Zangeres van volksliedjes met ‘charmerende stem’

Op de allereerste televisieavond van de NCRV, op 12 oktober 1951, traden drie vocalisten op met uiteenlopende volksliedjes van Nederlands en Frans fabricaat. „Van de volksliederenzangers voldeed Coosje Guilleron door haar vocaal-mimische typeringen en haar gitaarspel”, schreef De Telegraaf de volgende dag. „Voor dit nummer was een eenvoudig bosdecortje opgesteld, waarvan de cameramensen vaardig profijt wisten te trekken”.

In die tijd was Coosje Guilleron een bekend zangeres van volksliedjes. Op haar repertoire stonden middeleeuwse balladen als Die winter is vergangen, het negentiende-eeuwse Moeke, er staat een vrijer aan de deur, chansons in het Bretons en zelfs een liefdesliedje in Pyrenees dialect (Moun doux amic). Maar heel lang bleef ze niet in beeld. In de loop van de jaren zestig verwelkte haar bekendheid. Wel schreef ze nog tot op hoge leeftijd kinderliedjes, waarvan een serie over het jongetje Erik op de plaat werd gezet door het kinderkoor De Merels. En ze tekende, regisseerde en leidde kinderkoren. Op de laatste novemberdag stierf ze, 95 jaar oud.

Coosje van Wijk – zoals haar ware naam luidde – wilde danseres of operazangeres worden, maar ging eerst naar de kunstacademie. In de oorlogsjaren debuteerde ze met volksliedjes, waarmee ze haar toehoorders herinnerde aan eeuwenoude, puur Nederlandse tradities – als tegenwicht voor de Duitse overheersing. Ze maakte in die tijd ook deel uit van de Jonge Nederlanders, een los-vast groepje met beginnende cabaretiers als Wim Sonneveld, Wim Ibo en Hetty Blok. Zo werd ze in 1943 door de krant Het Volk aangeduid als „de nieuwe radioster”, die opviel door „haar wat eigenaardige, maar charmerende stem”. Haar artiestennaam Guilleron had ze ontleend aan een naam die in de Waals-Franse familie van haar moeder voorkwam.

Na de oorlog zette ze haar carrière voort. Ze werkte onder meer als zangeres mee aan een op volksliedjes gebaseerde jeugdvoorstelling van het Scapino-ballet, maakte een paar platen en trad op voor radio en televisie. Ze was achtereenvolgens getrouwd met de kunstschilder Carel Carvalho en de acteur en regisseur Jack Pisuisse. „Daarna was ze een alleenstaande moeder met vier kinderen”, vertelt haar dochter Nicole Pisuisse. „Ze wilde toen zo vaak mogelijk bij haar kinderen zijn en ging minder werken. Maar dat had waarschijnlijk ook te maken met het feit dat er minder vraag naar haar soort repertoire kwam. En ze was niet iemand die allerlei feesten afliep om bekend te blijven. Ze was heel erg op zichzelf.”