Ik wijs op de schoonheid

Kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper publiceerde vijf sprankelende boeken in 2014. Hij is het mopperen voorbij.

Sjoerd Kuyper: „De hele kunstsector heeft recht van klagen, maar zolang het niet honderd procent oneerlijk is, zul je je moeten aanpassen denk ik.”

‘Je weet dat er op deze wereld maar één manier is om veel boeken te verkopen, en dat is bij De wereld draait door komen”, zegt Sjoerd Kuyper, met een brede lach. Het is eind februari als zijn kinderboek Ho- tel De Grote L door de boekhandelaren van het DWDD-panel in de uitzending de grootste lof toegezwaaid wordt. Nee, niet als ‘boek van de maand’, maar de woorden waren er niet minder euforisch om: „Deze man verdient alle lof.” Het is maanden later als Kuyper nog steeds glundert, in zijn huiskamer in het Noord-Hollandse Bergen: „Deze vrolijkheid was me nog nooit overkomen.”

Februari

Sjoerd Kuyper (1952) was terug met Hotel De Grote L, en op zijn best, aldus de recensies, lovend zoals maar zelden. De dertienjarige Kos moet plotseling het hotel van zijn vader runnen als die in het ziekenhuis terechtkomt, en ondertussen wordt de jongen ook nog overspoeld door een verpletterende kalverliefde, en doet van dat alles verslag in een gesproken dagboek voor zijn overleden moeder. Lucht en ernst, kolder en drama gaan in dit boek een heerlijk huwelijk aan. Zoals Kos opmerkt: ‘Idioot dat de dingen zo door elkaar heen lopen, dat je niet weet wat je het eerst te wachten staat: zoenen op een duintop of huilen aan een graf.’

Het tintelde van het schrijfplezier. Kuyper: „Ja, schrijvend had ik al wel het idee: góh, wat ben ik lekker bezig! Dat is ook de reden dat het boek er kwam – in eerste instantie schreef ik dit puur voor mezelf. Voor een familiefilm van Ineke Houtman had ik het scenario geschreven over deze jongen in dit hotel, maar toen daarvan de eerste versie af was, kende ik dat jongetje nog niet zo goed. Toen ben ik zijn dagboek gaan schrijven, om hem te leren kennen. Dat schreef zó lekker, het plopte eruit.” De film is in ontwikkeling, het boek is niet onopgemerkt gebleven.

Zo begon het jaar goed. En dan te bedenken dat er in de volgende maanden nóg vier boeken van Kuyper op de rol stonden. De Theo Thijssenprijs, de driejaarlijkse oeuvreprijs (60.000 euro) voor een kinderboekauteur die hij in 2012 ontving, was allerminst een eindhalte. „Maar 2013 was een klotejaar: ik had weinig opdrachten. De kleinere musicalproducenten voor wie ik liedjes schreef, waren ermee opgehouden. Ik dacht toen: dan ga ik dit jaar veel boeken maken, voor volgend jaar. Dat kon, want ik had nog wat geld van de Theo Thijssenprijs op mijn bankrekening staan.”

„Ik dacht aan ingetogener werk, poëzie, waarmee ik ook mijn carrière begonnen was, om de cirkel rond te maken. Maar ik ervoer bij het schrijven van dit jongensdagboek een soort bevrijding. Ik zat nu te schrijven met een soort vileine vreugde die terugging naar mijn jonge jaren, met het gevoel iets te maken wat je nog nooit hebt gemaakt. En dan blijkt dat wat je zelf het allerleukst vindt ook het leukst gevonden wordt.”

Mei

„Margje, vertel jij eens wat.” Boek twee, dat in het voorjaar verscheen, maakte hij samen met zijn vrouw: het prentenboek Mama Lief Alsjeblieft. Zoet, lieflijk, gelukzalig.

Margje schuift aan, hij haalt even verse koffie. Sinds 1970 zijn de twee samen – en soms maken ze samen een boek. Zij: „Het was mijn ideetje: een kind dat papieren bloemen plukt voor zijn moeder en ze samen met haar inplakt, als een eeuwig boeket. Ik schreef een ruwe versie, Sjoerd maakte daar een fijnzinnig verhaal van.” Hij: „Het boek is voortgekomen uit de liefde waarmee iedereen het maakte. De schrijvers, de illustrator Martijn van der Linden en de uitgever, Hoogland & Van Klaveren.”

Die warmte en waardering verwacht Kuyper ook van een uitgever. Ook uitgeverij Lemniscaat, waar de meeste van zijn kinderboeken verschijnen, noemt hij ‘een familie’ waarvan hij zich ‘een waardig gezinslid’ voelt. Hij stapte over naar die twee uitgeverijen in de tijd na zijn Annie M.G. Schmidtlezing, waarmee hij in 2009 veel stof deed opwaaien. In de lezing hekelde hij het ‘nieuwe uitgeven’ waarin commercie allesbepalend was. Minachting voelde hij daarin ‘voor wie ik ben, wat ik gemaakt heb en nog maken wil’, zei hij destijds, donderend boos.

Het kostte hem zijn uitgevers, en veel grijze haren. De lezing is opgenomen in het boek Kwaaie verhalen van liefde, een verzameling brieven en andere teksten. „Ik had tegen Hoogland & Van Klaveren gezegd: in 2014 vier ik mijn veertigjarig schrijversjubileum, en dan wil ik een feestje geven én ik wil graag dat dit boek er komt. Dat vonden ze prima.”

Beide kwamen er, half mei, in een volle Ruïnekerk in Bergen. „De burgemeester was er ook, ik dacht nog: die snapt het, dat er iets van cultuur in haar dorp is.” Maar ze kwam ook iets zeggen. „Ja, die dinges”, mompelt Kuyper. Het had de koning behaagd hem te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Hij praat er wat schuchter omheen: „Daar kan Margje je meer over vertellen.” Zij: „Het was een idee van vrienden, om hem in het zonnetje te zetten. Maar het gevaar bestond dat hij zou weigeren.” Hij: „Het zit niet in mijn afkomst om dat leuk te vinden, mijn voorouders waren communistische types. Mijn grootmoeder zou vernoemd worden en Wilhelmina gaan heten, maar dat werd Wilhelmine, zodat het maar niet hetzelfde was als de koningin.”

Weigeren was prettig recalcitrant geweest, maar de romanticus Kuyper kon de eer toch niet weerstaan. „Het was een moment van geluk”, zegt hij, zuinigjes alsof het een bekentenis is, en gooit er een wisecrack in: „Het mag de koning dan behagen, het zijn je vrienden die het vragen.”

Oktober

Het valt op: Kuyper moppert niet meer. Dat blijkt ook op een vrijdagmiddag eind oktober, bij de boekpresentatie van alweer een boek, het vierde , het kinderboek De duik, op de Theaterschool in Rotterdam. In de coulissen memoreert hij een optreden tijdens de Kinderboekenweek, begin oktober. Hoe hij kwam voorlezen in een boekhandel, en er geen kip kwam, hoezeer de boekhandelaars hun best ook hadden gedaan, het was nota bene gratis. Tja, zegt Kuyper, en hij haalt zijn schouders op. „Je moet niet denken dat er iemand op je zit te wachten.”

Maar hier voelt hij zich welkom. In Rotterdam wordt hij op het podium geïnterviewd over het boek, dat alle aanwezige brugklassers gelezen lijken te hebben. „Heeft uw boek ook met uzelf te maken?” is een van de vragen van de leerlingen.

De duik speelt op Curaçao, waaraan Kuyper zijn hart verpand heeft, en waarover hij nu in zwierige zinnen schrijft, uitbundig, in een smeltkroes van genres en taalregisters. „Het was een voortzetting van die bevrijding”, zegt Kuyper later. „En het heeft iets te maken met het vreselijke gedrag van Nederlanders op Curaçao. Hier kunnen ze hun bek niet houden over integreren, daar spreken ze geen woord Papiaments. De irritatie daarover voel je op het eiland. In De duik wilde ik juist de schoonheid van samenzijn tonen.

„Schoonheid blootleggen, dat doe ik graag. De wereld is zo mooi – en er is allemaal beroerdigheid, ik ben niet gek. Maar ooit schreef ik in mijn boek De rode zwaan over een mythische reisgenoot, die bij je wieg verschijnt en voor je uit je leven door reist, om te zien wat je te wachten staat. Dat vertelt hij je dan en dan mag je belissen of je wilt leven of niet. Iedereen die leeft heeft dus gezien dat het leven, ondanks alles, toch de moeite waard is. Maar af en toe moet je weer even gewezen worden op de schoonheid van alles om je heen. Dat die er toch is. Dat probeer ik te doen.”

December

Niet mopperen dus? „Ik doe het niet meer, ik ben klaar met mopperen.” Kuyper zegt het in december, vlak na Sinterklaas. Vlak na de week waarin jeugdboekenschrijfster Floortje Zwigtman een ‘literaire suicide note’ de wereld in stuurde. Er klinkt een echo van Kuypers lezing in haar boodschap door: er is geen aandacht voor jeugdboeken meer. „Als kunst en literatuur zo belangrijk zijn als de maatschappij en de politiek met de mond belijden, laten ze dat dan maar eens bewijzen.” Anders stopt ze ermee.

Kuyper: „Ik vind dat iedereen het volste recht tot mopperen heeft, want de omstandigheden vragen er nog steeds soms om. Veel schrijvers zijn begonnen in de gouden eeuw van het jeugdboek. Ze werden met open armen binnengehaald door uitgevers, hebben zich helemaal op het schrijven gestort, zich huizen aangeschaft, en komen nu bedrogen uit. Dat is het zure. De hele kunstsector heeft recht van klagen, maar ik wil niet meer kijken naar wat er verdween. Ik wil kijken naar wat we nu hebben en van daaruit weer gaan bouwen.”

Kuypers laatste boek van 2014 heet De vrienden van Sinterklaas, en gaat over Zwarte Piet. Hij presenteert er Pieten als ‘vrienden van Sinterklaas’ – en de vader van hoofdpersoon Broes mag Piet worden, zonder zwart gezicht. Het was zijn bijdrage aan de zwartepietdiscussie: niet iets wegnemen van het sinterklaasfeest, maar iets toevoegen. Oplossingsgericht. „Met een goed doordacht alternatief gaan kinderen vanzelf weer mee in het sprookje. Is er een roze piet, dan willen ze roze piet zijn.”

Dat in de eerste aflevering van het Sinterklaasjournaal de Pieten nog ‘ouderwets gezellig’ zwart waren, schoot hem daarom in het verkeerde keelgat. Vlak na de uitzending belde de krant Trouw hem op, om een reactie. „Gruwelijk”, vond hij de uitzending. „Zum Kotzen”, tierde hij. Waarna hij op zijn beurt uitgekotst werd op sociale media. Kuyper sliep er slecht van. „Met mijn kleren aan. Ik dacht: straks staan ze hier voor de deur. Dan wil je er toch netjes uitzien.”

De volgende dag hing DWDD aan de telefoon. Later belden ze toch weer af. „Goddank. Ik wilde helemaal niet meedoen aan die discussie, alles was al gezegd. Ik wilde alleen een nieuw sprookje vertellen voor na de discussie.” Lachend: „Ik denk dat er nooit iemand zó blij is geweest dat hij niet naar De wereld draait door hoefde.”