Poldermeisje in de politiek

Voor vakbondsvrouw Agnes Jongerius was 2014 het jaar waarin ze politicus werd. Dat ging met vallen en opstaan.

Agnes Jongerius:„De eerste keer dat ik in het Europees Parlement koffie ging halen kon ik de weg naar mijn kamer niet meer terugvinden”

V eel is nog ongewis voor Agnes Jongerius, acht weken voor de Europese verkiezingen. Maar één ding staat vast: als ze straks is gekozen in het Europees Parlement, blijft ze gewoon in Utrecht wonen. De stad waar ze is geboren, naar school ging en naar de universiteit – ze moet er niet aan denken ergens anders te leven.

Wel gaat ze op zoek naar een flatje in Brussel voor doordeweeks. „Iedereen zegt: dat is handig. En het schijnt totaal niet moeilijk te zijn om iets te vinden.”

Het is eind maart, we spreken elkaar voor een interview in deze krant. Het is het eerste vraaggesprek dat Jongerius doet sinds ze plek twee op de PvdA-lijst heeft aanvaard. Een paar weken eerder is ze voor het eerst in het Europees Parlement geweest – en dat viel niet mee. „Er is iets mis met die Brusselse vergaderzalen. De temperatuur is er te hoog, het zuurstofgehalte te laag. De kantoortjes vind ik verschrikkelijk. Van die gangen met deuren die dicht zitten.”

Jongerius vertelt waarom ze besloot politicus te worden. Haar kandidatuur vormt de afsluiting van een „ingewikkelde” periode in haar leven. In het voorjaar van 2012 is ze gestopt als voorzitter van vakfederatie FNV. Een nieuwe baan diende zich niet meteen aan, en ‘uitpuffen’ pakte anders uit dan ze had gehoopt. In één klap van 80 uur per week werken naar niets had een verlammend effect. Een boek lezen? Vergeet het maar. „Dan dacht ik na een kwartier: waar ben ik in godsnaam mee bezig?”

Ze vertelt dat ze een paar kleinere klussen aannam. Een onderzoeksplek aan de universiteit. Bestuursvoorzitter van Women Inc. Maar dat was niet, zo bleek al gauw, het bestaan dat ze ambieerde op haar 53ste.

Ze bevestigt ook, heel ongebruikelijk, dat ze solliciteerde als burgemeester van Utrecht. Het werd een teleurstelling: de gemeenteraad koos voor Jan van Zanen, een ervaren VVD’er. „Van Zanen is net zo oud als ik. De kans dat die baan nog een keer vrijkomt in mijn leven, is nihil.”

En ze vertelt over tegenspoed in de huiselijke sfeer. Ger Jochems, haar echtgenoot, werd na dertig jaar trouwe dienst ontslagen als radiomaker bij de VPRO. Een reorganisatie. Hij was er behoorlijk ziek van – en zij mét hem. Uit haar vakbondstijd kende Jongerius natuurlijk genoeg verhalen over mensen die hun baan kwijtraakten. Maar wanneer het je eigen man overkomt, is het een stuk indringender. „Het UWV dat zei: meneer Jochems is alleen geschikt voor de functie die hij nu vervult. Zijn verweer dat, hop, terzijde gelegd werd. Idioot heb ik het gevonden.”

Na het interview in NRC Handelsblad zien we elkaar nog vier keer. Het terugkerende thema in al die gesprekken: de continue verwondering die ze voelt nu ze politicus is geworden. Ze is, zo zegt ze spottend, Agnes in Wonderland.

April

In een vergaderzaaltje van de Tweede Kamer zit Jongerius achter een stapeltje papieren. Bovenop ligt de tekst van het socialistische strijdlied De Internationale. Nee, de woorden kent ze nog niet uit haar hoofd.

Als vakbondsvrouw zat ze jarenlang dicht op de politiek. Toch is zélf politicus worden een zoektocht. Niet alleen in Brussel, ook in de PvdA, de partij waarvan ze sinds 1992 lid is.

Neem campagnevoeren. Als kandidaat krijgt ze ineens orders van boven. Iemand zegt: volgende week zaterdag ga je naar Roosendaal, langs de deuren. Daar ging ze toch altijd zelf over? En van wie krijgt ze nou eigenlijk orders? „Ik kan me niet voorstellen dat Hans Spekman of Diederik Samsom bepaalt: Agnes Jongerius gaat naar Roosendaal.”

Ze vindt het wel leuk, de straat op. Zo leert ze de PvdA-afdelingen kennen. Alleen: over Europa zijn de mensen die ze aanspreekt helemaal niet enthousiast. „In Haarlem zei een vrouw bij de voordeur: ik háát Europa. Ik moest enorm lachen. Dat kun je toch niet zeggen?”

Wat ook wennen is: de hardheid van politici. Tijdens debatten fakkelen kandidaten van andere partijen haar voorstellen genadeloos af. Zelf weigert ze dat te doen. „Blijkbaar hoor je te zeggen dat de plannen van alle andere partijen dom en achterhaald zijn. Dat bevalt me helemaal niet.” Misschien, zo verzucht Jongerius, is ze „gewoon een poldermeisje”. „Ik ben geen partijpolitiek dier.”

Mei

Nog vijf dagen te gaan tot de verkiezingen. Jongerius is te gast op de Libelle Zomerweek in Almere. Duizenden vrouwen, veel witte broeken en kort, roodgeverfd haar. Het is bloedheet. Op een podium in een grote tent wordt ze geïnterviewd samen met partijgenoot Jeroen Dijsselbloem. Gekleed in een spijkerbroek steelt hij de show. Jongerius heeft moeite het publiek te boeien. Ze wil praten over de enorme werkloosheid in Europa, over het belang van werknemersrechten. De vrouwen in het publiek stellen alleen maar vragen over de zorg.

Met Dijsselbloem is ze eerder die week in de eerste mediastorm van haar politieke carrière beland. De minister van Financiën heeft in een interview verklaard dat de economische crisis voorbij is. In het Algemeen Dagblad heeft Jongerius dat „geen verstandige uitspraak” genoemd. „In de echte wereld bestaat de crisis nog volop.” Ook heeft ze gezegd dat het kabinet „een deel van de economische problemen zelf heeft gecreëerd”.

Voorzitter Spekman aan de lijn. Andere PvdA’ers aan de lijn. Dijsselbloem zelf aan de lijn. Waarom neemt ze zoveel afstand van het gezond maken van de overheidsfinanciën – een van de pijlers van dit kabinet? „Ik heb gezegd dat ik dat óók belangrijk vind. Maar als sociaal-democraat moet Dijsselbloem zich ook de hoge werkloosheid aantrekken.” Of Dijsselbloem het daar mee eens is? Veelbetekenende blik: „We hebben geconcludeerd dat we allebei lid zijn van de PvdA.”

Verkiezingsavond. De PvdA houdt een besloten bijeenkomst op het partijbureau aan de Herengracht in Amsterdam. De uitslag is beroerd: drie magere zetels. Het laagste stemmenpercentage uit de geschiedenis van de partij. De uitslag „is in lijn met de peilingen”, spreekt Jongerius zichzelf moed in. „Ik had het leuk gevonden als we een zetel extra hadden gewonnen, maar je zag aankomen dat het niet ging gebeuren.”

Drie dagen laten blijkt dat Jongerius ruim 170.000 voorkeurstemmen heeft gehaald. Net iets minder dan lijsttrekker Paul Tang. Ze had hem al van tevoren gerustgesteld, grapt Jongerius. Als ze er méér had gehaald, zou ze geen ‘Rita Verdonkje’ hebben gedaan: het leiderschap opeisen tijdens een persconferentie in een café.

Juli

De eerste weken in Brussel staan in het teken van het veroveren van een positie. Jongerius wil vicevoorzitter worden van de commissie werkgelegenheid. ‘Empl’, in eurojargon. Daar kan ze het beste „knokken voor banen”. En iets doen tegen ‘sociale dumping’: werknemers uit lage lonenlanden zoals Polen die in West-Europa onderbetaald werk doen, bijvoorbeeld als vrachtwagenchauffeur.

Maar hoe kom op je op zo’n plek? „Je weet dat het in de eerste week van juli geregeld wordt, maar het staat nergens officieel op de agenda.” Iedere europarlementariër wil invloed en aandacht. „Ben je nieuw? Dan word je niet geacht een mooie plek te ambiëren”, hoort ze in de wandelgangen.

Er wordt gelobbied. In de zijlijn van officiële vergaderingen, op de kamer van parlementsvoorzitter Martin Schulz. PvdA-leider Diederik Samsom en zijn Duitse tegenhanger Sigmar Gabriel bemoeien zich ermee, over de telefoon. De Italianen worden gepaaid, want zij zijn nu de grootste delegatie in de sociaal-democratische fractie. „En dan ineens is er een lijst waaruit blijkt: ik ben vicevoorzitter geworden.”

Missie geslaagd. Hoewel? Andere Nederlandse europarlementariërs begrijpen niet waarom Jongerius zo graag vicevoorzitter wil worden. Knap gedaan voor een nieuwkomer, maar het is vooral een procedurele functie. Als woordvoerder of rapporteur heb je veel meer invloed. Jongerius haalt haar schouders op. „Als vicevoorzitter hoor je als eerste wat er speelt. En ik ben niet naar Europa gekomen voor extra media-aandacht.”

Het gebouw blijkt nóg taaier dan verwacht. Goed, op haar kamer kan een raampje open – dat is een meevaller. Maar verder is het Europees Parlement een labyrint. „De eerste keer dat ik koffie ging halen kon ik de weg naar mijn kamer niet meer terugvinden.”

In de plenaire zaal zitten ze op alfabet. Zomaar ergens op een zetel neerploffen, zoals in de Tweede Kamer – dat kan niet. Of ze het nou leuk vindt of niet, de komende vijf jaar zit Jongerius ingeklemd tussen Karin Kadenbach uit Oostenrijk en Rámon Jáuregui Atondo uit Spanje. Behalve in de commissie werkgelegenheid. „Daar zit ik op het podium, als vicevoorzitter.”

In Straatsburg is haar man Ger langs geweest. Het was geen doorslaand succes. „Ik zat van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in dat gebouw. Hij ging niet in zijn eentje toeristische uitstapjes doen. Als er maar één hard aan het werk is – dat past niet helemaal. Ik geloof niet dat dit Gers verdere lotsbestemming is.”

Van het flatje in Brussel heeft ze nog geen werk gemaakt. „Het is allemaal een beetje veel op dit moment. Ik logeer in een hotel. Ik ga dat flatje wel zoeken, hoor. Schijnt totaal niet moeilijk te zijn in Brussel.”

Oktober

De eerste grote gebeurtenis na de zomervakantie: een nieuwe Europese Commissie. Frans Timmermans wordt namens Nederland vicevoorzitter, onder meer verantwoordelijk voor ‘betere regelgeving’.

In oktober worden alle aanstaande eurocommissarissen gehoord in het Europees Parlement. De hoorzitting van Timmermans vindt Jongerius heel goed („Die man kan écht wat”), maar over zijn portefeuille heeft ze stevige twijfels. „Betere regelgeving klinkt als wat Lodewijk de Waal, mijn voorganger als FNV-voorzitter, ‘appeltaart en moederliefde’ noemde: iedereen is ervoor, maar wat ís het nou eigenlijk? Als ‘betere regelgeving’ betekent: weg met alle arbowetgeving, dan krijgen Frans en ik nog een stevige discussie.”

Ze heeft zich tijdens de hoorzetting geërgerd aan een voorbeeld dat Timmermans telkens aanhaalde: kappers die van Europa verplicht een gladde vloer moeten hebben omwille van de hygiëne. Flauw, vindt Jongerius. Als FNV-voorzitter maakte ze de Europese arbo-afspraken waar die vloeren deel van uitmaken. „Als werkgevers en werknemers iets afspreken, hoort het dat de andere instituties een stapje opzij doen en zeggen: goed zo!”

Tijdens een andere hoorzitting mag Jongerius namens haar fractie een vraag stellen. Dat is bij Valdis Dombrovskis („Is het nou een Let of een Est?”), de eurocommissaris die gaat over arbeidsverhoudingen. „Ik kende het fenomeen hoorzitting niet, iedereen om mij heen was er enorm opgewonden over.” De vraag heeft ze van tevoren geklokt – je krijgt anderhalve minuut, en geen seconde langer. „Ger zei na afloop: in die debatten in het Europees Parlement zit meer passie dan in de Tweede Kamer, hoe beperkt de spreektijd ook is.” Grijnzend: „Hoewel, misschien zei hij dat wel om aardig te zijn.”

Wellicht is debatteren niet haar sterkste kant, zegt Jongerius. Is ze effectiever in één-op-één gesprekken op haar werkkamer, wanneer ze de tijd heeft en goed is voorbereid. „Dat heb ik mijn hele werkende leven gedaan, dat kán ik.”

November

Ze ontvangt in haar werkkamer in Brussel. Lange, grijze gangen, voor iedere deur een kist voor de maandelijkse verhuizing naar Straatsburg. Jongerius laat zien wie haar buren zijn: de twee andere PvdA-europarlementariërs. Bij de vorige delegatie was dat anders: die zaten verspreid door het hele gebouw. Ze hadden zo’n ruzie dat ze op het einde niet meer met elkaar praatten.

Jongerius vertelt over haar zoveelste verwondering: het taalgebruik. Haar fractie wil dat de Europese Commissie iets gaat doen tegen sociale dumping. Daarvoor moet een ‘richtlijn’ (Europese wet) worden herzien. Onlangs heeft de Commissie laten weten dat er een ‘targeted review’ komt. „Ik ben nog steeds op mijn tong aan het proeven wat dat nou eigenlijk is, een ‘targeted review’. ”

En dan al die zaken in het parlement die aan haar aandacht ontsnappen. „Na mijn tweede week in Straatsburg zit ik thuis op de bank. Ger slaat de krant open en zegt: wat hebben jullie nou weer besloten daar? Blijkt dat we vóór – of was het nou tegen? – het stopzetten van de aanleg van een oliepijplijn naar Rusland hebben gestemd. Ik weet dat we over een resolutie over Oekraïne hebben gestemd. Daar zal het in hebben gezeten. Maar als Ger het niet had gezegd, had ik het niet geweten.”

December

Het flatje in Brussel is nog steeds niet geregeld. „Maar dat komt wel. Weet je, het schijnt totaal niet moeilijk te zijn.”