Meer eer voor de apen

Apenonderzoeker Frans de Waal is terug aan een Nederlandse universiteit. Hij mist zijn kapucijnapen.

Frans de Waal: „In Nederland zijn zo weinig vrouwelijke hoogleraren. Er zijn wel veel vrouwelijke studenten. Die krijgen zo geen goede rolmodellen.”

Over zichzelf spreekt Frans de Waal niet veel. Hij praat makkelijk, maar vooral over onderzoek, over ideeën, en over ‘zijn’ kapucijnapenkolonie die hij jarenlang bestudeerde, maar nu weggegeven heeft aan andere onderzoekers.

Na zijn overstap van Nederland naar Amerika in 1981, vormt het jaar 2014 waarschijnlijk het belangrijkste overgangsjaar in de carrière van de bioloog Frans de Waal. Samen met zijn Franse vrouw Cathérine betrok hij een huis in Utrecht en hij vervult nu ook een paar Nederlandse hoogleraarschappen, aan de universiteiten van Utrecht en Maastricht. „Ik heb eindelijk tijd om familie en vrienden te bezoeken. Ik kwam hier vaak, maar was altijd druk met lezingen en symposia. Dat is nu anders.” Maar al bouwt De Waal zijn werk in Atlanta, Georgia, langzaam af, de meeste tijd is hij nog altijd in de VS.

In de VS werd De Waal wereldberoemd door zijn chimpanseeonderzoek. „Ik kwam in 1981 aan zonder een bestaand netwerk ter plaatse. Héél ongewoon in de wetenschap. Ik moest op mijn eigen houtje de weg vinden. Maar ik onderzocht verzoening bij chimpansees. Dat deed toen niemand, ik was voor niemand een bedreiging. Daarom ging het goed.” Het knappe van De Waal is dat hij een groot aantal succesvolle publieksboeken schreef over moraliteit en empathie bij dieren, maar ook al decennialang een van de leidende onderzoekers is op dat gebied.

Kijken kijken kijken, dat is de basis van De Waals werk. „Ik schat dat ik in mijn leven minstens 10.000 uur naar chimpanseegedrag heb gekeken”, vertelt De Waal in een van de gesprekken die ik dit jaar met hem had. Soms spraken we hem in Utrecht, andere keren per skype vanuit Atlanta. „Dankzij die chimpansee-ervaring kan ik goed voorspellen hoe de dieren op iets zullen reageren. Reuze handig als je nieuwe experimenten ontwerpt. Het is vrij makkelijk om een dierexperiment verkeerd te doen. Dan komt weer in het nieuws dat chimpansees of andere apen iets niet kunnen. Dan hebben ze bijvoorbeeld kapucijnaapjes getest op samenwerking. Maar ja, om samen te werken moesten ze op een knop drukken. Op een knop drukken is niks voor die aapjes. Wij deden ooit een experiment waarbij ze lekker fysiek aan stokken konden trekken. En hé, dan werken ze ineens wel prima samen. Je kunt een kat ook niet leren een stok te gaan halen. Dat is gewoon niet zijn natuurlijke gedrag.”

Vol vuur praat De Waal over hoe slim dieren zijn en hoe weinig wij mensen met onze Homo sapiens-arrogantie daar nog vanaf weten. „De filosoof Daniel Dennett zei laatst dat wij mensen ons veel meer bewust zijn van onszelf dan dieren”, vertelt De Waal tijdens een gesprek in een Utrechts café. „Ik zei hem dat ik hem niet kon volgen. Hoe wéét hij dat? Is er dan een begin van overeenstemming over wat menselijk bewustzijn is? Vertel het me alsjeblieft! Dan ga ik kijken of de apen het ook hebben. Er is nog altijd een systematische onderschatting van wat dieren kunnen. Omdat we ze nog altijd met mensen ogen bekijken. Er is nu veel onderzoek naar persoonlijkheid bij dieren. Maar ja, dan vragen ze aan menselijke oppassers om vragenlijsten in te vullen. Niet zo sterk.

„Een mensenbrein is weinig meer dan een opgeschaald apenbrein. Niet zozeer beter, maar groter. Ik heb onderzoek met olifanten gedaan. Die hebben een brein van vier kilo! Wij hooguit anderhalve kilo. En de meeste van de olifantsneuronen zitten in hun cerebellum, in hun kleine hersenen. Heel anders dan bij ons. Alles doen die dieren met hun slurf: ruiken, aanraken. Visueel zijn ze vrij zwak. Héél anders dan wij. En een potvis heeft een brein van 8 kilo! Wat weten wij van hun denken? Van hun ‘bewustzijn’? Pas toen wij experimenten met een enorme spiegel gingen doen, bleek dat olifanten zichzelf in de spiegel konden herkennen. Die zelfherkenning geldt als belangrijk kenmerk van bewustzijn. Maar sinds het steeds vaker bij dieren wordt gevonden, wordt dat kenmerk natuurlijk steeds minder benadrukt.

„De kracht van taal wordt door mensen overschat. Als jij een bericht over een aardbeving in Turkije leest, denk je ‘Goh, erg’. Maar als je het op tv ziet, ben je diep onder de indruk van de ellende. Verzoening, empathie, inleving: het is niet rationeel, het is niet talig. Het komt voort uit impulsen en emoties, dat blijkt uit steeds meer onderzoek. De wetenschap is zelf het toonbeeld van rationaliteit, maar de laatste decennia is ze keihard bezig om ons rationale zelfbeeld af te breken. Sommige mensen vinden dat slecht nieuws. Maar ik denk dat het juist veel hoop geeft: dat moraliteit ons is aangeboren.”

In september werd in Atlanta een symposium over De Waal en zijn werk georganiseerd. „Geen echt afscheidssymposium hoor!”, zegt De Waal snel. „Meer een soort eerbetoon. Festschrift noemen we zo’n symposium in de VS: Honoring the career of Frans de Waal. Leuk toch? Dat is toch wel het meest bijzondere evenement van dit jaar.” Maar er was één nadeel: „Ik moet wel een speech van een uur over mezelf houden. Dat heb ik nog nooit gedaan!” De lezing is inmiddels te vinden op iTunes (zoek op ‘waal career’).

Bevalt het u vaker terug in Nederland te zijn?

„Ja, de mensen zijn echt vriendelijker dan vroeger! De atmosfeer is prettiger. En ze begroeten je zelfs hartelijk in winkels. Net als in Amerika. Maar de kapper verraste me. Waarom willen ze hier per se je haar wassen? Het is ook veel duurder. In Atlanta ga ik voor twaalf dollar.”

En de universiteit?

„Een beetje bizar is dat ik hier in Utrecht nu in het Engels college moet geven. Maar oké. Wat erg opvalt is dat hier zo weinig vrouwelijke hoogleraren zijn. Zeven procent geloof ik. Maar er zijn wel veel vrouwelijke studenten. Die krijgen zo geen goede rolmodellen, lijkt me. En ik verbaas me ook over de strikte opdeling van de wetenschappen. Ik ben bioloog, maar in Amerika werk ik bij de psychologiefaculteit, samen met psychologen, andere biologen, neurowetenschappers enzovoorts. Dat vindt daar iedereen normaal. De vraag is daar niet: is dit wel psychologie, maar: is het goede wetenschap? Aan Nederlandse universiteiten blijft iedereen in zijn eigen hok.

„En iedereen klaagt hier altijd over geld. Maar er zijn hier wel veel meer secretaresses. Dacht je dat ik in Emory een secretaresse heb? Welnee. Gaat ook prima. Mijn post en afspraken handel ik zelf af. Als je dat allemaal aan een ander moet gaan uitleggen is het meer werk. Ik heb in Atlanta vier bureaus: twee op het Yerkes Primate Centre: één met uitzicht op de chimpkolonie en een bij de kapucijners, maar die gaat dus weg. Dan nog een bureau thuis en op de Psychologie faculteit zelf. Als ik geen dropbox had, zou ik amper kunnen werken.”

Was het niet erg om afscheid te nemen van uw kolonie kapucijnapen?

„Ja, ik heb zo veel leuke dingen met ze gedaan! Bij chimpansees moet je altijd maar afwachten of ze zin hebben in experimenten. Motivatie is altijd een probleem bij mensapen. Maar kapucijnapen staan altijd klaar, altijd actief en gezellig. Kapucijnen zijn ook heel intelligent.

„In Wisconsin hadden ze indertijd geen chimpansees. Maar kapucijnen hadden ze wel.. Een dierenarts had 12 apen uit het medische lab voor me. Anders zouden ze afgemaakt worden. En ongelooflijk, daarna belde het medische lab, of ze er nog wat organen uit mochten halen! Ik heb die dieren echt gered. Een paar jaar later nam ik ze mee naar Yekes, in Atlanta. Daar leefden ze in een grote binnen- en buitenruimte. Er leven nog altijd leden van de oorspronkelijke groep. En die herkennen me natuurlijk. Maar het kan ze niks schelen. Héél anders dan bij chimpansees, die altijd blij zijn je weer te zien. Als ik naar Burgers Zoo ga, waar ik veel chimponderzoek heb gedaan, word ik nog altijd hartelijk begroet.”

Daar begon het allemaal in de jaren zeventig, toen De Waal de ins en outs van chimpanseepolitiek ontdekte, bij de chimpanseekolonie van Burgers Zoo in Arnhem. „De politieke kant van de chimps was nooit beschreven”, zegt hij er nu over. „Er werd wel gekeken naar de uitkomst van gevechten tussen de mannetjes. Maar niemand lette op strategieën of provocaties vooraf. Agressie zou de dieren ook uit elkaar drijven. Maar op een dag zag ik in Arnhem de twee grootste tegenstanders juist vrede sluiten. Ik heb toen echt uren zitten nadenken. Die denktijd heb ik nodig. Ik ben meer een dromer dan iemand van de theorie. En daarna wist ik het: dit is verzoening. Precies zoals bij mensen.” De wetenschappelijke wereld vond dat toen een absurd idee, “en nu is het juist gek als er na een gevecht géén verzoening is.”

In Arnhem werd ook de basis gelegd voor De Waals bestsellers. „Daar ben ik een soort missionaris geworden. En ik heb veel geleerd van de lezingen die ik toen in Burgers gaf, voor een gewoon publiek met bakkers en advocaten en zo. Dan leer je een verhaal vertellen. Want die mensen zijn absoluut niet geïnteresseerd in hypotheses en bewijzen, of in experimenten die net iets beter zouden zijn – die typische wetenschappelijke discussies. Deze mensen willen gewoon weten hoe het zit.”

Op zijn afscheidssymposium – dat dus geen afscheidssymposium was – sprak De Waal precies een uur over zichzelf. Hij somde al zijn prestaties op. Aan het slot van zijn voordracht vatte hij het allemaal samen: „Ik heb de apen een beetje omhoog gebracht, en, eh, de mensen een beetje naar beneden.”