Snelheid is geen probleem

Max Verstappen (17) is de jongste coureur in de historie van de Formule 1. ‘Je nek is het belangrijkste lichaamsdeel.’

Max Verstappen: „In een simulator kun je alles leren: gas geven, insturen, op de limiet rijden zonder te spinnen. Maar G-krachten kun je niet simuleren.”

Als jochie van vier stapt hij voor het eerst de glimmende wereld van de Formule 1 binnen. Aan de hand van zijn vader Jos, dan nog autocoureur. Max ziet felgekleurde bolides, bedrijvige technici, stoere coureurs. Hij kijkt naar het geconcentreerde gesleutel aan de auto’s, ruikt het rubber van de banden, proeft de opwinding van een mannensport. Het is 2001, de uiterste grens van zijn geheugen. „Een speelparadijs”, herinnert hij zich. „Nu is het allemaal heel serieus.”

Het is in 2014 erg hard gegaan. In één jaar tijd promoveerde Max Verstappen van de karting, waarin hij in alle klassen al de wereldtitel heeft, naar de Formule 1. En passant won hij tien wedstrijden in de Formule 3, de propedeuse van de koningsklasse. Met zijn zeventien jaar – hij heeft nog niet eens een rijbewijs – is hij de jongste coureur in de historie in de Formule 1.

Hij verkeert nu tussen de groten der aarde van de autosport. Laatst nog zat hij bij de uitreiking van een award in Londen in smoking naast Formule 1-wereldkampioen Lewis Hamilton. „Die Hamilton is altijd apart gekleed”, vertelt hij. „Hij is meer een popster. Het hoort niet bij mijn persoonlijkheid om zo door het leven te gaan. Maar verder is hij heel aardig, vroeg me hoe mijn eerste ervaringen zijn.”

In maart 2015 begint het pas echt, met de traditionele opening van het raceseizoen in Melbourne. De afgelopen maanden mocht hij meedoen aan vrije trainingen voor de grands prix en maakte hij vele kilometers in zijn Formule 1-auto van Scuderia Toro Rosso, het opleidingsteam van Red Bull waar hij in de zomer een contract kreeg.

„In mijn leven heb ik altijd van die grote stappen gemaakt”, vertelt hij op de plek waar hij nog altijd graag komt – het bedrijfspand van een dakdekkersbedrijf in het Limburgse Maasbracht waar zijn vroegere kartteam is gehuisvest. Daar begon zijn zegetocht in de kartsport, daar in de buurt spoot vader Jos water op het beton om hem als kind aan glibberige circuits te laten wennen. Een leven van racen, racen en nog eens racen. Vader, de beste Nederlandse coureur ooit, moeder karttalent. De een driftig, de ander de rust zelve. „Ik heb de genen van mijn vader en mijn moeder.” Zijn ouders zijn al weer jaren gescheiden. Heeft hij zijn carrière misschien ook aan de contacten van zijn vader te danken? „Onzin. Iedereen ziet hoe hard ik er voor werk, welke prestaties ik lever. Mijn vader maakt het verschil niet.” Zuinige glimlach in een ruimte vol karts, uitlaten en onderdelen.

Grindbak

Zijn levensfilosofie: „Je moet altijd jezelf blijven”. Idolen heeft hij nooit gehad. Natuurlijk, Ayrton Senna was een hele grote, „maar hij werd een mythe omdat hij verongelukt is”. Ja, met Hamilton heeft hij zeker wat. Terechte wereldkampioen. „Ik heb nooit posters op mijn kamer gehad. Wel een afbeelding van mijn vader op bordkarton.”

Zijn vader is zijn grote mentor, hij heeft ook van diens problemen geleerd. Jos Verstappen kwam als testrijder in het team van Michael Schumacher te vroeg in het grote werk terecht en belandde door zijn desperate rijstijl nog wel eens in de grindbak. „Je moet niet te snel in een topteam beginnen.”

Max leeft voor snelheid, kan in zijn bolide ‘multitasken’ als de beste, en heeft snel de limiet van zijn raceauto gevonden. Maar hij laat zich vooral niet gek maken, weet angst en schrik uit zijn hoofd te bannen.

Ook op 3 oktober, toen hij zijn debuut maakte op het Japanse circuit van Suzuka in de vrije trainingen van de Grand Prix van Japan. „Daar reed ik de eerste keer in mijn leven boven de driehonderd kilometer per uur. Ook in de bochten. Daar heb ik wel een paar rondjes aan moeten wennen. Het is zwaar, alsof je afgeschoten wordt. Zoals in een achtbaan, maar dan vier à vijf keer zo sterk.”

Maar bang? „Het zou niet goed zijn als je angst hebt in de Formule 1, dan kun je niet tot het uiterste gaan.” Zijn debuut viel samen met de crash van Jules Bianchi die in noodweer tegen een takelwagen knalde. „Het was een ongelukkig moment, er staat wel vaker een kraan op het circuit. Het heeft me niet afgeschrikt.”

De afgelopen maanden reisde hij de hele wereld over, om met zijn nieuwe turbo ‘kilometers’ te maken, oefeningen te doen in een simulator in Engeland en trainers en voedingsadviseurs te bezoeken in onder andere Finland. „Ik ben ongeveer 65,5 kilo. De limiet is 75 kilo, dus de monteurs hebben voldoende marge om met het gewicht van de auto te spelen.”

Hij is net terug uit Oostenrijk waar zijn lijf bij Red Bull is getest. „Het bovenste deel van het lichaam is het belangrijkste. Je moet geen dikke wielrennersbenen hebben, ook niet van die dikke spieren in je armen, dan word je te zwaar. Het gaat vooral om je nek. Die wordt getraind met gewichten en speciale banden.”

Zijn nek krijgt in de 21 grands prix van volgend jaar te maken met heftige gravitatiekrachten. Bij de versnellingen op de rechte stukken, abrupt afremmen, de hoge snelheid in de bochten. Het bloed loopt dan naar de voeten. „Dat is best pittig. In een simulator kun je alles leren: gas geven, insturen, op de limiet rijden zonder te spinnen. Maar G-krachten kun je niet simuleren.”

Hij krijgt het druk, een Formule 1-coureur moet niet alleen denken aan zijn snelheid, maar er ook voor zorgen dat zijn technici data krijgen. Hebben de banden voldoende ‘grip’? Hoe is het energieverbruik? „Er zitten wel twintig knoppen aan het stuur. Aan de voorkant draaiknoppen, drukknoppen aan de zijkant, flippers aan de achterkant. Je moet er mee schakelen, koppelen en van alles regelen: de balans tussen de remmen, het benzinegebruik...Toen ik voor het eerst het stuur pakte, dacht ik: ‘Jezus wat zit daar allemaal aan vast.’”

Maaseik

Eind januari beginnen de testsessies op het circuit van Jerez in Spanje. Tot die tijd werkt Max vooral aan zijn conditie. Als het even kan, is hij thuis in Maaseik, daar is hij het liefst. De relatie met zijn vriendin is voorbij. Daar heeft hij geen tijd meer voor. Max Verstappen weet wat hij wil. „Mijn doel is wereldkampioen worden. Het kan, maar je moet ook geluk hebben, op het juiste moment de juiste auto hebben.”

Zijn fans zullen nog wel even geduld moeten hebben. „Verwacht geen podiumplekken, tussen de achtste en tiende plaats eindigen zou een overwinning voor mij zijn. Ik heb twee jaar de tijd om te leren. Waar het om gaat, is finishen en punten pakken. Snelheid is voor mij geen probleem, maar ik kan niet vliegen.”