Ik werk niet op emotie

Iris van Herpen hield haar eerste grote prêt-à-portershow in Parijs en kreeg een grote prijs. ‘Meestal ben ik te druk om te beseffen hoe goed het eigenlijk gaat.’

Iris van Herpen: „Voor een collectie kan ik me heel erg in iets verdiepen. Maar het is meestal moeilijk dat over te brengen.”

Amsterdam, 5 december 2014. Jetlagged zit modeontwerper Iris van Herpen (30) achter een kop sterke Japanse thee in een klein kamertje in haar atelier aan het IJ in Amsterdam. Ze is omringd door schoenen die ze de afgelopen jaren ontwierp in samenwerking met het Nederlandse merk United Nude: laarsjes met enorme plateauzolen en een naar binnen gebogen hak, die doen denken aan miereneters; een paar schoenen met puntige uitsteeksels onder de zool en ook weer als hak.

Van Herpen is net terug van meer dan een maand reizen. Met haar vriend, die de muziek voor haar shows verzorgt, is ze op vakantie geweest in Cambodja. Daarvoor was ze in Londen, Dubai, Hongkong, Shanghai en Tokio. Die laatste drie steden deed ze aan met mensen van Dom Pérignon. In opdracht van het champagnemerk maakte ze voor het eerst twee ontwerpen die niets met mode te maken hebben – een beeld en een doos – en die werden in elke stad door haar gepresenteerd.

Als ze uitlegt hoe het rijpingsproces van champagne haar heeft geïnspireerd tot een 3D-geprint beeld van een cocon waaronder een magnetisch veld is aangebracht, waardoor de ijzerhoudende vloeistof waarin het ligt in beweging is, moet ze naar woorden zoeken. „Ik heb het de afgelopen tijd heel vaak verteld, maar alleen in het Engels”, excuseert ze zich.

Voor Iris van Herpen loopt een jaar niet van januari tot december: ze denkt in modeseizoenen, die beginnen en eindigen met haar Parijse shows, in maart en in oktober. „Maar 2014 is een bijzonder jaar geweest”, zegt ze.

„De modewereld heeft deze onbevreesde verbeelding en experimenten nodig om haar ambacht vooruit te brengen”, schreef de gezaghebbende modecritica Suzy Menkes afgelopen maart in The New York Times over een show van Van Herpen.

Onbevreesd, het is een goede omschrijving voor Van Herpen, al doen haar tengere verschijning en zachte stem op het eerste gezicht anders vermoeden. Net als eigenzinnig en wilskrachtig. In de acht jaar dat ze bezig is, heeft ze zich nooit laten leiden door commercie of door de mening van anderen, laat staan door wat anderen maken: geen ontwerper doet wat zij doet, ze gaat haar eigen weg.

Iris van Herpen maakt unieke combinaties van traditioneel handwerk en moderne materialen, die het begrip kleding steeds een beetje verder oprekken. In een jurk van latex zijn vormen van fossielen en botten aangebracht. Uit een jas van rubber lijken complete vogels te groeien. Met glanzende kunststof repen bedekte jurken hebben bolle, insectachtige vormen. In 2010 was ze de eerste modeontwerper die een 3D-geprint kledingstuk op de catwalk liet zien, een witte top die opgebouwd was uit verschillende ronde vormen.

Die was nog hard. Tegenwoordig zijn haar geprinte kledingstukken veel zachter. „Nog steeds niet zo zacht als wol of katoen”, zegt ze. „Maar ik weet dat dat binnenkort gaat veranderen. Het bedrijf dat vlees print, ontwikkelt nu ook leer waarvoor geen dier hoeft te worden gedood. Wat ik ook spannend vind, is dat iedereen op een gegeven moment zijn kleren op maat zal kunnen laten printen.”

Ze was op de middelbare school meer van wiskunde dan van taal, vertelt ze. Maar vergeleken met de mensen met wie ze samenwerkt, is ze op technisch gebied vaak „een sukkel”, zoals ze zegt. Die mensen, dat zijn bijvoorbeeld de Canadese kunstenaar/architect Philip Beesley, bekend om zijn monumentale kunststof installaties en de Amerikaanse ontwerper/architect Neri Oxman. Zij is verbonden aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology) en een pionier op het gebied van 3D-printen. „Met hen werk ik zoals andere couturiers met bont- en borduurateliers.”

Parijs, 4 maart

In de backstageruimte in Cité de la Mode, een modern gebouw aan de oevers van de Seine dat bedoeld is voor shows en exposities, vormt zich een lange rij journalisten. Om Iris van Herpen, die net haar collectie voor najaar 2014 heeft laten zien, te feliciteren, maar vooral ook om vragen te stellen. Wat is ‘biopiracy’, het thema van de show? („Het stelen van biologisch materiaal door patent op genen aan te vragen.”) En wat was er met die plastic zakken?

Het was Van Herpens eerste grote show tijdens de prêt-à-porterweek. Het vorige seizoen debuteerde ze er met een presentatie in een nachtclub. Daarvoor showde ze een aantal keer tijdens de Parijse haute-coutureweek, maar ze wil dat haar kleding nu ook wordt verkocht in winkels.

Naast spectaculaire stukken, zoals ditmaal een korte, met glazen ‘stenen’ bezette jurk met een ronde, zeer hoge kraag, liet Van Herpen daarom ook wat simpeler kledingstukken zien, zoals broeken en tops van een glanzend, metaalachtig technomateriaal. „Geen spijkerbroeken, maar voor mij zijn het toch wel basics, die je kunt combineren met gecompliceerdere dingen.”

Het was een show om niet snel te vergeten, alleen al vanwege het decor. De modellen liepen om drie installaties van kunstenaar Lawrence Malstaf heen, waarin enorme plastic zakken hingen, elk met een model erin. Die werden vlak voor de show bijna vacuüm gezogen. Omdat de modellen in de zakken bewogen, leek het alsof ze niet genoeg lucht kregen en in paniek raakten. Dat is niet waar, zegt Van Herpen. „Het is echt heel comfortabel. Ik heb het zelf uitgeprobeerd.”

Amsterdam, 19 juni

Aan een muur in het atelier hangt een foto die Karl Lagerfeld, naast beroemd modeontwerper ook fotograaf, van een van de 3D-geprinte jurken van Van Herpen maakte. Hij heeft er een boodschap op geschreven, die bijna onleesbaar is, maar er lijkt een zin met ‘Iris’ en ‘talent’ te staan. „Ik ben nu een tijdje met hem in contact”, zegt Van Herpen. „Hij nodigt me ook altijd uit voor de show van Chanel. Ik ben een paar keer gaan kijken, maar mijn shows zijn nu op dezelfde dag, en dan zit ik daar toch redelijk gestresst.”

En stress is iets dat ze zo veel mogelijk vermijdt. In het studio heerst een bijna serene rust. Een internationaal gezelschap van zo’n twintig jonge, sober geklede mannen en vrouwen – vijf vaste krachten, plus freelancers en stagiaires – werken bijna in stilte. „Ik heb rust nodig om te kunnen werken”, zegt ze. „Vlak voor een show is het hier net zo kalm als nu. Die ateliers waar mensen de hele tijd maar schreeuwen en rondrennen, ik snap daar niks van. Hoe kun je daar iets maken?”

Van Herpen arriveert elke dag om 9 uur in de studio („Ik kan alleen hier ontwerpen”), ’s avonds om half zeven begint het opruimen. Ze houdt elk weekend één dag vrij en laat – ongebruikelijk in de mode, waar vlak voor shows 24-uursdiensten worden gedraaid – niemand ’s nachts doorwerken. „Dat levert toch nooit iets op.”

Ze is, zegt ze, nog nooit in paniek geraakt, zelfs niet die keer toen vlak voor het begin van een show in Amsterdam bleek dat er een fabricagefout in de schoenen zat en ze haar modellen met blote voeten de catwalk op moest sturen. „Ik ben niet iemand die werkt op emotie. Ik kan een show spannend vinden, maar ik denk wel altijd: het heeft geen zin om als een kip zonder kop rond te gaan rennen.”

In de zomer van 2007 debuteerde ze op Amsterdam Fashion Week met jurken, gigantische hoofdtooien en maskers van metaal en smalle reepjes leer. Nooit eerder en nooit meer is op de Amsterdamse modeweek zo’n verrassende eerste show te zien geweest. Twee jaar later maakte ze de stap naar Londen, sinds 2011 showt ze in Parijs.

Van Herpen heeft solo-exposities gehad in het Centraal Museum (Utrecht) en in het Groninger Museum; die laatste tentoonstelling is nu in Israël, heeft Frankrijk en Zweden aangedaan, en gaat nog naar de VS, Schotland en Italië. Zeker tot 2018 blijft die reizen.

Dit voorjaar kwam haar editie van A magazine uit, een Belgisch modeblad dat gemaakt wordt in samenwerking met ontwerpers. Van Herpens nummer is een bewijs van haar status in de modewereld: Karl Lagerfeld werkte eraan mee, bekende fotografen als Nick Knight en Jean-Baptiste Mondino. Actrice Tilda Swinton en topmodel Saskia de Brauw poseerden voor haar.

„Meestal ben ik te druk om te beseffen hoe goed het eigenlijk gaat”, zegt ze. „Het is natuurlijk heel fijn. Dat er überhaupt al mensen komen naar mijn shows, en dat er dan ook positief over wordt geschreven!”

Van Herpen brengt inmiddels veel tijd door in Parijs, waar het pr-bureau zit. „Ik vind het prettig om in Amsterdam te werken, omdat ik hier meer rust heb, maar Parijs begint te voelen als thuis. Ik hoef er ook minder uit te leggen dan in Amsterdam of Londen. Mensen zagen er vanaf het begin meteen dat wat ik maak couture is.”

Haar klantenkring bestaat uit vrouwen als Björk, Tilda Swinton en de Britse societyvrouw Daphne Guinness. De stylist van Beyoncé leende vorig jaar iets voor een videoclip, Lady Gaga droeg vijf jaar geleden al eens een jas van haar hand („Zij is iemand die aandacht wil en daarom leuke kleren draagt”, zei een onaangedane Van Herpen destijds. „Ik houd meer van vrouwen die echt power hebben, zoals Skunk Anansie.”)

Maar dat ze al bijna vanaf het begin van haar ontwerpen kan leven, dat heeft ze vooral aan musea te danken, die haar werk al snel begonnen aan te kopen. „Zij betalen eerlijke prijzen voor het werk dat er in mijn ontwerpen zit. Aan sommige dingen wordt maanden gewerkt. 3D-prints zijn ook duur, zeker in het begin, toen kostte dat voor één top al 10.000 euro.”

Amsterdam, 2 september

Begin juli werd bekend dat Van Herpen een van de grootste internationale modeprijzen heeft gewonnen: de Franse Andam Award. Het leverde haar een bedrag op van 250.000 euro. Bovendien wordt ze een jaar lang begeleid door François-Henri Pinault. Hij is de topman van modeconcern Kering, waar onder meer Saint Laurent en Balenciaga onder vallen.

„Er wordt niet alleen gekeken naar creativiteit, ze willen ook dat je bedrijf goed in elkaar zit”, zegt Van Herpen door de telefoon.

Vorig jaar werd ze ook al genomineerd. „Maar toen zat ik tussen mensen van wie de collecties al in vijftig winkels hingen, en had ik nog niet eens een prêt-à-portercollectie. Bovendien ben ik heel slecht in praten voor een groep mensen; ik doe daarom nooit lezingen. Ik had me er ook helemaal niet op voorbereid – het was een dag na mijn haute-coutureshow. Er wordt van je verwacht dat je tien tot vijftien minuten aan het woord bent, maar ik heb daar alleen maar gestaan. Letterlijk.” Dit keer ging dat beter, zegt ze. „Althans: ik heb in elk geval wel wat dingen gezegd.”

Haar eerste lunchafspraak met Pinault heeft ze inmiddels achter de rug. „Ik weet niet meer in welk restaurant, maar het was er heel mooi. We praatten over wat hij doet en hoe hij denkt te kunnen helpen. Hij is natuurlijk een goede zakenman, maar ik merkte dat hij ook echt van mode houdt.” Heeft hij belangstelling om haar merk in te lijven? „Die kans lijkt me klein, hij lijkt me geen man van impulsen. Maar hij houdt me wel in de gaten. Ik vind het fijn dat hij meekijkt. En hij heeft al tips gegeven voor de productie. In het segment waarin ik werk, moet alles er heel luxe uitzien. Dat is misschien wel het allermoeilijkste om te bereiken.”

Parijs, 3 oktober

De show van de voorjaarscollectie 2015 van Iris van Herpen gaat bijna beginnen. Op het dak van Centre Pompidou zijn alle zitplaatsen ingenomen, de fotografen staan klaar. Backstage legt de ontwerper aan Suzy Menkes uit wat ze straks te zien zal krijgen: een collectie gebaseerd op magnetische velden, iets dat ze ook heeft gebruikt in haar beeld voor Dom Pérignon. Om er meer over te weten te komen, bezocht ze in het voorjaar in Zwitserland CERN, het Europese instituut dat onderzoek doet naar elementaire deeltjes. De grillige schoenen van ijzerhoudend rubber zijn ‘gegroeid’ op een magnetisch veld, andere kledingstukken spelen met het idee van magnetisme.

Ondertussen worden de modellen in hun outfits geholpen. In het tijdelijke cafetaria pakken de cateraars de restjes sesamkip, pompoenpuree met geitenkaas en tabouleh met granaatappelpitten in. Er is volgens twee van Van Herpens modellen geen show waar het eten zo goed is verzorgd.

De late middagzon zorgt tijdens de show voor prachtig licht, dat dwars door de twee kledingstukken schijnt die ze maakte met Philip Beesley en die de onzichtbare magnetische krachten verbeelden: een zwarte jurk en jas met daarover een laag van zachte, transparante kunststof waar met de hand een grillig driedimensionaal patroon in is gemaakt. Dat geeft een dramatisch ‘halo-effect’.

„Alles kwam dit keer heel naturel”, vertelt ze na afloop. „Voor een collectie kan ik me heel erg in iets verdiepen. Maar het is meestal moeilijk dat over te brengen. Dit keer was het voor iedereen behapbaar.” Ook de kledingstukken zagen er natuurlijker uit dan anders, erkent ze: de jurken bewegen meer met de vrouwen die ze dragen mee dan anders, waardoor ze sensueler zijn. „Dat is iets waarop ik erg heb geprobeerd te letten.”

Ze heeft haast: er is anderhalf uur om de collectie te laten fotograferen op het Nederlandse model Iekeliene Stange. Elders op de verdieping staat haar beeld al opgesteld en liggen de flessen champagne koud. Als de genodigden voor de afterparty straks allemaal binnen zijn en een glas in hun hand hebben, zal ze uitleggen hoe het rijpingsproces van champagne haar heeft geïnspireerd tot een 3D-geprint beeld van een cocon waaronder een magnetisch veld is aangebracht, waardoor de ijzerhoudende vloeistof waarin het ligt in beweging is.