Ik strijd tegen verstikking

Elou Akhiat opende een wijnbar in Rotterdam. Dat was een stapje te ver.

Elou Akhiat: ,,Autochtone Nederlanders kunnen de druk van de gemeenschap niet begrijpen. Die denken: ‘Nou, dan ga je toch lekker je eigen weg’.”

D e Messias zou komen op een zwart paard en de koppen afhakken van de ongelovigen. Dat verhaal werd in de familie van Elou Akhiat verteld. Ze was een jaar of drie, vier toen ze het voor het eerst hoorde. Nachtenlang had ze nachtmerries. „Ik vond het zo agressief. Ik fantaseerde dat ik een soldaat was en hem doodschoot.”

Op een koude novembermiddag zit Elou Akhiat (41) in een café in de buurt van Rotterdam. Ze oogt frêle en kwetsbaar. Het is schijn. Ze is een krachtige vrouw met een ijzeren wil. Haar ouders en broers noemden haar als kind al Thatcher – de ijzeren dame. Als Elou Akhiat iets in haar hoofd heeft, is ze er niet vanaf te brengen.

Eén plan kostte haar meer dan haar lief was. Ze opende in februari samen met een compagnon wijnbar Uva Dolce in Rotterdam-Noord. Een bruin café met een biljart in een drukke doorgangsstraat veranderde in een chique zaak met crèmekleurige leren banken en kroonluchters. Zij was de bedrijfsleider. Ze had grootse plannen. Mooie wijnen schenken, maar ook halalwijn (zonder alcohol) en lekkere hapjes serveren. Ze wilde wijnproeverijen organiseren, optredens en dj-battles.

Dat had in alle rust kunnen gaan. Moeten gaan. Als de gratis krant Metro niet zo had uitgepakt met een artikel. Dat ging niet over de kwaliteit van de wijn, zoals Elou Akhiat dacht toen de verslaggeefster langskwam. Maar over een Marokkaans-Nederlandse vrouw die een wijnbar opende. Alcohol is toch niet toegestaan in de islam?

Ze is bepaald niet de enige moslim die wijn schenkt. Niet in Nederland en zeker ook niet in Marokko. Ze handelde trouwens al in wijnen voor ze met de wijnbar begon. Elke moslim weet: bijna alles is mogelijk zolang je het maar niet van de daken schreeuwt. Veel islamitische jongens en meisjes kwamen stilletjes een wijntje drinken in de wijnbar.

Na het artikel in Metro, en vervolgens in allerlei andere media, kreeg ze zeer felle reacties. Vooral van conservatieve moslims die vonden dat ze de islam bezoedelde. Bedreigingen. Ze kon niet in haar eigen huis slapen. Er was politiebewaking tijdens de opening van Uva Dolce.

Ze kreeg ook talloze steunbetuigingen. Ook van Marokkaanse Nederlanders. En daags na de ophef stond de halve gemeenteraad voor de deur. En vele gewone burgers die zeiden elke week langs te komen om haar te steunen. Ik ga door, zei Elou Akhiat strijdvaardig.

Toch besloot ze na een half jaar te stoppen als bedrijfsleider. Ze was niet de eigenaar van de zaak maar het betekende toch het einde van Uva Dolce. De gasten kwamen vooral voor haar.

Davey

Ze zit niet gebroken thuis. Bepaald niet. Ze werkt al weer hard aan volgende projecten waar ze nog niet veel over wil vertellen. Ondertussen verhuurt ze zichzelf als zzp’er aan diverse gemeenten. Thuis zitten is niets voor haar. „Dan zou ik meteen gek worden.” Een uitkering had ze nooit. „Ik ga nog liever dood.”

Zo voedt ze ook haar drie kinderen van 16, 14 en 10 op. Ze is alleenstaande moeder, gescheiden van hun vader. Wees zelfstandig en onafhankelijk, leert zij hen. En ook belangrijk: Je mag zijn wie je bent. Helemaal. Onvoorwaardelijk. Zelf kon ze dat niet. Ze vertelt hoe ze op de kleuterschool graag speelde met Davey, ook vier, aan de zandtafel. Haar broer zag het, vertelde het thuis. Haar ouders werden verschrikkelijk kwaad. „Als het nog een keer gebeurt, slacht ik je”, riepen ze.

Het gebeurde nog een keer. Ze vergat dat het niet mocht. En ze vond het leuk met Davey te spelen. Ze herinnert zich nog dat de trap naar de derde etage waar ze woonde eindeloos leek. Ze klom achter haar broer aan naar boven. Dat was de laatste keer dat ze met Davey had gespeeld. Voortaan bleef ze bij jongens uit de buurt.

Elou Akhiat neemt het haar broer niet kwalijk, de rest van haar familie ook niet. Ook zij zijn onderdeel van de angstcultuur. „Mijn moeder had mijn broer gevraagd op me te letten. Ze heeft geleerd dat dat zo moet. Mijn broer deed wat hem was gevraagd. Onzedelijkheid is de grootste schande. Daar wilde ze mij en zichzelf voor behoeden.” Dat sommige Marokkaanse jongetjes meisjes lastig vallen, moet je in dat licht zien. „Als kind van vier denk je niet aan seks, uiteraard. Maar door de hysterie waarmee elke seksuele uiting wordt uitgebannen, is het constant aanwezig. Kinderen leren niet er normaal mee om te gaan.”

Ze speelde een rol. De rol van het meisje dat zich gedraagt zoals het hoort. Terugkijkend vindt ze dat het grootste drama uit haar leven. Ze weet: dit geldt voor veel islamitische meisjes. „Ik was nooit Elou. Ik was moslim. Punt! Alleen je moslim-zijn telt. Als moslim ben je geen persoon met een religie. We zíjn de religie.”

Gespleten

Terug naar april dit jaar. Een doordeweekse avond. De wijnbar draait twee maanden. De grootste hype is overgewaaid, de raadsleden zitten weer in het stadhuis en in de wijnbar is het rustig. Elou Akhiat zit aan de bar. Een meisje serveert de bestelde wijn en hapjes aan de bezoekers.

Een Marokkaans-Nederlandse vrouw drinkt met haar blonde Hollandse man in een van de zitjes een glas rode wijn. Ze komen van buiten de stad, zij had over de wijnbar gelezen en dacht: ‘Daar wil ik heen.’ Ze heeft gebroken met haar Marokkaanse familie, vertelt ze. Haar partner is geen moslim en dat kon niet. Ze heeft zich erbij neergelegd, zegt ze. Ze kijkt er wel een beetje triest bij. In elk geval had ze behoefte de bedrijfsleider van de wijnbar een hart onder de riem te steken.

Elou Akhiat heeft haar vrienden leren kennen. Enkelen hebben woord gehouden en komen regelmatig langs. Anderen heeft ze nooit meer teruggezien. Zelf is ze op haar hoede. Ze weet: Eén flintertje in de pers en het gedoe begint opnieuw.

Aan niets merk je dat ze innerlijk wordt verscheurd. Vooral haar vader en jongere broer blijven grote moeite houden met haar keuze. Voor haarzelf is de bar een beladen plek geworden. Maar ze vindt het vooral moeilijk met het oog op haar kinderen. Die zijn zijn gek op hun opa en oma en kwamen er vaak. Maar sinds hun moeder in de wijnbar werkt, willen hun grootouders hun moeder niet zien. En dus vallen zijzelf ook opeens ook buiten de familie. Ze voelen zich gespleten.

Haar familie is wel wat gewend. Ze ging scheiden, ze haalde haar rijbewijs, ze deed haar hoofddoek af. Maar de wijnbar was nog een stap verder. Ze heeft gevochten om door haar familie als persoon te worden gezien. „Iedereen wil gewaardeerd worden om wie hij is en om wat hij doet.” Haar moeder waardeert haar diep van binnen, denkt ze. Voor haar moeder is het heel moeilijk dat te zeggen. „Zij is ook opgevoed met het idee dat je niet om je dochter geeft om wat ze is. Je geeft om haar omdat ze een goede moslim is.”

Er zijn twee opties, zegt ze. Meedoen. „Dat is moeilijk omdat je jezelf geweld moet aandoen.” En verzet. „Dat is ook zwaar omdat je uitgekotst wordt door je familie. En door de gemeenschap. Voor autochtone Nederlanders is die druk niet te begrijpen. Die denken: ‘Nou, dan zeg je ‘Adieu’ en ga je toch lekker je eigen weg.’ Maar in de gesloten, collectieve, Marokkaanse cultuur sta je dan moederziel alleen. Écht alleen.”

Zonder kinderen had ze die stap wel gewaagd. Dat benadrukt ze in elk gesprek. „Als ik alleen aan mezelf had hoeven denken, woonde ik al jaren in het buitenland. Nee, niet in Marokko.” Ze lacht.

Al Hoceima

Afgelopen zomer ging ze naar Marokko. Haar oma was ziek. Haar grootouders wonen in een klein dorp, zestig kilometer van Al Hoceima. Elou Akhiat is er geboren, kwam als baby naar Nederland. Ze komt er nog maar weinig. „Als vrouw alleen met drie kinderen is dat een onderneming. In Marokko ben je niets zonder man. Waar je ook naar toe gaat, je hebt er een man bij nodig.”

In Al Hoceima zag ze veel meer niqaabs dan vijf jaar geleden. En overal zwarte, lange kleding. „Het leek alsof de tijd was teruggedraaid.” Ze kreeg ruzie toen ze met blote armen rondliep. „Het was veertig graden! Ik droeg een lange broek. Ik trok alleen mijn vestje uit omdat ik stikte van de hitte.”

In de grote Marokkaanse steden is het anders. Dat weet ze. Daar lopen vrouwen in hippe, westerse kleding, er zijn cafés, bars, nachtclubs. Daar wonen liberale Marokkanen. Die zijn er ook in Nederland. Natuurlijk. Ook binnen haar eigen familie. „Maar toch. Toch ontkomt niemand helemaal aan de verstikkende controle.”

Religie moet mooi zijn, je omarmen, geborgenheid geven, vindt ze. Religie moet je niet beknotten, beperken. Toen de kleine Elou de verhalen over de koppensnellende Messias hoorde, dacht ze al: ‘Dit kan toch eigenlijk niet?’

De wijnbar ging eind juli geruisloos dicht. „Ik heb niet voor mezelf gekozen maar voor mijn kinderen. Daarover heb ik een goed gevoel. Als ze straks volwassen zijn, kan ik andere keuzes maken. Maar ik deins niet terug voor wie ik ben. Als mensen zeggen: ‘We hopen, in sha’allah, dat je weer een hoofddoek gaat dragen’, dan denk ik: ‘Hebben jullie even pech.’ Ik wil niet uit naam van God iemand anders zijn.”