders dan eerder werd gedacht. Juist bij Loppersum, waar de boringen met 80 procent werden verminderd, stopte de aarde met beven. Bij Hoogezand-Sappemeer werd de productie verhoogd en nam het aantal bevingen toe. Het wetenschappelijk bewijs dat deze seismische regulering dergelijke kortetermijneffecten hebben, is daarmee niet geleverd, maar het is een niet te negeren signaal. Het is de reden waarom Kamp, op advies van het Staatstoezicht op de Mijnen, nu ook bij Hoogezand-Sappemeer tot reductie heeft besloten. Ten bate van de stad Groningen.

Maar het moet geen ijzige winter worden. Dit is de volgende onheilspellende boodschap die minister Kamp in zijn brief opnam: er moet voor worden gezorgd dat „alle delen van het Groningenveld” ook aan het eind van een jaar nog kunnen produceren „voor het geval dat nodig is bij bijzonder koud weer”. Het tekent het dilemma: al zouden we het willen, Nederland kan niet zonder het Groninger aardgas, dat vooral door kleinverbruikers, zoals alle huishoudens, wordt verbruikt. Het is de prijs voor jarenlange veronachtzaming van de noodzaak om Nederland minder energieafhankelijk te maken van deze, eindige, bodemschat. Binnen de Europese Unie is in Nederland het gasverbruik procentueel het hoogst. Mocht Rusland zo onverstandig zijn om zijn gastoevoer naar het Westen te sluiten of te verminderen, dan zal Nederland elders in Europa nauwelijks soelaas kunnen bieden, afgezien van de al bestaande export, zo heeft al het laten weten.

Intussen zitten ze er in Groningen mee, met die nationale aardgasverslaving, die de schatkist flink heeft gevuld. En die ook op termijn tot aardbevingen zal leiden: zie de prognose van Kamp. Vanzelfsprekend geldt dat er in de Groningse bodem niet meer naar gas moet worden geboord dan voor de energievoorziening nodig is. Maar daarmee verdwijnen niet de aardbevingen, de onrust onder de bewoners – sinds september ook in de stad Groningen – en de schade aan de huizen. Het is goed dat de minister meer vaart wil zetten achter het verstevigen van huizen en andere gebouwen – dat had al eerder moeten gebeuren. Het is ook verstandig dat de NAM, het gaswinningsbedrijf, op afstand wordt geplaatst bij de beoordeling van schade aan huizen en het overleg met de eigenaars.

Wijsheid achteraf zegt dat aardgaswinning en bewoning in hetzelfde gebied niet duurzaam samengaan. Menig Groninger heeft het gevoel dat hij zijn dorp niet eens kan verlaten, omdat zijn huis onverkoopbaar is; ook al wordt dat laatste door officiële rapportage enigszins weersproken. Het aardgas heeft de overheid veel geld opgebracht en doet dat nog steeds; het zal nu ook geld gaan kosten. De roep vanuit Groningen om een ‘Deltaplan’ is zo vreemd niet. Bijvoorbeeld een ruimhartige opkoopregeling door de staat voor de Groningers die hun woning willen verlaten zou op haar plaats zijn. Denkbare financieringsbron: de aardgasbaten.