Mijn leven voor de dino’s

Paleontoloog Anne Schulp zocht dit jaar naar een tyrannosaurus rex voor Naturalis in Leiden

Anne Schulp: „Als je een kapot fossiel vindt, kun je heel hard gaan mekkeren. Je kunt ook ‘wauw!’ zeggen.”

Een zaagmachine, een compressor. Haken vanaf het plafond. Het lijkt hier een timmerwerkplaats, maar het is de tijdelijke verblijfplaats van de beroemdste dinosaurus ter wereld. Hij was zo groot dat hij door je zolderraam naar binnen kon kijken, had een bek die een auto kon fijnkauwen, en tanden als dolken. De werkplaats ligt vol beenderen van de grootste vleesetende dinosaurus ter wereld.

Tyrannosaurus rex.

De Nederlandse paleontoloog Anne Schulp is bij het Black Hills Institute in South Dakota, VS. Het ‘instituut’ is een commercieel opgraaf- en prepareerbedrijf voor fossielen, onder leiding van tyrannosauruskenner Pete Larson. Het is vrijdag 19 september, eind van de middag. Schulp is twintig uur onderweg geweest. Eindelijk zal hij het unieke skelet terugzien dat hij vorig jaar hielp opgraven.

In een zijkamertje ligt de grijsbruine schedel van het dier, anderhalve meter lang. Hij zit nog grotendeels in het zandsteen, en is ingepakt in beschermend gipsverband. Er is ook een bekken zo groot als een luxe ligbad, een dijbeen zo dik als een boomstam, en nog meer dan honderd andere botjes. Maar de schedel, daarmee willen de mannen straks op de foto.

Anne Schulp joelt zachtjes als we dichterbij komen. De tyrannosaurus is een ouder vrouwtje, had de paleontoloog eerder al uitgelegd. „Boven de dertig jaar. Ze heeft behoorlijk wat beschadigingen en botbreuken. Ze heeft wel wat meegemaakt.” In de werkplaats wordt het fossiel besmuikt grandma pusface genoemd – oma puskop.

Pete Larson strijkt met zijn vingers over de bijtsporen op haar snuit. „I just love this”, zegt hij. „Hier een tandafdruk. En hier nog één. Met de typische onderlinge afstand van een T. rex.” Waren de tanden van een belager? Een partner? Uit een doos pakt Schulp intussen een stukje T-rex-bot. De binnenkant is sponzig, de bovenkant glad als aardewerk. „Dit is geen breuk, dit is echt het botoppervlak. Dit ziet er zo vers uit. Niet te geloven.”

Een tyrannosaurus binnenhalen, dat was dit jaar de opdracht voor paleontoloog Anne Schulp (1974).

Hij is de enige dinopaleontoloog van Nederland – althans de enige die er zijn brood mee verdient. Hij werkt sinds begin dit jaar zowat fulltime bij museum en onderzoeksinstituut Naturalis in Leiden. De aankoop die Schulp het afgelopen jaar als wetenschapper voorbereidde, is ongekend voor een Europees museum.

Naturalis wil voor het einde van 2014 een van de duurste fossielen ter wereld kopen. De T-rex kost 5 miljoen euro, bijeen te brengen voor het einde van het jaar. Het skelet moet in 2017, na de verbouwing van het museum, het pronkstuk worden van de nieuwe dinosauruszaal: de enige echte T-rex buiten de Verenigde Staten.

In de loods in South Dakota ligt dus het onderwerp van een unieke, maar onzekere zakendeal. Of het museum genoeg geld kan verzamelen voor de tyrannosaurus, is het hele jaar onduidelijk.

Maar voor Schulp is het vooral een droombaan. „Met paleontologie kom je het dichtst bij tijdreizen”, zegt Schulp. „Als paleontoloog kun je elke keer naar verre streken, in ruimte én tijd. En iedere keer ben jij de eerste die een nieuw beest ontdekt.” Miljoenen mensen hebben dinopoppetjes in huis, kleuters kennen de namen van triceratops en stegosaurus. Geweldige dieren, maar al miljoenen en miljoenen jaren dood. Schulp is een van de weinigen die zo’n beest in zijn handen heeft gehad. Hij wijdt er zijn leven aan.

Maart

„Ik had vroeger helemaal geen kamer vol plastic dinosaurussen”, zegt Anne Schulp als ik hem in maart voor het eerst ontmoet. Hij is net met zijn gezin van Maastricht naar de Randstad verhuisd. In Maastricht was hij sinds 1998 conservator bij het Natuurhistorisch Museum. „Een interesse in fossielen, daar had ik al wel vrij vroeg last van.” De paleontoloog heeft een typische manier van praten. Nasaal stemgeluid, droogkomische toon. Spreekt liever over het vak dan over zichzelf.

Als ik een lelijke, oude plastic tyrannosaurus uit mijn tas haal, begint Schulp opgewekt aan een anatomische les. „Hij is bij de orthodontist geweest, want hij heeft een keurige rij tanden. De pedicure is uitgeschoten, want die middelste teen is veel te kort. En die staart kon écht niet zo over de grond slepen. Bind maar eens een dooie zeug aan je trekhaak en ga ermee rijden. Die blijft niet heel.”

Terwijl hij in Maastricht als conservator werkte, deed hij overal ter wereld opgravingen naar mosasaurussen (uitgestorven zeereptielen) en dinosaurussen. Angola, Bolivia, Portugal, het Midden-Oosten, Nieuw-Zeeland. Hij publiceerde, tussen het werk voor tentoonstellingen door, 63 wetenschappelijke artikelen. In tegenstelling tot veel onderzoekers werkt hij niet met een vast team, maar met collega’s overal – op internationale congressen lijkt hij iedereen te kennen. „Ga je een weekje op vakantie, ga je naar Jemen, pootafdrukken van dino’s onderzoeken. En dat is eindeloos leuk.”

Schulp is zonder uitzondering vrolijk, vriendelijk en optimistisch. „Het glas is halfvol”, zegt hij een paar keer. En: „Als je een kapot fossiel vindt, kun je heel hard gaan mekkeren. Je kunt ook ‘wauw!’ zeggen.” Hij ondertekent zelfs al zijn mailtjes met „Zonnige groet”. Het hele jaar lang.

Fossiel met verhaal

Toen Naturalis in 2012 besloot dat er een tyrannosaurus moest komen, was Schulp de aangewezen man om dat te regelen. Het museum contracteerde het Black Hills Institute. Het bedrijf heeft goed contact met ranchers in de staat Montana, een vruchtbaar dinosaurusgebied. Nadat de veehouders in 2013 daar en in de naburige staat Wyoming resten van tyrannosaurusfossielen hadden gevonden, organiseerden BHI en Naturalis twee opgravingen. Bij de tweede, in augustus en september 2013, kwam een heel skelet naar boven. Het team legde het deels bloot. Vrachtwagens vervoerden de blokken zandsteen met de botten er nog in 500 kilometer, naar het Black Hills Institute in South Dakota.

Sindsdien ligt het daar. In 2014 moet Schulp het prepareerwerk begeleiden, geldschieters enthousiast krijgen, een ontwerp maken voor de dinosaurushal en onderzoek naar het fossiel opzetten. „We willen een fossiel met een verhaal”, benadrukt hij steeds. Het lijkt een beetje veel voor één jaar, zeker voor iemand met twee jonge kinderen. Zijn vrouw, huisarts van beroep, is ook geïnteresseerd in paleontologie. Dat scheelt misschien. „Ze heeft in Jemen een keer een heel leuke krokodil gevonden.”

In het voorjaar begint het Black Hills Institute met het verder blootleggen van het skelet. Schulp reist intussen door Europa, en verder. „Ik ben op 2 april heen en weer naar Fürth gereden. Dat was fantastisch leuk. Daar hebben ze een van de grootste CT-scanners van Europa. We willen er de T-rex-schedel in zijn geheel gaan scannen.” Fürth ligt bij Neurenberg: 7 uur rijden heen, 7 uur rijden terug. „Ik was om half vijf vertrokken ja.”

Zo gaat het verder. In het weekend van Koningsdag vliegt hij naar Oman, om voor de lol met een vriend een hadrosaurus op te graven. Hij reist naar Manchester, omdat de universiteit daar mee gaat werken aan het onderzoek naar de tyrannosaurus. Naar Turijn voor een congres. Naar Londen, waar de ontwerper van de tentoonstelling gevestigd is. Twee weken opgraven in Winterswijk. Een weekend naar Grenoble om de oervogel Archaeopteryx te onderzoeken. En intussen, verspreid over het jaar, zo’n zestig lezingen en presentaties. Voor vakverenigingen, geïnteresseerde leken, schoolkinderen, subsidiegevers, mecenassen.

„Ik moet soms even kijken hoe ik het geregeld krijg met de oppas. Maar we gaan op vakantie naar een stukje Frankrijk waar géén fossielen zitten – en waar je wel lekker kunt eten. Dan ben ik tien uur thuis, en dan moet ik naar Schiphol, op het vliegtuig naar Marokko voor een congres.” Hij gaat er de dinobotten uit Oman presenteren. „Drie afgekloven stukken bot die grandioos naar de gallemiezen zijn.”

Het geld begint intussen binnen te lopen. Aan het begin van de herfst heeft het museum 3,7 miljoen euro opgehaald.

September

Door de drukte heeft Schulp pas een jaar na de opgraving eindelijk tijd om terug te gaan naar de VS. Nadat hij bij Pete Larson het fossiel heeft bezichtigd, en afspraken heeft gemaakt over het prepareerwerk, reizen we naar de opgraving in Montana. Zeven uur in een rode Toyota terreinwagen naar het noordwesten, waar student geologie Pim Kaskes aanvullend onderzoek gaat doen naar de doodsoorzaak en de datering van de tyrannosaurus. Een verslaggever en cameraman van de KRO rijden achter ons aan – die maken een documentaire.

We zitten die week vele uren in de auto, met Kaskes erbij of samen. Geen muziek. Schulp draagt een effen T-shirt, een donkere spijkerbroek en leren bergschoenen van expeditiekwaliteit. Zo’n tenue droeg hij trouwens het hele jaar, bij elke gelegenheid. Bij koud weer gaat er een fleecejack overheen.

Schulp rijdt, ik geef de crackertjes aan.

Het landschap verandert van leeg naar leger. Eerst is er nog wel eens een boerderij met metalen silo’s die in de zon glanzen, een bomenrij, en zelfs een Taco John’s (‘A balanced diet is a taco in each hand’). Uiteindelijk rest een vlakte, soms onderbroken door rotsige bulten en richels. Het gebied heet Hell Creek, en is al sinds de eerste vondst van een tyrannosaurus (in 1905) een van de beste dinosaurusvindplaatsen op aarde. Er groeit taai gras en een alsem die op salie lijkt, met kale plekken ertussen. Van de zwartglanzende runderen die de boeren weiden, is meestal geen spoor.

Zo rijden we terug naar de opgravingssite, samen met een groep geologen van de VU en de Universiteit Utrecht. De site ligt op de enorme ranch (100 vierkante kilometer) van veehouder Lige Murray. Dat is juridisch gezien praktisch: het fossiel is zijn eigendom en kan worden gekocht. Voor een buitenstaander zou de kale, half afgegraven helling, waar geen weg of pad naartoe leidt, onmogelijk te vinden zijn. De boeren hadden al gewaarschuwd: de koeien hebben alle markeringsvlaggetjes opgegeten.

De opgraving beslaat zo’n tien bij twintig meter. Schulp en de andere geologen helpen student Pim Kaskes vandaag op weg. Tussendoor rapen we botscherven van andere dino’s van de grond. Een naastgelegen helling ligt er bezaaid mee. Boer Blaine Lunstad, die als hulp op de ranch werkt, houdt een kleine dinosaurustand vast en speurt op de grond. „Net had ik een grotere, maar nu is ’ie uit m’n zak gevallen.”

Ik opper dat paleontologie een vak is voor doorzetters. Je bent veel buiten, vaak in afgelegen droge en kale gebieden, op jezelf aangewezen. Anne Schulp vindt het onzin. „Ik houd niet van dat camel trophy-sfeertje dat je vaak in documentaires ziet. Ik vind het geen expeditie als er binnen 100 kilometer nog een pinautomaat en een supermarkt is.”

En inderdaad, na drie kwartier rijden kun je in het stoffige dorp Jordan sushi uit het koelvak kopen. Niet dat Schulp daar vorig jaar tijdens de opgraving aan toe kwam. „Het was twee weken heel hard werken met z’n vijftienen. Ik ben niet van de site afgeweest.” Het Black Hills Institute bracht een truck mee met een keuken, een grote tank met drinkwater en een speciale boor om latrines te graven – de gammele hokjes staan er nog. Het was een ongehoord snelle en eenvoudige opgraving. „Ken je die scène uit Jurassic Park waarin ze met een kwast over een rots vegen en er een heel fossiel tevoorschijn komt? Zo gaat het nooit. Maar nu wel, ongeveer.”

Het is een ‘prachtig’ skelet, vindt Schulp. Met allerlei duidelijke details, zoals die bijtsporen, de botinfecties en de lelijke botvergroeiingen door ouderdom. „En tamelijk compleet, met 45 tot 50 procent van de botten. Maar het gaat vooral om de kwaliteit. De botten zijn niet vermorzeld of scheefgedrukt.”

18 december

Afgelopen week was dat prachtige skelet nog altijd niet van Naturalis. Het museum had 4,4 miljoen euro opgehaald. Tot, donderdag, de fondsenwerver van Naturalis belde. Er is een grote gift binnen, 99 procent zeker.

Over drie jaar staat in Leiden de enige T-rex van Europa. Poten als pilaren, glanzende tanden. Oma puskop krijgt een huis.