Stilte, rust en riddertoernooien

Tim Schrijver en Renate Vos werden de nieuwe beheerders van slot Loevestein. Het afgelegen kasteel trekt duizenden mensen.

Tim Schrijver en Renate Vos: „Het is wel fijn dat we elkaar hier op Loevestijn veel meer zien."

Overal in hun anti-kraakwoning in het oude nonnenklooster in het centrum van Breda staan volle verhuisdozen, liggen stapels spullen, komen stofnesten vrij. Het is vrijdag 11 april, drie uur 's middags. Morgen verhuizen Tim Schrijver (38) en Renate Vos (38) naar de bescheiden beheerderswoning bij slot Loevestein.

„Wat een zooi”, zucht Renate. Ze kijkt wat verwilderd om zich heen. „Kom”, zegt Tim. „We gaan even zitten.”

Ongeveer een jaar geleden solliciteerden ze naar de beheerdersfunctie op slot Loevestein. Net als 1400 andere stellen. Na drie maanden bleken ze bij de laatste vijftig. Na zes maanden bij de laatste tien. Rond de Kerst mochten ze een weekend meedraaien en in de beheerderswoning wonen als test. En toen, net in het nieuwe jaar – ze logeerden in een huisje in de bossen – kregen ze te horen dat ze het geworden waren.

Loevestein wilde meteen een persbericht de deur uit doen, maar ze vroegen een week te wachten. Ze wilden zelf hun bazen informeren. Die middag doolden ze vijf uur lang door de bossen. Zouden vrienden hen daar nog weten te vinden? Hadden ze wel genoeg vrijheid als ze altijd moesten zorgen dat er 24 uur per dag iemand op het kasteel lette? Wisten ze wel zeker dat ze dit wilden?

Een week later waren ze plots een attractie. Radio 1, Pauw en Witteman, De Volkskrant hingen aan de lijn. Op hun mobiel, op hun werk, overal wisten journalisten hen te vinden. En ze stelden de meest bizarre vragen. Hebben jullie daar wel een douche? Gaan jullie dan ook als jonkheer en jonkvrouw verkleed?

Ze hadden drie maanden opzegtermijn. Hij werkte als conciërge op kunstacademie Sint-Joost. Zij werkte deeltijd in de mediatheek van de kunstacademie om geld te verdienen naast haar werk als meubel- en productontwerper.

Ze hadden op de beheerdersvacature gesolliciteerd omdat Tim na negen jaar als conciërge zin had ook evenementen te organiseren. En omdat Renate graag meer tijd wilde besteden aan haar ontwerpwerk. Het gastvrouwschap van de Suites & Breakfast bij het kasteel zou haar veel minder tijd kosten dan de drie dagen mediatheek. Daarbij hadden ze altijd al fantasieën gehad over een afgelegen Bed & Breakfast ergens op het Franse platteland. Dit was dan een milde versie van afgelegen wonen. Hier zouden ze eens kunnen uitproberen hoe dat was. Alles leek op Loevestein voor hen samen te komen.

Tims bier is op. „We moeten door”, zegt Renate. In de meterslange hal richting wc hangen metersgrote schilderijen van Tim. Die passen sowieso niet in hun beheerderswoning, maar mogen in de kelder van het kasteel. In de gigantische woonkamer, blijven ze staan naast de bank. „Denk je echt dat hij past?” Ze kijken elkaar vertwijfeld aan en besluiten het erop te wagen.

Donderdag 22 mei, 9.30 uur

De poort in de kasteelmuur aan het einde van de ophaalbrug gaat om elf uur open voor publiek. Tim en Renate wonen binnen de kasteelmuren in het eerste huisje links achter de poort, ooit een herberg.

Vandaag heeft Tim beheerdersdienst. Hij verdeelt de diensten met Jacques, de tweede beheerder van slot Loevestein. Jacques woont niet op Loevestein, maar werkt er al veertig jaar. Als Jacques beheerdersdienst heeft, organiseert Tim evenementen. Een koorfestival. Een kinderboekenbal.

Tims werkdag begint met een rondje langs de tentoonstelling. Hij opent de deuren van de soldatenhuisjes naast hun herberg. Hij doet lampen aan, pakt afstandsbedieningen van allerlei verborgen plekken om er beamers mee aan te zetten, test de toegangspoortjes.

In het kantoor haalt hij een portofoon op – „mobieltjes werken niet overal in het kasteel” – en de twintig centimeter lange, loeizware kasteelsleutel om ook in het kasteel zijn openingsronde te kunnen maken. Weer lampen aan, televisieschermen, boxen. „De eerste dagen dacht ik echt: hoe onthoud ik waar al die knopjes zitten en op welke plekken ik afstandsbedieningen moet richten.” Hij wijst op een beamer aan een vier meter hoog plafond vlakbij de boekenkist waarin Hugo de Groot ooit uit Loevestein ontsnapte. „Die is stuk. We hebben geprobeerd hem te maken. Een vrijwilliger op een trap en ik die trap vasthouden. Doodeng. Toen heb ik gezegd dat er een rolsteiger moet komen. Dat is misschien wel mijn eerste beslissing geweest. Verder laat ik alles eerst zo veel mogelijk op me af komen, voor ik ga zeggen dat dingen anders moeten.”

In de torenkamer opent hij de ramen. Hij wijst. Naar hun huisje. Naar het strandje waar hun hond Sam graag zwemt. Vanochtend om half acht heeft hij met Sam al een flinke ronde gelopen. Het is prachtig op deze strategische plek waar Maas en Waal samen komen. Hij hoorde kikkers zingen en zag dat de zwaan vijf jonkies had gekregen.

Thuis bij de koffie vertelt hij dat in de eerste week nadat ze verhuisd waren, het brandalarm afging. Dus hij midden in de nacht met zijn zaklamp over de wenteltrapjes in het kasteel. Bleek het een storing. „Dat gebeurt bijna nooit”, zei iedereen. Het was een vuurdoop. Inmiddels begint hij wel in een ritme te komen, al is hij nog altijd moe van alle nieuwe indrukken.

Renate schuift aan. Ze heeft net het ontbijt afgeruimd van de mensen in de Suites & Breakfast. Biologische streekproducten: eieren, muesli, kaas, rauwe ham. Ze heeft haar draai nog niet gevonden, zegt ze.

Gisterenavond bezocht ze een volstrekt onbevredigende sport-proefles en daarna heeft ze er anderhalf uur over gedaan om weer thuis te komen. Steeds leidde haar TomTom haar naar allerlei pontjes die niet meer voeren. „Ik ervaar alles hier als een onderneming. Ik gun mezelf de tijd niet te wennen. Ik wil gewoon dat het loopt.”

Tims portofoon kraakt. „Het is wel fijn dat Renate en ik elkaar nu veel meer zien dan in Breda”, zegt Tim nog voor hij vertrekt. Renate beaamt dat met een knik.

Zondag 26 oktober, 13.45 uur

Er staat een enorme rij voor de twee kassa’s deze zondag in de herfstvakantie op het jaarlijkse riddertoernooi van Loevestein. Renate kijkt met grote ogen door het keukenraam naar de almaar toestromende mensen. Achter haar aan de keukentafel zitten haar ouders en schoonouders. Voor Tims verjaardag. „Jullie zullen mij niet veel zien op mijn ridderfeestje”, had Tim al gewaarschuwd.

Gisteravond kwam Renate laat thuis nadat ze een week eerst op de biënnale in Kortrijk had gestaan met haar lampen en tafels en daarna op de Dutch Design Week met haar keramiek. Het was een rare gewaarwording. Het anders zo rustige kasteelterrein stond vol tenten. Bij kampvuurtjes zaten mensen in klederdracht flesjes bier te drinken. Ze zag paarden, ezels, balen hooi. Ze vond Tim bij een kampvuur tussen de vrouwen van het middeleeuws weven en ving gesprekken op over IS.

Tim haast zich van pinapparaat-storing, naar kapotte beamer, naar haperend scanapparaat. Via zijn portofoon hoort hij dat de wachttijd bij de kassa’s inmiddels is opgelopen tot anderhalf uur. Hij legt het probleem voor aan medebeheerder Jacques. „Zeg jij het maar. Ik doe dit voor het eerst.” Jacques hakt de knoopt door. De rij is te lang. Het parkeerterrein is vol. Via zijn portofoon vraagt Tim de vrijwilligers die op het smalle dijkweggetje richting kasteel staan mensen vanaf nu terug te sturen.

Ridders maken zich klaar voor het toernooi. Schildknapen hijsen hen in hun harnas, paarden worden opgezadeld, publiek verzamelt zich rond het toernooiveld. Ook Renate en ouders komen kijken, gewapend met een fototoestel Tim spoedt zich naar de zoveelste hulpoproep. Gisteren was het met tweeduizend bezoekers lekker druk. Vandaag is het een gekkenhuis dat hij nauwelijks overziet.

Vrijdag 14 november, 13.30 uur

Renate experimenteert in haar atelier – de grootste kamer op de bovenverdieping van hun woning – met de samenstelling van het beton in haar beton-siliconenrubberen waxinelichtjes. Vanmorgen is ze op haar mountainbike naar Woudrichem gefietst voor haar wekelijkse yoga-uur.

Nu er weer regelmaat is, geniet ze van de extra ontwerptijd en van bijzondere ontmoetingen met de gasten in haar Suites & Breakfast. De prachtige omgeving betovert haar steeds opnieuw. Laatst zag ze twee vossen. In de zomer is ze een keer in haar hardloopkleren Sam achterna gesprongen het koele rivierwater in. Kwam ze op blote voeten druipend en jubelend thuis.

Tim komt binnen. Hij heeft een pet op. Dat kan nu het winterseizoen is aangebroken en het kasteel alleen in de weekenden nog open is voor publiek. Vandaag brengt hij met een vrijwilliger alles in gereedheid voor een bruiloft, een grote partij in het kasteel en een feest in de taveerne morgen. Verder is hij volop bezig met de voorbereidingen voor het tweede grote evenement dit jaar: Alice in Winter-Wonderland tussen Kerst en Nieuwjaar.

Hun zorgen van begin dit jaar bleken ongegrond, vertellen ze. Vrienden kwamen graag. Tims bandleden hadden de grootste lol toen ze allemaal een ridderhelm opzetten tijdens Tims kasteelrondleiding na sluitingstijd. Renate’s vriendinnen zullen niet gauw vergeten dat ze op die regenachtige augustusavond in de grote haard van de kasteelkeuken hebben gebarbecued.

En Tim en Renate voelden zich vrij genoeg. Medebeheerder Jacques was altijd bereid een avond of weekend op het kasteel te passen. Renate’s ouders vonden het fantastisch om een vakantie in hun beheerderswoning te verblijven en een oogje in het zeil te houden.

Toch oogt Tim gespannen. Hij kan dit jaar niet anders dan als een bezetene achter de feiten aan rennen, zegt hij. Toen hij goed en wel was ingewerkt, kwam het riddertoernooi er al aan. Dat heeft hij in twee maanden uit de grond gestampt op basis van een draaiboek dat er lag. Vergunningen, contracten, portoplan, vrijwilligersroosters raasden aan hem voorbij. En nu is het meteen weer bijna Kerst.

Volgend jaar doet hij het anders. Dan regelt hij het riddertoernooi al in januari en februari. Hij wil ook troubadourdagen houden. Er moeten in de winter ruimere en eenduidiger openingstijden komen.

Renate komt binnen. Ze ontdekte net dat de ontbijtruimte van haar Suites & Breakfast morgenochtend dubbel is geboekt, zegt ze tegen Tim. Die lacht, maar is niet blij. „Ik los het op.”