Huilen over filosofie is een vorm van hokjesgeest

Al veel eerder hadden alfa’s en gamma’s de samenwerking met bèta’s moeten zoeken, meent Rosanne Hertzberger.

Ophef in alfaland: de faculteit der geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam gaat reorganiseren en de faculteit filosofie van de Erasmus Universiteit moet sluiten. Let wel, dit betekent niet dat er geen filosofie kan worden gestudeerd in Rotterdam. Deze studie wordt naar alle waarschijnlijkheid bij een andere faculteit gevoegd. En dat is heus niet zo vreemd.

Binnen een straal van honderd kilometer rondom Rotterdam vind je zeven (!) andere opleidingen filosofie. Niet één daarvan houdt een hele faculteit draaiende voor dat ene curriculum wijsbegeerte.

Maar goed, er hoeft niet veel te gebeuren om opiniemakend Nederland de kenniseconomie weer eens dood te laten verklaren. Rob Wijnberg beweert op De Correspondent dat ‘denken te duur is geworden’. Bas Heijne schrijft dat de door techniek gedreven economie op de grote vragen van onze tijd geen antwoord heeft. Ook Floor Rusman ziet dit als een probleem: vooral de opkomst van de robots stelt ons voor grote vragen, die uiteraard niet kunnen worden opgelost door ingenieurs. Die zouden daar niet sociaal en creatief genoeg voor zijn. Daar hebben we geesteswetenschappers voor nodig!

En die geesteswetenschappen, die gaan ten onder – als je de columnisten van dit land mag geloven. Heijne schrijft: ‘De huidige regering lijkt volkomen in de ban van het idee van technologie als motor van de economie. Alles wat niet instrumenteel gebruikt kan worden, geldt als onnuttig, overbodige luxe.’

Geen vervelende bèta

Nu wil ik natuurlijk niet de vervelende bèta gaan uithangen, en allerlei materiële zaken erbij gaan halen. Maar in ons resultaatgerichte, koelbloedige, materiële onderwijssysteem studeren er nog altijd vier keer zoveel studenten geschiedenis dan natuurkunde. Filosofie heeft nog altijd méér studenten dan wiskunde. Voor elke chemicus staan nog altijd tien geschiedkundigen en twee filosofen in de rij om alle nieuwe technologie in de juiste context te plaatsen. De geesteswetenschappers zijn niet bepaald op aan het raken.

Dat kleine groepje studenten dat nog scheikunde studeert in dit land is trouwens ook precies de reden dat VU/UvA én Delft/Leiden samen de opleiding organiseren. Niemand die ‘de ondergang van de kenniseconomie’ voorspelde toen dat gebeurde.

‘Grote vragen’

Maar dat is niet het ergste. Echt het ergste is dat het erop lijkt dat de meeste opiniemakers toch echt in academische hokjes denken, waarin alle opleidingen en alle onderwijsgroepen binnen de lijntjes van hun eigen vakje kleuren.

Neem het voorbeeld van zowel Rusman als Heijne over de geesteswetenschappers die ‘Grote Vragen’ dienen te stellen over de opkomst van robots in de arbeidsmarkt. Ze gaan in hun columns uit van een wereld waarin de contactgestoorde ingenieur een vorm van technologie bedenkt, de bedrijfskundige die naar de markt brengt, de geschiedkundige daarover dan een aantal oude koeien uit de sloot trekt, en de filosoof aan de zijlijn over het hele gebeuren een aantal ‘Grote Vragen’ stelt. En vergeet ook vooral niet dat die ingenieur dus aan al die mensen moet uitleggen wat precies de mogelijkheden, de toekomst, de gevaren en de alternatieven van de technologie zijn, op een manier die begrijpelijk is voor iemand die zijn gehele studie heeft doorgebracht op het eenzame eilandje wijsbegeerte.

Om die communicatie te begeleiden heb je uiteraard een leger van communicatiewetenschappers nodig. (Gelukkig zijn er voor elke wiskundige vier communicatiewetenschappers beschikbaar, dus dat moet lukken.)

Maar de wereld werkt zo niet. Ingenieurs, heel vreemd, denken zelf ook na. Scheikundigen beginnen zelf bedrijfjes. Wiskundigen starten zelf YouTube-kanalen, biochemici nemen zelf regelmatig beslissingen of iets ethisch verantwoord is of niet. En natuurkundigen bedenken zelf wat hun bevindingen over de relativiteit van energie, tijd en materie betekenen voor de fundamentele vragen over het bestaan.

Revolutionaire robot

En die robot? Terwijl de filosofen op hun eiland in Rotterdam gedachte-experimenten zaten uit te voeren over de mogelijkheid dat robots ooit autonoom kunnen functioneren, sleutelen ingenieurs 15 kilometer noordwaarts daadwerkelijk zo’n revolutionaire robot in elkaar.

Als je, zoals Rusman en Heijne, wilt dat geesteswetenschappen en wijsgeren iets betekenen voor de maatschappij, dan had je die faculteit filosofie niet gisteren maar tien jaar geleden al moeten opheffen. Dan moet je de bezuinigingen bij geesteswetenschappen toejuichen, omdat de grenzen tussen studies erdoor vervagen en er in Amsterdam misschien zelfs een brede bachelor ontstaat.

Maar eigenlijk moet je verder gaan dan dat. Een gek voorstel, maar misschien moet je zelfs eens aan de geesteswetenschappers vragen om zelf eens in de trein te stappen richting Delft, of Twente, of Eindhoven. Daar vinden hele boeiende dingen plaats.