Ik zie nu pas hoe groot de stad is

Kajsa Ollongren begon het jaar als secretaris-generaal op Algemene Zaken en eindigt het als wethouder en locoburgemeester van Amsterdam.

Kajsa Ollongren: „De jongere generatie komt allang niet meer in de grachtengordel.”

Met vier reusachtige helikopters wordt president Obama neergezet op het Museumplein in Amsterdam. Het is 11 maart.

Hij is in Nederland voor de Nuclear Security Summit in Den Haag en maakt even een uitstapje naar het Rijksmuseum. Het moment waarop hij premier Rutte de hand schudt voor Rembrandts Nachtwacht is een reclamefilm voor het pas heropende Rijksmuseum.

Dit bezoek is in de maanden ervoor tot in details voorbereid door Ruttes secretaris-generaal Kajsa Ollongren, in nauwe samenwerking met burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam. De burgemeester wandelt met museumdirecteur Wim Pijbes naast president en premier door de eregalerij. Ollongren zit die dag gewoon te werken op het ministerie van Algemene Zaken. „Alles was goed voorbereid. De feitelijke dag van Zijn komst”, zegt ze met een spoortje van spot, „was niet zo spannend meer.”

Twee betrokkenen weten die dag nog maar dat Ollongren dan al besloten heeft over te stappen van Den Haag naar Amsterdam: Mark Rutte en zijzelf. In het najaar van 2013 had de lokale D66-leider Jan Paternotte haar gevraagd of ze wethouder in de hoofdstad zou willen worden.

„Eerst zag ik het niet voor me. Ik had een fantastische baan, dit was niet het goede moment. Maar ik beloofde dat ik erover zou nadenken. Ergens tussen Kerst en de verkiezingen van maart dacht ik bij mezelf: ik kan wel denken dat ik niet weg kan uit Den Haag, maar wat zich hier aandient, is ook niet niks. Ik heb weinig gepland in mijn loopbaan. Op het moment dat zich kansen voordeden, maakte ik altijd mijn keuze.”

De kans die zich voordeed was deze: D66 zou op 19 maart bij de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam weleens een historische overwinning kunnen behalen. En mocht het allemaal anders lopen, dan kon ze terugvallen op de afspraak die Mark Rutte met haar maakte. „Als het niet zou lukken – maar die kans was erg klein – dan mocht ik blijven.”

19 maart

Het lukt wel. Op 19 maart wordt D66 de grootste partij in Amsterdam. De Partij van de Arbeid ondergaat, aan de hand van de onervaren politicus Pieter Hilhorst, een historische nederlaag. Keek Kajsa Ollongren – toch ook een buitenstaander op weg naar de politieke arena – met bovengemiddelde belangstelling naar de rampzalige campagne van Hilhorst, de voormalige columnist? Nee, zegt ze zonder met de ogen te knipperen. „Ik heb dat totaal niet betrokken bij afwegingen voor mijzelf.”

2 april

In een van de raamloze kamertjes in het Amsterdamse stadhuis zit Kajsa Ollongren per telefoon een bericht te versturen. Ze zit er alleen. Ze heeft haar jas aan en ze wacht op de journalist die haar een paar snelle vragen komt stellen. Deze ochtend heeft Jan Paternotte haar gepresenteerd als kandidaat locoburgemeester. En dat terwijl de onderhandelingen voor een nieuw college nog niet eens op gang zijn gekomen.

Ze geeft kort en zakelijk antwoord op die snelle vragen. Het is duidelijk: Kajsa Ollongren is geen vrouw van small talk en met haar emoties loopt ze niet te koop. Dat onderstreept ze nog eens als we maanden later afspreken voor een langer interview: „Jullie willen toch niet van alles weten over mijn vrouw en kinderen hè?”

Op de vraag waarom ze in die vroege fase al naar voren werd geschoven, zegt ze aan het eind van het jaar: „D66 wilde graag laten zien: wij hebben serieuze kandidaten voor wethoudersposten. Maar ik wilde het zelf ook graag. Want als het niet bekend was gemaakt, had ik het aan sommige mensen toch moeten vertellen. Dan was ik de regie kwijtgeraakt. Wie zou ik het wel vertellen en wie niet? In mijn functie als SG sprak ik met veel mensen over vertrouwelijke zaken. Die mochten niet achteraf gaan denken: hé, maar toen ik dat tegen Ollongren zei, heb ik ook nog iets gezegd over dit of over die. En al die tijd wist zij al dat ze wethouder wilde worden!

„Er waren wel mensen die zeiden: ‘wat geef je op?’ Maar dat waren alleen de mensen in Den Haag, die hetzelfde werk deden als ik. Er waren wel anderen die zeiden: weet je zeker dat je de politiek in wilt? Uit zorgzaamheid. Politiek kan een hard vak zijn. Je staat in de wind. Het past bij mij om dat niet uit de weg te gaan. Ik heb vaak dingen gedaan waarvan ik dacht: dit is niet het allermakkelijkste.” Een voorbeeld? „In 2010 heb ik als ondersteunend ambtenaar vier maanden lang in een hok in de Eerste Kamer opgesloten gezeten. Dat was bij de formatie. Dat had ik niet hoeven doen.”

9 mei

De collegeonderhandelingen van D66 met GroenLinks en VVD lopen vast. Ollongren was er in die fase niet nauw bij betrokken. In de weken erna, als D66 met VVD en SP gaat onderhandelen, schuift ze wel aan.

Eisen voor haar eigen positie heeft ze nooit gesteld, zegt ze. Hooguit dit: „Ik maak de stap van achter naar voor de schermen, dan wil ik het liefst een portefeuille hebben waarmee ik zoveel mogelijk naar buiten kan. De stad in, reizen maken, niet steeds op kantoor.”

Ze zal de portefeuilles cultuur en economische zaken krijgen. Aan het eind van het jaar zegt ze tevreden in haar vrijwel lege werkkamer: „Ik ben relatief weinig hier.”

18 juni

„Goed gedaan”, zegt burgemeester Van der Laan zachtjes. Kajsa Ollongren, zwart jasje over een lichte jurk, heeft zich zojuist voorgesteld aan de gemeenteraad. „Ik ben, dat durf ik op mijn 47ste wel te zeggen, een teamspeler”, is een van de laatste zinnen die ze zegt. „Ik kijk uit naar de samenwerking.”

Ze heeft haar Haagse werkkamer leeggeruimd. Een filmbeeld: ze heeft haar pasjes ingeleverd en is met een kartonnen doos naar buiten gelopen.

Een dag voor de installatie kwam ze naar Amsterdam. Ze koos een assistent (er waren veel aanmeldingen voor deze functie) en maakte kennis met haar secretaresse en voorlichter en met „de mensen die je door die eerste paar dagen heen moeten loodsen. Want je bent overgeleverd aan je agenda.” Er ligt dus vanaf dag één een agenda klaar? „Ja, dat is heel bijzonder”, zegt ze – met een aarzeling die spot verraadt. „Die trein rijdt”, zegt ze. „Hij geeft zelfs nog een beetje gas, omdat de ambtenaren denken: de afgelopen maanden konden we zo weinig, nu hebben we eindelijk weer een wethouder, een handtekening!”

Ze maakt kennis met de routines van haar nieuwe werk. Geen maandagochtendoverleg met de premier, maar een vergadering met „het kleine team” op het stadhuis. „De hele tafel zat vol met mensen – dat was het kleine team. Dan wil ik het grote team wel eens zien! Dat komt zeker bijeen in de raadszaal.”

17 juli

Als Kajsa Ollongren met haar partner en hun kinderen in Zweden met vakantie is, hoort ze het bericht dat vlucht MH17 is neergehaald. Het eerste dat ze dacht: „Als ik nog SG was geweest, had ik nu het eerste vliegtuig terug naar huis genomen. Ik heb contact gezocht met het stadhuis en met de burgemeester – hij ging van zijn vakantieadres terug naar Amsterdam. Met Mark Rutte heb ik geen contact gezocht. Dat is een stelregel. Die mensen zijn hard aan het werk op zo’n moment, stoor ze niet.”

Augustus

De stad zindert, en niet van de hitte. Bij pro-Palestijnse demonstraties loopt de spanning op. Naar een balkon waar een Israëlische vlag overheen hangt, wordt een brandend voorwerp gegooid.

„Die dingen gebeuren. Het gaat er vervolgens om hoe je daarmee omgaat”, zegt Ollongren als ze op de zomer terugkijkt. Ze is een vrouw die graag de controle houdt, maar lijkt niet te schrikken van onvoorspelbare ontwikkelingen. Ze denkt hardop na over de vraag of sociale achterstanden in de stad iets met deze interculturele spanningen te maken hebben. Ze denkt van niet. „Die spanningen zijn meestal gebonden aan een incident ergens in de wereld.”

Hier spreekt Kajsa Ollongren, liberaal: „Die werkloosheid moet je aanpakken vanuit… toch vanuit kansen. Het is beter als kinderen van jongs af aan goed worden opgeleid, als er een goede school voor ze is, als je ze een beetje helpt met kiezen.”

De realiteit is dat dat nu niet zo is, zegt ze. Maar: „Je ziet veel mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond die het wel lukt. Ga eens kijken bij de Vrije Universiteit: allemaal meisjes met hoofddoek. Ik ga ervan uit dat dat de richting is die we opgaan.”

In de oppositie wordt wel eens een sneer gemaakt over het wereldbeeld van D66 – alsof iedereen in de stad echt gelijke kansen heeft en de inwoners uiteindelijk allemaal naar dezelfde bewuste supermarkt zullen gaan voor hun bewuste boodschappen. Kajsa Ollongren knijpt haar lichtblauwe ogen tot spleetjes. „Dat is echt een cliché.” Dit is haar argument: „D66 heeft het over de héle stad goed gedaan. Ons uitgangspunt is: geef mensen kansen. Mensen hebben talenten. Geef mensen de gelegenheid hun talent te ontwikkelen.”

3 en 4 september

In zakenwijk Canary Wharf in Londen stapt Ollongren uit de ambassadeauto en loopt direct naar de steven van de Amsterdam Clipper om met haar smartphone een paar foto’s te schieten. Even later staan ze op Twitter. Sinds ze van ambtenaar wethouder is geworden, is ze actief op het sociale medium en laat ze zien bij welke bijeenkomsten en openingen ze aanwezig is. Ruim 300 tweets heeft ze inmiddels verstuurd.

De Clipper, een zeilschip dat de gemeente samen met uitzendketen Randstad in bezit heeft, is twee dagen haar uitvalsbasis. Ze brengt een bezoek aan de Google Campus en heeft ontmoetingen met jonge bedrijven. Heeft ze iets nuttigs gehoord? „Ja, over de samenwerking van de gemeente met premier Cameron. Als het nodig is, vliegen ze hem of iemand van zijn team even in”, zegt ze. „Ik kan me voorstellen dat wij in de ambtswoning van de burgemeester regelmatig een groep jonge bedrijven uitnodigen en iemand uit Den Haag erbij halen. Ik weet dat Henk Kamp er echt in geïnteresseerd is, en Mark Rutte kan ik er ook wel voor interesseren.”

Ze heeft net een maand achter de rug waarin ze de cultuursector heeft opgezocht om kennis te maken. Niet alleen de gevestigde musea en theaters die ze toch al bezocht. „Je ziet dan pas hoe groot de stad eigenlijk is, als je ziet wat er in Noord of in Nieuw-West gebeurt. De binnenstad is veel te duur voor kunstenaars. Ik ben op plekken geweest die ik helemaal niet kende. Ook al woon ik sinds mijn achttiende in Amsterdam. En als je tegen de jongere generatie over het centrum begint, kijken ze je wazig aan. In de grachtengordel komen zij allang niet meer.”

9 oktober

Een werkbezoek langs culturele initiatieven in Amsterdam-Noord loopt flink uit. Zodra de pont zijn laadklep laat vallen, springt Ollongren op haar rammelende fiets en racet de stad door. De ranke wethouder oogt en fietst als een student: rood licht is geen reden om te stoppen. „Ik denk dat ik haast had”, zegt ze later. En: „Ik kan me niet vóórstellen dat ik door rood reed.”

Fietsen is haar sport, zegt ze. „Fietsen en schaatsen doe ik heel hard.” Ze heeft ook een seizoenskaart voor Ajax. Zit ze naast de burgemeester? „Nee, ik weet niet waar hij zit. Niet bij mij in het vak, dat was me zeker opgevallen.” Haar kinderen zijn fans en gaan mee. Haar partner niet. „Die komt uit Geldrop. Zij is voor PSV.”

Het valt ons op dat in de werkkamer van de wethouder van Cultuur geen kunst aan de muur hangt. Dat komt nog, zegt ze.

26 november

Raadswerk. Een langlopend dossier is op het finale moment beland, juist nu Ollongren de portefeuille beheert: de verbreding van een zeesluis bij IJmuiden. Als de gemeenteraad vanavond instemt, stelt Amsterdam zich voor 105 miljoen euro garant voor de kosten.

De vergadering sleept zich voort tot ’s avonds laat. „Als je er de eerste keer staat, denk je: hé, ik ben ineens politicus. Maar de tweede keer is dat al weg. Een van mijn collega’s vroeg vanmiddag, heb je er zin in? Ja! Ik zit er al de hele dag op te wachten.”

Er worden wat kritische noten gekraakt – moet Amsterdam nu wel zoveel geld riskeren voor een sluis die anders over tien jaar voor andermans risico wordt gebouwd? – maar uiteindelijk stemt alleen de eenmansfractie van de Partij voor de Dieren tegen.

De garantstelling was oorspronkelijk hoger: 135 miljoen. „Het is voor Amsterdam dertig miljoen goedkoper geworden”, zegt ze de dag erna. Voor de onderhandelingen was ze weer terug in Den Haag. Was het nog handig om daar de weg te weten? „Toevallig onderhandelde ik met iemand die ik nog kende. Dat is prettig, je kunt het voorstellen overslaan bij wijze van spreken. Maar het is belangrijker dat ik weet hoe dit soort processen werkt. Hoe je onderhandelt. Hoe je deadlines in je voordeel laat werken.”

Er hangt, valt ons op, nog altijd geen kunstwerk aan de muur. Ze vertelt dat ze een uur had vrijgemaakt om in het depot van het Stedelijk Museum te zoeken – „veel te kort, natuurlijk”. Ze dacht slim te zijn, en vroeg om kunst van een Amsterdamse kunstenaar. „Maar dat beperkte de keuze maar een heel klein beetje. Er komt nu iets. Van wie? Ojee, dat ben ik even vergeten.”

8 december

Burgemeester Van der Laan is op handelsreis naar Vietnam, Kajsa Ollongren is even de baas in de stad. Bij haar aantreden vroeg de lokale zender AT5 of ze zichzelf al met de ambtsketen voor de spiegel zag staan. „Hoe kom je erbij?” Op het Amsterdamse stadhuis wordt haar rust tijdens vergaderingen gewaardeerd, net als het overzicht waar gezag uit spreekt. „Ik kan goed plannen. Ik weet wat belangrijk is en wat niet. Thuis denk ik niet dat ze mij heel erg georganiseerd vinden. Ik ben niet zo van netjes.”

Wat ze in deze eerste periode heeft geleerd is praten. „Als je altijd naast iemand staat om in zijn oor aanwijzingen te fluisteren, dan spreek je heel kort. Er is alleen tijd voor het hoogst noodzakelijke. In drie zinnen heel kernachtig formuleren waar een bewindspersoon een overleg mee in moet gaan.

„Als wethouder verwachten de mensen van mij dat ik een heel verhaal houd. Als ik ergens op bezoek ben en heel kernachtig zeg wat ik bedoel, kijken ze me aan en dan zie ik ze denken: ja, en verder? Ik geloof dat ik daar snel aan begin te wennen.”

De muren van haar werkkamer zijn nog altijd kaal.