Koken is een manier om je liefde te tonen

Nadia Zerouali (1975), co-auteur van de veelgeroemde Arabia-kookboeken, won met Melk en dadels de Gouden Garde Publieksprijs voor het beste kookboek van dit jaar. In het boek vertellen Marokkaanse moeders over hun gerechten.

Oranjebloesemwater

„Moet je dit water ruiken! Heerlijk hè. Van echte oranjebloesem gemaakt, uit Libanon. Merijn Tol, met wie ik de serie Arabia-kookboeken heb geschreven, en ik, importeren nu onze eigen middenoosterse producten. We kopen bij kleine producenten die we kennen van de reizen die we door de Arabische wereld hebben gemaakt voor de kookboeken. Wacht, ik maak ‘witte koffie’ voor je, van kokend water met dit oranjebloesemwater. Dat moet je niet proberen met die chemische troep uit de winkel.”

Winterswijk

„Mijn familie werd in Winterswijk geheel geaccepteerd. Als ik zag hoe ze de mensen behandelden die uit het westen kwamen, die hadden het heel wat zwaarder te verduren dan mijn moeder. Als de buurman het normaal vindt om zomaar binnen te lopen en te roepen: ‘buurvrouw, koppie koffie’ dan dacht mijn moeder: nou, ik doe mijn hoofddoek op en dan krijgt de buurman een kopje koffie. Mensen willen graag dat anderen met ze mee doen. Ik was daar gewoon Nadia. Het was wel leuk dat ik Marokkaans was, want wij hadden lekker eten en ik had dus heel goede ruilmiddelen op het schoolplein, maar ik was verder niet bijzonder.”

Almere

„Hier in Almere, ja ik wil niet lullig doen, maar het is gewoon wel PVV. Mijn buren zijn heel lief en ik vind dat ik hier heerlijk woon. Maar de stad Almere…? Als jij een Marokkaanse jongen bent van 20, 21 dan moet je eraan denken om je steeds goed te scheren, anders word je op één dag tien keer aangehouden in plaats van twee keer. Als je als Marokkaans jongetje over het voetpad fietst, moet je mee naar het bureau in plaats van dat je een berisping krijgt. Er is ook wel wat aan de hand. Er wonen echt niet belachelijk veel Marokkanen in Almere, vergeleken met Amsterdam of Den Haag, maar het overgrote deel van de overlast komt van Marokkanen. Ik moet nadenken of ik mijn zoon van negen wel op voetballen zal doen want Marokkaanse jongetjes op voetbal in Almere schoppen scheidsrechters dood. We hebben nu Marokkaanse jongens van 23 die hun broertje van 12 meenemen naar een gewapende overval.”

Eten

„Dan benadruk ik liever het leuke aan Marokkaans zijn. Behalve dat ik dat eten lekker vind, was de drijfveer voor Merijn en mij bij het maken van onze kookboeken ook dat we een andere kijk op de Arabische wereld wilden geven. Er is daar alles: een moderne kant naast een traditionele, een christelijke en joodse naast de islamitische, er zijn metropolen naast authentieke kashba’s. Er is handwerk, er is design. Er is poëzie en er is platte lol. Van dat alles wordt maar een ministukje belicht. Mijn ouders zijn zwaar moslim, drie keer naar Mekka geweest, die herkennen zichzelf natuurlijk voor geen meter in IS. Die worden heel verdrietig van wat er met hun godsdienst wordt uitgespookt. Wat moet je doen, wat maakt het beter? Dat weet ik allemaal niet. Wat kan ik? Ik kan eten koken, ik kan mensen met elkaar aan tafel laten zitten, ik kan mijn vriendin van de boerenmarkt in Tel Aviv laten eten met mijn lieve Libanese vriend van de markt in Beiroet.”

Moslim

„Ik ben gelovig opgevoed, maar ik kan niet zeggen dat ik echt moslim ben. Ik ben moslim zoals veel Nederlanders christelijk zijn, dat is mijn achtergrond, dat zijn mijn feestdagen, mijn cultuur. Ik geloof niet alles meer, tot grote frustratie van mijn ouders. Weet je, als je diep van binnen zou kijken, zou ik zeggen: ik ben een goede moslim, want ik doe mijn best om het zo goed mogelijk te doen, ook al draag ik geen hoofddoek, ook al geloof ik niet in een hemel en een hel.”

Melk en dadels

„Ik ben natuurlijk altijd met eten bezig, maar vriendinnen van mij niet. Die zijn inmiddels allemaal allang getrouwd, maar ze gaan nog voor couscous naar hun moeder, voor tajine naar hun moeder, die kunnen eigenlijk niets zelf maken. Marokkaanse moeders doen ook wel graag of het iets héél ingewikkelds en tijdrovends is. Dus daarom zijn we voor ons boek Melk en dadels Marokkaanse moeders gaan interviewen over hoe ze koken. Een vrouw in Meppel maakte een gerecht van gekonfijt lamsvlees dat ik niet kende. Die heeft me echt uitgelachen: wat ben jij nou voor Marokkaan?”

Moederliefde

„Ik ben heel Hollands geworden, ik vind dat kinderen gewoon moeten eten wat de pot schaft. Maar die moeders vonden dat kindermishandeling. Het is helemáál niet belachelijk om voor je zoon van 26 nog zijn lievelingseten te gaan koken als hij ’s avonds laat thuiskomt na een belangrijke wedstrijd. Een kind hoeft ook helemaal niet op zijn 28ste het huis uit te zijn. Die moeders halen echt hun trots uit hun keuken. Het is een manier om je liefde te tonen, niet met cadeaus of zo.”

Vrouwen

„Heel veel van mijn vriendinnen hebben een baan en een gezin, maar ze hebben geen goede oppas en geen hulp in huis. Ik vind echt dat ik het goed geregeld heb. Ik heb een hulp, en een oppas waar Tariq altijd terecht kan, die past al op hem vanaf zijn geboorte. Ik kan dus ook gewoon op reis voor een boek. Ik hoef niet verzenuwd in de file te zitten omdat ik anders uitgefoeterd wordt door een mevrouw van een kinderdagverblijf. Het is in Nederland niet echt ‘done’ om je kind naar de oppas te sturen, soms een poos achter elkaar. Dat is dan even niet anders. Ik zie aan vriendinnetjes dat ze het zich veel te moeilijk maken door alle eisen die ze aan zichzelf stellen.”

Werk

„Ik was net afgestudeerd van de opleiding marketing en communicatie, na de hotelschool. Ik was getrouwd, ik woonde in Winterswijk. Toen zag ik in Adformatie iets over een ‘Culinair reclamebureau’, van José van Mil in Amsterdam. Daar wilde ik werken. Ze zeiden: we hebben niemand nodig, we hebben geen geld, we zijn net begonnen. Ik heb me echt opgedrongen. Ik heb daar geleerd receptuur te ontwikkelen, ik heb receptkaarten gemaakt voor Albert Heijn, projecten voor Unilever en Conimex. Ik weet dat het onder anderen dankzij mij is dat Nederland steeds beter is gaan koken. Ik kan bij Conimex zeggen: ik wil dat er zes ons groenten in een recept gaat. Ik kan écht zorgen dat er in een product minder zout gaat, omdat je als je voor die supermarkten werkt, gehoord wordt. Dat heeft meer zin dan op een zolderkamer te gaan zitten schrijven hoe de mensen moeten eten.”

Getrouwd

„De zomer voor ik naar de hotelschool ging ben ik getrouwd. Ik was zeventien en erg verliefd. Mijn ouders houden niet van seks voor het huwelijk. Dus ik heb gezegd: jullie mogen de bruiloft gaan betalen. Mij is natuurlijk heel vaak gevraagd of ik ben uitgehuwelijkt. Kijk naar mij. Denk je dat ik me laat uithuwelijken? Maar ik ben wel heel praktisch, waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Ik ben gewoon gaan studeren, Hakim stimuleerde me heel erg om te gaan doen wat ik wilde doen. Het was een gouden tijd, ik zou het zo weer over doen. Hij is heel plotseling overleden toen Tariq nog maar een paar maanden was. Een auto-ongeluk. Ik heb er jaren niet over gepraat. Maar het heeft me ook gemaakt tot wie ik ben. En ik vind het leven daardoor nog veel belangrijker.”