‘Mijn klompen hielpen me integreren’

Bright Omansa Richards (45) is acteur, theatermaker en ondernemer. Hij helpt jonge asielzoekers met het ontwikkelen van hun talent.

Symboliek

„Ik hield al jong van debatteren, het spelen met argumenten en woorden. Het gaf me een podium, er werd naar me geluisterd. Maar debatteren in een dictatuur als in Liberia wringt, voelde ik als kind al. Een buurjongen nam me mee naar een kindertheater, daar begon ik met acteren. Op mijn zeventiende had ik mijn eigen theatergezelschap. Later schreef ik een satirische soap voor televisie en speelde zelf de hoofdrol. We legden interetnische verschillen bloot. Drama was veiliger dan het openlijke debat. We gebruikten metaforen, symboliek, maar iedereen wist waarover we het hadden.”

Wrijving

„Als asielzoeker ben je bezig met overleven. Het enige wat telt is je juridische identiteit. In Liberia was ik een ster, toen ik hier kwam in 1991 was ik niemand. Het is dan moeilijk je waardigheid vast te houden. Ik ging de filmacademie doen, daarna de toneelschool. Overdag praatte ik over kunst, ’s avonds trof ik vrienden die bezig waren met drugs. Werelden die niet te rijmen waren, maar het moest. Dat gaf een heel schizofreen gevoel. Ik spring nog steeds tussen werelden. Maar nu kan ik tegen een jonge asielzoeker zeggen: ‘Ik was ook zoals jij.’”

Verwerken

„Het theater bood me inburgering en therapie. Mijn eigen voorstellingen gaan over de pijn van het migratietrauma, de zoektocht naar zingeving en bezieling, naar een omgeving waarin je gezien wordt. As I Left My Father’s House biedt ook anderen een podium. Ik speel op locatie, in samenwerking met maatschappelijke en religieuze organisatie en betrokken burgers. Ik kies voor de dialoog. Jezus, Mozes en Mohammed waren alle drie vluchtelingen, wat betekent dat? Het gaat niet over waarheden, maar over nood.”

Helpen

„In Liberia ben ik een keer meegenomen voor executie. Iemand die ik niet kende, heeft voor me gesmeekt. Hij had gedood kunnen worden, toch koos hij ervoor mij te helpen. Sindsdien geloof ik in wat een individu kan betekenen. Iedereen kan iets doen voor een ander. Een verpleegkundige uit het asielzoekerscentrum introduceerde mij bij de directeur van een muziekfestival. Het eerste jaar stond ik bij de deur, later mocht ik het presenteren. Iemand anders hielp me Nederlandse teksten te vinden voor mijn audities. Nijhoff, Multatuli. Zij gaven me mijn passie, mijn vak terug.”

Ontwikkelen

„Met Ondernemen in je eigen toekomst, wil ik asieljongeren helpen hun talenten te vinden en ontwikkelen. We brengen ze in contact met mensen uit hun buurt en binnen bedrijven, bieden kennis. Voor een Nederlandse jongere is achttien worden fantastisch, je mag bier drinken, autorijden. Voor vluchtelingen betekent het dat ze niet meer naar school mogen. Hun leven komt stil te staan, op alle gebieden. Dat raakt me enorm. Sommige jongeren zijn bang om te dromen over de toekomst. Maar ze moeten allemaal ooit gaan werken, hier of daar.”

Isolement

„Wanneer hoor je erbij? Dat is het probleem van de migrant. En wie moet gaan zorgen dat je erbij hoort? Ik vind dat de samenleving hoofdverantwoordelijk is. Een migrant moet willen en bijdragen, maar de gemeenschap moet de mogelijkheden creëren. In Afrika is het besef heel sterk dat je jonge mensen bewust moet maken van hun verantwoordelijkheid voor hun land, de stam, de familie. Hier ontnemen we nieuwkomers alle regie. De kracht waarmee ze hierheen kwamen, wordt gedood door het isolement, de machteloosheid. Als mensen het hebben over het multiculturele drama, is dit de basis.”

Vooruitzicht

„Ik ben bezig met het opzetten van de Toekomstacademie met onderwijs voor jonge asielzoekers. Ik wil de kennis gestructureerder aanbieden, uiteindelijk misschien zelfs met een curriculum. Ook wil ik de jongeren helpen toegang te krijgen tot vervolgonderwijs. Binnenkort speel ik een try-out van een nieuwe voorstelling: De Neger op Klompen. De eerste jaren in Nederland droeg ik klompen. Ze gaven me een podium en hielpen me te integreren. Ik raakte makkelijk in gesprek met Nederlanders, leerde snel de taal. Elke asielzoeker zou zijn eigen klompen moeten vinden.”