Koenders: oppositie Syrië moet eenheid worden

Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken spreekt samen met Khaled Abu Salah (L) van de Harakat Hazm Brigade en een tolk (M) via Skype met oppositieleden in de Syrische stad Homs. Foto ANP / Handout Buitenlandse Zaken

Het is “cruciaal” dat Syrische oppositiegroepen hun meningsverschillen opzij zetten en een eenheid gaan vormen. Dat is de voornaamste boodschap van minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken vandaag in Istanbul, waar hij sprak met gematigde tegenstanders van het regime van president Bashar al-Assad.

Het kabinet kondigde vorige week aan meer hulp te willen geven aan gematigde groepen die vechten onder de vlag van het Vrije Syrische Leger. Ze zijn teruggedreven naar delen van het noorden en zuiden van het land en dreigen te marginaliseren.

Koenders sprak onder anderen met Hadi al-Bahra van de Syrian Opposition Coalition. Al-Bahra vroeg Koenders om hulp bij het opzetten van de politie, burgerbescherming en medische diensten. Hij heeft niet om wapens gevraagd.

Behoefte aan voedsel en medicijnen

Al-Bahra is “erg teleurgesteld” over de tot nu toe geleverde hulp van de internationale gemeenschap. Volgens hem werd vorig jaar maar 40 procent geleverd van het toegezegde bedrag. Er is vooral behoefte aan voedsel en medicijnen. Al-Bahra zei:

“Als de wereld niet helpt, wordt het volk een prooi voor extremisten.”

Nederland heeft sinds de burgeroorlog (die uitbrak in 2011) in totaal 114 miljoen euro aan humanitaire steun gegeven.

Kijk niet naar IS, maar naar Assad

De oppositieleider vindt dat het Westen te veel focust op de strijd tegen terreurorganisatie IS.

“De echte oorzaak is Assad. Als je zijn regime niet bestrijdt, slaag je er ook niet in het extremisme te bestrijden”.

Koenders ontmoette geen Turkse functionarissen. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken uitte eind november scherpe kritiek op het Nederlandse integratiebeleid. Er verscheen een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Turkije waarin Nederland werd beschuldigd van “agressief taalgebruik en racistische beschuldigingen” tegen de Turkse gemeenschap in Nederland. Koenders vroeg de Turkse regering toen om opheldering en de Tweede Kamer debatteerde over de kwestie.

Koenders keert binnenkort terug naar Turkije om deze kwestie uit te praten.