Politica met te veel mededogen

Staatssecretaris van Sociale Zaken Jetta Klijnsma geniet niet als iemand anders een fout maakt. Ze strijkt ook niet gemakkelijk de eer op voor eigen successen.

Jetta Klijnsma: „Het is altijd makkelijker om buiten het kabinet te staan en helemaal je eigen verhaal te vertellen.”

Jetta Klijnsma kan op twee manieren vertellen over de kerstdagen van vorig jaar. De ene is opgewekt en bijna naïef blij, zoals veel mensen haar kennen: „Ik was bij mijn zussen in Groningen. Er waren vijfentwintig mensen uitgenodigd, de hele familie was bij elkaar. Het was heel ge- zellig.” De andere: „Ik had nog nooit zo’n zware periode meegemaakt. Bij de kerstboom dacht ik: ik moet mezelf wel in de ogen kunnen blijven kijken.”

Het was haar voor de Kerst niet gelukt om samen met VVD-staatssecretaris Frans Weekers van Financiën een grote, belastingtechnische pensioenwet door de Eerste Kamer te krijgen. Het kabinet Rutte II had nog geen steun van andere politieke partijen, deze wet was een test: krijgen we er misschien toch een meerderheid voor in de Eerste Kamer?

Het was níet het hele kabinet dat voor het oog van de camera’s af ging en ook niet vooral Weekers, die als eerste verantwoordelijk was voor de wet. Weekers en Klijnsma gingen samen. Collega-bewindslieden kwamen niet helpen, zij vonden dat de staatssecretarissen zelf hun best hadden moeten doen om van tevoren afspraken te maken met Eerste Kamerleden.

Het was niet de enige en ook niet de belangrijkste reden voor Klijnsma’s sombere stemming. Op haar ministerie had ze, net voor Kerst, de ouders van een gehandicapte jongen gesproken. Hij had een speciale ‘Wajonguitkering’, maar hij kon wel een beetje werken. In het regeerakkoord was afgesproken dat elke gehandicapte die dat kon, de Wajonguitkering kwijtraakte en in de Bijstand kwam.

Hun zoon zou dan eerst het fonds moeten opmaken dat zijn ouders bij elkaar hadden gespaard voor later. Ze wilden ook een huisje voor hem kopen in de buurt waar hij was opgegroeid, met mensen om hem heen die hem konden helpen. Als bijstandsgerechtigde zou hij dat huis ook moeten ‘opeten’. Klijnsma dacht: „Hoe kun je dáár nu een antwoord op hebben?”

Dat had ze niet.

In het regeerakkoord stond ook dat de Bijstandswet veel strenger zou worden. Wie zo’n uitkering had, moest een ‘tegenprestatie’ leveren. Anders werd je gekort op je uitkering of je raakte die kwijt. Dat dreigde ook als je je niet netjes kleedde voor een sollicitatie, als je geen drie uur per dag wilde reizen voor werk of een medische behandeling weigerde die je kon helpen om aan een baan te komen.

En sprak je geen Nederlands? Geen bijstand.

Het waren allemaal VVD-ideeën. Jetta Klijnsma, jarenlang het Sociale Geweten van de PvdA, mocht die als staatssecretaris van Sociale Zaken gaan uitvoeren. Ze kreeg er ook nog de pensioenen bij, een gevoelig en ingewikkeld dossier met grote financiële en machtspolitieke belangen – dat eerder steeds werd gedaan door de minister van Sociale Zaken.

Op een avond in november van dit jaar, bij haar thuis in Den Haag, vertelt ze over die Kerst. „Ik was samen met Frans afgeschilderd als zwak en ik moest al die dossiers nog gaan doen. Ik dacht: ‘Nou, Klijnsma, het spel moet op de wagen. En als het niet zó kan worden ingevuld dat je het voor jezelf kunt verdedigen, heb je een fundamenteel probleem.’”

U dacht: als er niets aan die wetten verandert, houd ik ermee op?

„Ik moest dan wel heel goed nadenken of ik het nog wel wilde.”

Dat was eind 2013. U wist toch al ruim een jaar wat u moest gaan doen?

„Toen ik werd gevraagd als staatssecretaris dacht ik: blijf ik aan de kant staan? Maar iemand moet het doen. Ik dacht ook: ik ga ermee aan de slag, ik ga met jan en alleman praten, het Malieveld gaat een keer vol staan en dan kan er van alles kantelen. Maar na een jaar was er nog niets gebeurd en sommige wetten zouden al op 1 juli 2014 moeten ingaan.”

Het verhaal over Jetta Klijnsma nu het bijna wéér Kerst is, zou ook op twee manieren verteld kunnen worden.

De ene is: de wetten kwamen door de Tweede én de Eerste Kamer, in een mildere vorm dan de bedoeling was geweest van de VVD. Gehandicapten met een Wajonguitkering komen niet in de Bijstand en gemeenten beslissen zelf hoe streng ze de nieuwe Bijstandsregels toepassen. Klijnsma kwam politiek niet in de problemen, bestuurlijk was het een succes: ze kreeg wethouders en veel andere betrokkenen mee.

De tweede versie: weinig mensen zien dat als Klijnsma’s succes. Zonder D66, ChristenUnie en SGP, die Rutte II kwamen steunen, was het haar niet gelukt om de wetten te veranderen. En vraag rond in Den Haag en daarbuiten, ook aan haar politieke vrienden: niemand zal je zeggen dat Klijnsma van haar zwakke imago af is.

Hoe kan dat?

De hele PvdA heeft nu een beroerd imago. En met haar wetten, hoe afgezwakt ook, staat Klijnsma in de mopperende achterban bijna persoonlijk symbool voor de ‘verrechtsing’ van de partij door de samenwerking met de VVD. In debatten over het pensioen heeft ze het nog steeds wel eens moeilijk. Daar komt bij: Klijnsma is geen politica die successen graag naar zich toe trekt, ze laat die gemakkelijk aan anderen – ook als die háár weinig gunnen. In Den Haag en in afdelingen zien partijgenoten bij hun bewindslieden liever meer politieke handigheid of, als het moet, wat valsheid.

En dan was er nog de moestuin.

In een interview in het AD, op zaterdag 21 juni, zegt Klijnsma dat mensen ook zouden kunnen nadenken over „andere vormen van oudedagsvoorziening”. Ze kende mensen met een moestuin. „Dat levert veel groente en fruit op. Of een eigen huis. Als de hypotheek is afbetaald, kun je prima van je AOW leven.”

In hetzelfde weekend is PvdA-voorzitter Hans Spekman op een lokale televisiezender. Hij noemt de uitspraken van Klijnsma ‘stom’ en ‘belachelijk’. Een andere geestverwant, FNV-voorzitter (en oud PvdA-Kamerlid) Ton Heerts, vindt Klijnsma’s idee ‘achterlijk’.

Op een vrijdagmiddag, in oktober van dit jaar, wordt Jetta Klijnsma aangekondigd als een van de gasten op een FNV-conferentie over pensioenen. De zaal, in de Utrechtse Jaarbeurs, zit vol met vooral oudere mannen. Ze barsten uit in boe-geroep.

Klijnsma zelf is nog onderweg. Vóór haar spreekt Henriëtte Prast, hoogleraar Persoonlijke Financiële Planning uit Tilburg. Prast wil de zaal laten nadenken: hoe kunnen mensen hun pensioenen zelf regelen? Ze geeft adviezen. „Voedsel gaat heel duur worden. Neem een appelboom in de tuin, denk aan een groentetuin, volg een cursus koken of naaien.”

Wéér boe-geroep. „Niet goed bij je hoofd”, roept een man.

Als Klijnsma na de pauze de zaal in komt met haar rollator, is er weinig woede meer over. Twee mannen helpen haar het podium op. Het publiek kijkt toe. Klijnsma probeert of het katheder stevig genoeg is om zich aan vast te houden, maar ze besluit om te gaan zitten. Ze kijkt glimlachend de zaal in, er wordt geapplaudisseerd. „Wat fijn dat ik bij u mag komen”, zegt ze. „Ik ben geboren in het jaar dat Nederland voor het eerst AOW kreeg, 896 gulden per jaar. Een solidaire samenleving is een groot goed. We moeten er alles aan doen, en dan bedoel ik echt alles, om te voorkomen dat de jeugd en de ouderen tegenover elkaar komen te staan.”

Maar Nederlanders, zegt ze ook, zijn niet gek. Ze weten dat de arbeidsmarkt verandert en mensen steeds ouder worden en dat de oudedagsvoorziening dus verandert. „We mogen onze kop niet in het zand steken.” Wéér applaus.

In haar werkkamer op het ministerie, ook in het najaar, zegt Klijnsma dat ze PvdA-voorzitter Spekman na zijn televisieoptreden had gebeld. ‘Waarom heb je mij niet eerst gebeld, Hans?’ En had hij het interview gelezen? Nee.

Wat zei Spekman?

„Hij had het zwaar, er waren veel opzeggingen van leden en toen kwam dit er nog bij. Ik ken Hans al heel lang, ik weet dat hij emotioneel kan zijn. Voor mij is de lucht geklaard.”

Heeft hij excuus aangeboden?

„Ik ben niet zo’n type dat meteen excuses eist. Hans zegt wel vaker iets waarvan je denkt: is dat nou wel zo adequaat? Ik heb er geen behoefte aan om een nummer van iets te maken of iemand eens flink te kakken te zetten. Daar schieten we niks mee op.”

Snapt u dat anderen dat wel doen?

„Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Iemand van ADO Den Haag heeft een ander vocabulaire dan een lid van de Raad van State. Ik kies ervoor om iedereen in zijn waarde te laten.”

Zo leerde u dat van huis uit?

„Thuis vloekten wij niet. Ik kom uit een gereformeerd gezin met vijf meiden. Ik zou mezelf geweld moeten aandoen om te schelden. Het enige wat ik wel eens zeg: ‘Wat een Joris Driepinter’, zo’n mannetjesputter. Of: ‘Eucalypta’. Ik vind woorden als kankerhoer verschrikkelijk, vloeken idem dito. Mijn woordgebruik is soms archaïsch. Dan kom je dus ook, denk ik dan, bij woorden als ‘moestuin’ uit. Tuin was beter geweest. Dat tuinieren prettig kan zijn op je oude dag, vindt iedereen gewoon. Zo bedoelde ik het ook. Denk na over je oude dag. Je inkomen en dagbesteding veranderen. ”

Heeft u nooit geprobeerd om van die manier van praten af te komen?

„Nee, nooit. Ik vind het zelf geen probleem.”

U kunt mensen wel verbaal in de hoek zetten. Op een werkbezoek deed u dat met een VVD-wethouder die u beledigde. Waarom niet publiekelijk, waarom niet in de Tweede Kamer?

„Ik ben in de Tweede Kamer opgevoed met de mores dat je hoffelijk bent tegen Kamerleden, van welk pluimage dan ook.”

SP-Kamerlid Sadet Karabulut zet u in debatten neer als een vrouw zonder geweten.

„Vroeger zei ik wel eens tegen de voorzitter: kunt u vragen of mevrouw Karabulut het persoonlijke kan scheiden van de inhoud? Nu denk ik: ga je gang maar.”

U profiteerde zelf nauwelijks van de verzachting van de wetten over de Bijstand en Wajong. Vindt u nu dat u dat wel had kunnen of moeten doen?

„Het mooie is dat het een samenspel was. Met D66, ChristenUnie en SGP, maar ook met CDA en GroenLinks. En ieder moet een vlaggetje hebben om mee te wapperen. Mijn vader zei altijd: ‘Iedereen wat van de stokvis’.”

Voor de PvdA lijkt er van de vis weinig over te blijven. Over de slechte peilingen, al het hele jaar, zegt Klijnsma in bijna alle gesprekken voor dit verhaal: „Het voordeel van ouder worden is dat je weet: we hebben dit vaker meegemaakt.” Of: „Het is altijd makkelijker om buiten het kabinet te staan en je eigen verhaal te vertellen.”

Op straat of bij werkbezoeken zegt Klijnsma niet hoeveel erger het beleid had kunnen zijn voor werklozen en gehandicapten als de VVD-ideeën waren uitgevoerd. Ze legt vooral uit waarom ze wél staat achter de maatregelen die overblijven. Voor veel linkse kiezers zijn die nog steeds ongekend hard. Bij een protestbijeenkomst in Oost-Groningen wordt ze bijna omver geduwd door boze burgers.

Door haar wetten moeten de meeste gehandicapten die eerder als nieuwe werknemer terecht konden in een sociale werkplaats, nu in een gewoon bedrijf aan het werk. Bijstandsgerechtigden raken hun uitkering kwijt als ze hun best niet doen om Nederlands te leren. En voor gehandicapten die kunnen werken en nu 18 jaar worden, is er géén Wajonguitkering meer. Zij komen in de bijstand, zoals vorig jaar dreigde voor de gehandicapte jongen van wie de ouders bij Klijnsma langskwamen.

Klijnsma’s antwoorden: „De Rijksbegroting moet wél op orde.” En: „Gehandicapten verdienen ook een plekje in gewone bedrijven.” Of: „Als je als werkloze echt niks wil, mag je wel een zetje in je rug krijgen.”

In de herfst praat Klijnsma op haar ministerie met gehandicapten en ouders van gehandicapten. Ze spreekt hen vaker, ze noemt het groepje de ‘Wajong-klankbordgroep’. Marco, een jongen uit Nijmegen, heeft een dringend advies voor de staatssecretaris: laat gehandicapten niet zomaar bij elk bedrijf werken, zoals de bedoeling is. „Ik had een werkgever die me bij vijf graden onder nul verf van stoeptegels liet krabben. Mijn voeten en handen vroren eraf en in de middagpauze was ik lucht.”

Klijnsma knikt. „Hansworsten heb je overal. Maar werkgevers moeten er niet zo makkelijk mee wegkomen. Want dan zou ik zeggen: ‘Jij hebt Marco weggepest, dus jij hoeft nooit meer iemand van de sociale werkvoorziening in dienst te nemen’.”

Bij de algemene politieke beschouwingen, net na Prinsjesdag, zit Klijnsma met haar collega’s uit het kabinet in de Tweede Kamer. SP-leider Emile Roemer heeft het woord. Na een paar interrupties raakt hij vast. Hij weet cijfers achter zijn verhaal niet meer en belooft er later op terug te komen.

Vicepremier en minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher kijkt vrolijk toe hoe de grote concurrent van de PvdA onderuit gaat. Klijnsma kijkt strak. In de lunchpauze zegt ze: „Ik weet op zo’n moment natuurlijk ook: dit betekent in de peilingen een paar zetels minder voor de SP en wat meer voor ons. Maar ik vind het zelf niet prettig om te zien.”

In Den Haag vind je niemand, ook geen partijgenoot, die met hetzelfde mededogen praat over het moeizame optreden van Klijnsma en Weekers in de Eerste Kamer. Daar had ze, is het idee, nooit naartoe moeten gaan – het was al overduidelijk dat de senaat die fiscale pensioenwet zou afwijzen.

Zelf zegt ze, in het laatste gesprek voor dit verhaal: „Ik ga Frans niet afvallen. Hij wilde het vooral allemaal nog eens heel goed uitleggen. Als ik in mijn eentje was geweest, was ik wel gaan rondkijken: waar zit steun? Nu kon dat niet, Frans had de lead in dit dossier.”

Hij was in de pauze van dat debat thuis gaan eten, u niet.

„Ik hoorde in de pauze: hou het kort, ga terug naar de Tweede Kamer en kom met een ander stuk. Dan maken wij er verder geen punt van. Ik was zelf in twee minuten klaar. Frans niet en de Eerste Kamer werd steeds chagrijniger. Alle journalisten sprongen daarna op hem. Dan blijf je natuurlijk wel bij hem.”

In sommige media is het beeld: als het te ingewikkeld wordt, vooral met de pensioenen, moet de minister van Sociale Zaken Asscher haar helpen. Zo is het niet, zeggen verschillende bronnen. Asscher bemoeit zich er nauwelijks mee, Klijnsma zou er alleen voor staan. Zelf noemt ze haar relatie met Asscher ‘prima’.

In het najaar staat er opeens een kist met aarde en groente in een vergaderzaal van de Tweede Kamer. Bij het parlement had de FNV uit protest tegen de pensioenplannen van Rutte II ‘moestuinpakketten’ uitgedeeld. In de pauze zetten actievoerders zo’n ‘moestuinkist’ bij Klijnsma’s plaats, een CDA-Kamerlid kijkt toe. Klijnsma komt binnen en gaat zitten, ze ziet de kist niet. Iemand in de zaal maakt er een foto van. Die staat daarna op Twitter.

Rond die tijd wordt bekend dat Klijnsma níet de nieuwe burgemeester wordt van Groningen. Het gerucht dat ze had gesolliciteerd ging vanaf de zomer. Klopt niet, zegt ze. „Maar als ik burgemeester zou willen worden, zou die stad hoog op mijn lijstje staan.”

Net voor Kerst moet er weer een grote pensioenwet door de Eerste Kamer, over strengere regels voor pensioenfondsen. Nu van Klijnsma alleen. VVD-senatoren twijfelen, D66’ers denken dat uitstel nodig is. Onder druk van hun leiders, zeggen betrokkenen, komt het debat er toch. In de senaat wordt de wet over het afschaffen van de vrije artsenkeuze weggestemd, van minister Edith Schippers. Niet de wet van Klijnsma.