Nieuwe grenzen, nieuwe helden

Is worstelen nog interessant, of zien we liever zwemmers van een dertig meter hoge klip duiken? Het gaat in de sport meer en meer om vertier, glamour en geld

Van een berg af schaatsen. Sneeuwmobielracen, downhill-skateboarden, ijsklimmen, sneeuwschaatsen, bungeejumpen, BMX Big Air, Moto X freestyle. Nu nog onderdelen van de X Games en de ronkende wereld van Red Bull – straks mogelijk te zien op de Olympische Spelen, met zijn frontflips, tailwhips en suicide no-handers.

In navolging van de maatschappij verandert het gezicht van de sport in hoog tempo. Niet voor niets is de nieuwe IOC-voorzitter Thomas Bach direct na zijn aantreden begonnen aan een uitvoerige consultatieronde in de sportwereld. Welke disciplines zijn klaar voor de toekomst, wat blijft achter, als relikwie van het verleden?

Citius, altius, fortius: sneller, hoger, sterker. Het officiële olympische motto geldt al lang niet meer alleen voor de atleten. De sport versnelt net zo hard mee. In 1900 (Parijs) waren croquet en cricket nog olympische sporten, nu overleggen internationale sportbonden koortsachtig over kortere formats voor hockey en basketbal, over meer spektakel in de sneeuw, op de ijsbaan en in het zwembad. Beachvolleybal was in 1996 een voorproefje: tradities moeten worden gekoesterd – maar ook het oog wil wat.

Niet alleen het IOC, de hele sportwereld, sponsors, televisiestations en kijkers kampen met het dilemma. Is worstelen nog interessant, of zien we liever zwemmers van een dertig meter hoge klip duiken?

De sportwereld is alvast begonnen met de verbouwing. Ja, in het voetbal duren veranderingen lang, maar de lijst van sporten met nieuwe varianten groeit snel. Spectaculaire onderdelen als halfpipe snowboarden, skicross en slopestyle veroverden in korte tijd de Winterspelen, zoals de BMX-fiets deed in de zomer.

Het zou de ‘redbullisering’ van de sport kunnen heten: zoeken naar nieuwe grenzen en nieuwe helden. Extreme disciplines die aandacht trekken van jonge sporters, nieuwe kijkers, snelle media en zoekende sponsors. „Red Bull is in dat gat gesprongen, ze creëren nieuwe sport, nieuwe culturen en nieuwe doelgroepen”, zegt Michel van Grunsven van sportmarketingbedrijf Triple Double. „De sporten zijn kort, snel, spectaculair, met veel amusement en bepaalde risico’s. Dat trekt veel mensen aan.”

Van Grunsven wijst naar de veranderde maatschappij. Ook veertigers en vijftigers, ook al zijn ze sportliefhebber, kijken lang niet meer alles. „Tien kilometers in het schaatsen is niet meer van deze tijd. Jongeren willen nog veel meer hap-snap.” De zapcultuur: als er onvoldoende gebeurt gaan ze naar een andere zender. „Shorttrack vinden ze mooi: alles of niets. Je valt of je wint. Kort en krachtig.”

Overal zijn sporten in beweging. Zoeken naar een balans tussen traditie en noodzakelijke vernieuwing. Sommige worden beloond met olympische erkenning, andere wachten geduldig af. Neem Twenty20 cricket: geen klassieke testmatches van vijf dagen, maar drie uur action packed sport. In India, waar tientallen miljoenen het nieuwe spel omarmen, is het uitgegroeid tot een miljardenindustrie.

Een andere traditionele Britse sport vond zichzelf opnieuw uit als rugby sevens – zeven tegen zeven – en heeft in Rio olympische status. Ook basketbal en hockey staan mogelijk voor een olympische facelift: op de Jeugd Olympische Spelen wordt al sinds 2010 drie-tegen-drie gespeeld, in Amerika bekend als streetball. Hockey, dat twee jaar geleden ineens op een lijstje verscheen van sporten die in de olympische gevarenzone verkeerden, werd dit jaar op de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing voor het eerst als hockey 5s (fives) gespeeld: vijf-tegen-vijf op een half veld. In Nanjing stonden overigens ook sportklimmen, rolschaatsen en skateboarden op het programma.

In het schaatsen is de trend niet anders: de tien kilometer (olympisch) en het allrounden (niet olympisch) zijn vooral buiten Nederland uit de gratie geraakt. In Pyeongchang (2018) wordt de tien kilometer vermoedelijk vervangen door de massastart. Het allroundschaatsen is vanaf volgend jaar, in elk geval op het EK, al ingekort – zónder tien kilometer. „Ik begrijp dat de tien kilometer niet de aangenaamste afstand is om naar de kijken”, zei de Belg Bart Swings vorige week.

Schaatsers als Shani Davis, Niels Kerstholt en Mark Tuitert maken zich sterk voor Icederby, een jaarlijks schaatsspektakel dat in Dubai zou moeten worden gehouden op een baantje van 220 meter. „Het zou de sport een nieuw internationaal podium geven”, denkt Davis.

Vertier, glamour en geld: tekenen van de nieuwe spektakelmaatschappij. Kinderen willen actie, sponsors en tv- zenders betalen voor adrenaline. Red Bull bouwde er een heel imperium mee op, van kiteboarding tot cliff diving, van Big Air snowboarden tot mountainbiken, en van de Air Race met vliegtuigjes midden de stad tot Crashed Ice – een pak schaatsers dat door een ijskanaal de berg af suist.

Na de twintigste eeuw is de sportwereld in een nieuwe fase beland, zegt sporthistoricus Jurryt van de Vooren: de commercie. „Het gaat hier niet meer om het belang van de sporter, maar om het belang van de kijker, en daarmee vooral om de belangen van de sponsors en de media.”

Van de Vooren ziet Red Bull als symbool, als „grootste bedreiging” voor de internationale sportbonden en het IOC. „Red Bull zou best een gamechanger kunnen zijn: zij bepalen hun eigen regels, baten hun sporten commercieel uit en zijn helemaal niet afhankelijk van grote evenementen als de Spelen. .”

Niet iedereen is voorstander van het nieuwe sporten. „Je moet niet alles inkorten”, zegt schaatser Bart Swings. „ Neem de Tour: daar mag ik graag drie uur naar kijken.”

Maar de olympische familie blijkt ontvankelijk voor de nieuwe sportwereld. „Sommige olympische sporten hebben een suf imago”, zegt sportmarketeer Van Grunsven. „ De extreme sporten halen ze nooit meer in. Dat kan ook niet, dan ga je weg van het dna van de Spelen. Maar het IOC moet wel mee met de moderne tijd.”

Voormalig IOC-voorzitter Jacques Rogge zag in dat de jeugd andere interesses had. Zijn opvolger Thomas Bach begon dit jaar een nieuwe moderniseringsslag, die straks zomaar het einde betekenen van de tien kilometer (hardlopen, maar ook schaatsen), het hink-stap-springen of de 400 meter vrije slag.

Wielrennen is, ondanks zijn rijke traditie, een van de voorbeelden van de vernieuwing: de olympische ploegentijdrit over honderd kilometer werd niet voor niets vervangen door het BMX, de extreme variant van het fietsen.

Zelfs de conservatieve wereldzwemfederatie FINA ging vorig jaar om, met de introductie van high diving op de WK in Barcelona: van 27 meter hoogte de haven in duiken. Bungeejumpen zonder elastiek: het schouwspel in de oude haven van Barcelona trok meer kijkers dan de 1.500 meter vrije slag.

Ook in het zeilen voltrok zich de afgelopen tien jaar een revolutie. Jarenlang dobberden de olympische bootjes – allemaal met hetzelfde witte zeil – onzichtbaar rond op open zee. Nu varen zij kleurrijk hun medailleraces langs volle tribunes op de kade, zoals afgelopen zomer bij de WK in Santander. En de klassieke bootjes, ‘oud hout’, worden ingeruild voor vliegende gevaartes. Zeilster Annette Duetz ziet een parallel met volleybal en beachvolleybal. „Wij zijn een beetje cooler dan de andere zeilers”, vond ze.

De kytesurfers staan ondertussen te trappelen voor hún sprong naar de Spelen. Extreem is ook hier de trend, geïnitieerd door de America’s Cup, waar de afgelopen jaren honderden miljoenen dollars werden geïnvesteerd in een compleet nieuwe sport: zeilers met helmen op vliegen met kolossale catamarans over het water, als in de Formule 1.

Natuurlijk speelt ook de televisie een rol bij. In Rio (2016) bestaat, net als in Beijing (2008), zelfs een rechtstreeks verband tussen het tijdstip van de zwemfinales en primetime in de VS.

De Spelen zullen veranderen, de sport past zich aan aan de eisen van de tijd. Toch denkt Van Grunsven dat de massa nog niet is uitgekeken op traditionele evenementen als de Spelen, de Tour de France, Wimbledon, het WK voetbal of de WK atletiek. „De X Games en Red Bull trekken veel jonge kijkers, maar die oude evenementen blijven de grote kijkcijferkanonnen in de wereld. De wereld staat stil bij de olympische finale van de 100 meter. Daar kunnen die alternatieve sporten nog niet aan tippen.”