Venus

Georgina Verbaan

Je zou wel even met iemand willen praten. Wat heb je sommige mensen toch vervloekt. De wereld zou beter af zijn zonder hen, dacht je vaak. En dat denk je eigenlijk nog steeds, sterker, je zou ze nu wel even bij je willen hebben. Je leeft namelijk al een tijdje in een zeppelin op zonne-energie in de atmosfeer van Venus. Op 50 kilometer hoogte van de planeet vandaan. En met een tijdje bedoel ik 2 jaar.

Met je enige andere crewgenoot heb je al een dag niet gesproken. Een venusiaanse dag, om precies te zijn. Die duurt zo’n 224 aardse dagen. Dus inmiddels zou je zelfs met je grootste vijand wel een mariakaakje willen delen.

Ik blijf dergelijke scenario’s maar voor me zien sinds ik las over mogelijke Venusmissies. De planeet zou volgens NASA veel voor hebben op Mars. Daar varieert de temperatuur tussen de -120 en 20 graden boven nul, wat niet onoverkomelijk is, maar wel een beetje bipolair. Die planeet slingert maar wat rond. Daarnaast vliegen de geladen deeltjes je er om de oren en staat er zo’n straffe zonnewind dat je er onder de grond zou moeten leven.

Nou ja, leven? Je kan er helemaal niet ademen. Mars is CO2-City. Maar goed, details.

Op Venus is het met 500 graden wél behaaglijk te noemen. Als je heel snel kan praten. Zonder daar zuurstof voor nodig te hebben. Want ademen gaat ook hier niet, en je verbrandt er levend als je niet eerst geïmplodeerd bent door de luchtdruk die er negentig keer hoger is dan op aarde.

Toch zou het er op 50 kilometer hoogte goed toeven zijn. Boven de dikke wolken van zwavelzuur lijkt het aardig op de aardse atmosfeer. Er is zuurstof, de temperatuur is prima te doen en de straling zou minder dan op aarde zijn. Men zou er volgens NASA in zeppelins kunnen leven. Ze hebben onderzocht of het een goed idee is eerst naar Venus te gaan in plaats van Mars. Venus is ook dichterbij. Onbemande missies hebben er, afhankelijk van de stand van de planeten, tussen de drie maanden tot een jaar over gedaan om er te komen.

De missie heet HAVOC. De artist-impressions die ze erbij vrijgegeven hebben, met de zilverkleurige heliumzeppelins, zijn prachtig. Maar wat zal je je er onthecht voelen. Zo ver van onze mooie aarde, die eigenlijk alles al heeft. Wubbo Ockels heeft hem van een afstandje kunnen bekijken, en ik moet denken aan zijn laatste woorden: „De noodzaak om die aarde te beschermen is een steeds grotere noodzaak geworden. De ruimtevaart heeft ons een spiegel voorgehouden. We zijn nu echt waar we zijn: op een prachtige planeet, waar we niet zonder kunnen. We zijn allemaal astronauten van het Ruimteschip Aarde.”