Kijk om naar je buren

Burgemeester Annemarie Jorritsma was dit jaar druk met de veel bekritiseerde decentralisaties – waarin ze heilig gelooft.

Annemarie Jorritsma: „Iedereen weet dat de verzorgingsstaat niet meer te betalen is.”

Dit dagboekverslag was er bijna niet geweest. Annemarie Jorritsma, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en burgemeester van Almere (VVD), had na een interview in maart dit jaar niet zo ontzettend veel zin meer om een jaar lang gevolgd te worden door deze krant. Twee NRC-journalisten, onder wie ondergetekende, voelden haar toen aan de tand over de stroom aan kritiek op de decentralisatieoperatie van 2015, als taken zoals jeugdzorg een verantwoordelijkheid van gemeenten worden. Is uitstel niet beter, mevrouw Jorritsma? Kunnen gemeenten de bezuiniging van 40 procent op de huishoudelijke hulp wel aan? Er wordt vanaf volgend jaar een groter beroep gedaan op het netwerk van burgers, maar wat als iemand helemaal geen netwerk heeft? Daar heeft u toch wel een idee van? Enzovoort. De „toon” van de vragen viel niet in de smaak. De krant zaagde haar door op een detailniveau waar zij, als bestuurder op hoofdlijnen, zich niet mee bezighield. Later in het jaar zou ze, terugkijkend, spreken van „een soort journalistieke vooringenomenheid”.

Dat ‘later’ kwam er dus: Jorritsma gaf de krant het voordeel van de twijfel – ze is positief ingesteld, „anders was ik geen liberaal”. De krant kon haar, voorvrouw van lokaal Nederland, volgen op weg naar die grote overdracht van macht, taken en tien miljard euro naar gemeenten op 1 januari 2015.

Of ze het leuk vond of niet: deze gesprekken – prompt ingepast in een propvol jaarschema – gingen stuk voor stuk over de kritiek op die operatie. Die liep namelijk als een rode draad door 2014. Een imposant aantal noodklokken werd geluid: door Kamerleden, SCP, CPB, een ‘jeugdzorgcommissie’, zorgverzekeraars, hoogleraren, oud-ministers.

Eind april

De politiek ligt stil, in Almere. Het is formatietijd, na de raadsverkiezingen van maart. Jorritsma’s VVD heeft twee zetels verloren, de PvdA drie. De PVV blijft met negen zetels verreweg het grootst. Jorritsma heeft als burgemeester „nauwelijks” invloed op de collegevorming. „Een ongemakkelijke periode”, zegt ze door de telefoon. „Zeker voor mij. Je moet op je handen zitten, en dat doe ik niet graag. Maar het geeft me wel de mogelijkheid me te bemoeien met de decentralisaties.”

Er is genoeg aan de hand. De bijbehorende bezuinigingsplannen leiden tot protest: 40 procent op huishoudelijke hulp, 15 procent op voorzieningen als dagbesteding. Abvakabo FNV roept dat „honderdduizenden mensen” straks niet de juiste zorg krijgen. „Tienduizenden” raken hun baan kwijt. Een batterij BN’ers, van Jan Pronk tot Sonja Barend, spreekt zich uit via een advertentie in De Volkskrant: „Je kunt niet de verzorgingshuizen sluiten, terwijl ook in de thuiszorg wordt gesneden.”

Jorritsma reageert koeltjes. Over de BN’ers: „Ik heb dan echt het idee dat ze niet weten waar het over gaat.” En: „Het is makkelijk roepen als je geen verantwoordelijkheid draagt.” Is zij, vertegenwoordiger van de gemeenten, dan niet bezorgd over die bezuinigingen? „Het kabinet heeft de bezuinigingen op de zorg al verzacht. Gemeenten krijgen 195 miljoen extra. Wij als VNG zeggen: als dat in 2015 niet genoeg blijkt, dan gaan we terug naar het kabinet.”

Eind mei

Jorritsma ontvangt op haar werkkamer, een ruim vertrek met grote ramen. In het midden een grote, ovalen vergadertafel met tien felrode stoelen. Er is goed nieuws: Almere heeft een college. „Eindelijk! Ik vond het al veel te lang duren.” Ze is de afgelopen weken zelfs halverwege een boek gekomen – Jonas Jonasson De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween.

Het is een bestuurskwintet geworden, in Almere: de klassieke middenpartijen, Leefbaar Almere en D66. Geen PVV dus: die stond buitenspel na de ‘minder Marokkanen’-rel rond Wilders. Aan Jorritsma de taak, als voorzitter van de raad, om de sfeer op te krikken. „Dat is altíjd mijn streven. Mijn stelling is: wees scherp op de inhoud, maar daarna moet je een glas wijn met elkaar kunnen drinken.”

Het gesprek komt op de nieuwe kritiek op de decentralisatie. Dat gaat, samengevat, zo:

NRC: „Jeugdzorginstellingen vrezen dat gemeenten pas in oktober de inkoopcontracten klaar hebben. Dat is te laat om het personeelsbeleid nog te kunnen aanpassen, zeggen ze.”

AJ: „Dat kan niet waar zijn. Als het budget bekend is, moeten gemeenten duidelijkheid geven.”

NRC: „Die instellingen zeggen het echt.”

AJ: „Even. Denken die mensen dat er na 1 januari geen jeugdzorg meer nodig is?”

NRC: „Heeft u dan het idee dat mensen problemen bedenken? Instellingen? De media?”

AJ: „Je noemt de media: ik zie bijvoorbeeld een programma als Nieuwsuur absoluut een poging doen om draagvlak voor de decentralisaties weg te nemen. Ik zie ze nooit iets positiefs zeggen.”

NRC: „De pers maakt van een mug een olifant?”

AJ: „Ik vind van wel. Ik vind dat er ongegeneerd gemanipuleerd wordt.”

NRC: „Gemanipuleerd?”

AJ: „Er wordt ingespeeld op de onzekerheid die leeft onder veel mensen, zoals ouderen. Met als doel aan te tonen dat de veranderingen in de zorg allemaal niet goed zouden zijn. Een soort vooringenomenheid onder journalisten. Misschien kijk ik er te zwart-wit naar, hoor. Maar heel veel journalisten doen niet hun best om te kijken hoe de zaken er werkelijk voor staan.”

NRC: „Ik vraag me af: waar komt toch het optimisme vandaan dat het allemaal lukt?”

AJ: „Omdat ik erin geloof. In die zin zijn Martin van Rijn (staatssecretaris VWS, PvdA) en ik het 100 procent met elkaar eens. Dat dit echt de goede weg is.”

NRC: „Geloof?”

AJ: „Het is ook onderbouwd. Er is inmiddels zoveel wetenschappelijke ondersteuning voor ongeveer alles wat we aan het opzetten zijn. Wijkteams, keukentafelgesprekken. En dan hoor ik op de radio [zet lage stem op]: ‘Het zal in de toekomst vaker voorkomen dat mensen tien dagen dood in hun huis liggen!’ Néé, denk ik dan. Als het goed is, neemt die kans juist af! Als het goed is gaan we weer een beetje op elkaar letten!”

Begin juli

Frankrijk lonkt. Drie weken gaat ze, met man, hond en caravan. Kamperen op het boerenerf van vrienden, niet ver van Toulouse.

De kritiek op de overheveling verstilt wat, nu de komkommertijd nadert. Maar Jorritsma merkt juist: bij veel gemeenten loopt „de temperatuur” op. „Het wordt spannender, bijvoorbeeld of de inkoop van de jeugdzorg tijdig rondkomt.” Kamerleden van D66 en CDA dringen in een motie aan op een strakke deadline, in het najaar. Jorritsma zou willen dat de Kamer meer rekening houdt met de lokale democratie. „Laten we wel wezen: we hebben lang moeten wachten op de wetten uit Den Haag. De nieuwe colleges zijn net aan de slag en het is alweer vakantietijd. Dat maakt het niet makkelijk.”

Eind augustus

Terug aan de ovalen tafel. Frankrijk was heerlijk, het boek van Jonas Jonasson is uit.

Een zomerse steekproef van deze krant onder zestig lokale coalitieakkoorden leert dat de participatiesamenleving vorm krijgt: de overheid legt de bal bij de burger. Nijmegen bezuinigt op groen-onderhoud in de hoop dat burgers zelf plantsoenen gaan snoeien. Zutphen vraagt inwoners boomgaarden aan te leggen. Vooral hopen gemeenten op meer mantelzorgers voor hulpbehoevenden. Eerder deze zomer waarschuwde directeur Kim Putters van het SCP juist dat de bereidwilligheid van burgers niet moet worden overschat.

Wat vindt Jorritsma van die waarschuwing?

„Mantelzorg wordt heel vaak uitgelegd als iets waar je uren aan kwijt bent. Maar soms is het: gewoon even kijken hoe het met de buren gaat. Een pannetje soep brengen.”

En een nieuw twistgesprek ontspint zich.

NRC: „Daar bespaar je toch geen geld mee?”

AJ: „Dat geld bespaar je omdat je van alle thuishulp een minder groot deel vergoedt.”

NRC: „En als mevrouw Jansen die huishoudelijke hulp nodig heeft?”

AJ: „Als ze die zelf kan betalen, dan betaalt ze zelf. En anders vergoedt de gemeente die hulp.”

NRC: „Dat zal toch vaak niet gaan? Met een bezuiniging van 40 procent?”

AJ: „We merken nu al: als je die keukentafelgesprekken anders voert, krijg je andere uitkomsten. We brengen de hele omgeving van die mensen in kaart. Bovendien: de bezuiniging is verlaagd. Voor 2015 is hij nu 32 procent.”

NRC: „Als er geld te kort is, dan zal er toch een vrijwilliger moeten stofzuigen? Tenminste: als mevrouw Jansen een net huis wil?”

AJ: „Het kan betekenen dat we straks meer aan thuishulp moeten uitgeven, ten koste van andere terreinen. Maar er valt nog steeds winst te behalen. Denk ook aan de tegenprestatie die bijstandsgerechtigden straks moeten verrichten. Het kan zomaar eens zijn dat je dan iemand moet begeleiden naar het buurthuis. Of even dat stofzuigertje moet vasthouden.”

NRC: „Is de verzorgingsstaat echt voorbij?”

AJ: „Iedereen weet dat die niet meer te betalen is. Sommige zaken moeten we zelf gaan doen. Helaas zijn bezuinigingen vaak de beste motor om participatie op gang te brengen. En ik vind ook dat je dat als overheid hebt uit te leggen. Er zijn voorzieningen die verdwijnen, er zullen mensen in de thuiszorg werkloos raken. Dat kán niet anders.”

Begin oktober

De VNG heeft net goed nieuws naar buiten gebracht: vier van de vijf gemeenten hebben vóór 1 oktober de contracten gesloten voor de thuiszorg in 2015. En de laatste eenvijfde handelt de laatste zaken snel af. Jorritsma in het persbericht: „Niemand hoeft bang te zijn dat men geen zorg meer krijgt”’

Er is ook slecht nieuws. Met de inkoop van de jeugdzorg vlot het niet. „We zijn lelijk gehandicapt”, zegt Jorritsma: het budget is in veel gemeenten nog krapper dan gedacht. „Van Rijn moet dit regelen. Hij heeft inmiddels ook toegezegd dat hij volgend jaar bestuurlijk comfort zal bieden.” Geld dus? „Ja. Al is pas in 2015 duidelijk hoeveel. Feit is: voor gemeenten is dit lastig. Dit gaat over kinderen.”

Eind november

Jorritsma staat hoog op Teletekst: ze heeft net bekend gemaakt dat ze volgend jaar stopt als burgemeester van Almere. Na twee ambtstermijnen, twaalf jaar dus, is het „mooi geweest”. Er komt „sleetsheid” op de „repeterende dingen”, zegt ze: het voorzitten van de gemeenteraad, de zestigjarige huwelijken. Als voorzitter van de VNG zou ze sowieso al in 2015 stoppen, ook na twee termijnen. Moeten we dit zien als pensionering? Ze wordt immers 65?

Nee, niets voor haar. Ze wil „leuke dingen” doen. Zeker is dat ze de Eerste Kamer ingaat, dat kost een dag per week. Verder ziet ze het wel. „Ik heb geen vastomlijnd plan.”

Dit is de laatste afspraak, tijd om een eerdere uitspraak van Jorritsma erbij te halen. Gemeenten zouden vóór 1 oktober de inkoop van de jeugdzorg geregeld hebben, zei ze in het voorjaar. Het is anders gelopen: zelfs op 1 november had ruim de helft zijn contracten nog niet klaar. Heeft ze de zaak onderschat? „Misschien had ik dit niet verwacht nee. Maar ik had het wel kunnen weten. Want het is volstrekt begrijpelijk dat gemeenten te laat zijn. Cliëntgegevens vanuit het Rijk hebben ze te laat ontvangen. En de budgetten van het Rijk strookten niet met die van de jeugdzorginstellingen.”

Moet de conclusie niet zijn, dat de decentralisatie beter een jaar, of zeg, een half jaar later had moeten plaatsvinden?

Nee. Dan hadden we over een half jaar met dezelfde problemen gezeten. We moeten het anders zien. Al dat gedoe met cliëntenbestanden en budgetten, al die bureaucratische stroop, toont juist de noodzaak van de hele decentralisatie aan. „Dat blijkt nu wel. Vooral de jeugdzorg is versnipperd over weet ik hoeveel instanties. Er was totaal geen overzicht over waar we in dit land mee bezig zijn. Het is heel goed dat alles zometeen in één hand komt, bij de gemeenten.”

Niet alles zal direct goed gaan, zegt ze. Natuurlijk niet. En, ze weet het zeker, de problemen zullen vanzelf boven tafel komen. „Ik heb het gevoel dat er straks een enorme batterij journalisten zit te wachten tot het ergens misgaat. Hoi, hoi, hoi, een incident.”