Het geschenk is iets groots

Dimitri Verhulst schreef het Boekenweekgeschenk, verliet vrouwen en kreeg kritiek.

‘Ik heb het gevoel dat ik even moet verdwijnen, dat ik iets te veel publiceer en dat ik interessant begin te worden voor de roddelblaadjes. Dat heb ik deels aan mezelf te danken omdat ik een kletswijf ben”, zei Dimitri Verhulst deze zomer vlak nadat zijn roman Kaddisj voor een kut was verschenen. 2014 was een jaar waarin er voor Verhulst flink wat gebeurde: hij kreeg de opdracht voor het schrijven van het Boekenweekgeschenk, hij keerde met zijn roman terug naar zijn jeugdervaringen in het opvoedingsinstituut, een toneelbewerking van zijn roman De laatkomer ging in première, zijn relatie was geëindigd en het Vlaamse tijdschrift HUMO plaatste een groot interview met hem onder de kop ‘3 vrouwen’.

De onrust begon ruim een jaar geleden. De laatkomer was net verschenen – een roman over een man die dementie veinst om zo zijn slechte huwelijk te kunnen ontlopen en terug te keren naar zijn jeugdliefde die inmiddels in een verzorgingshuis zit – en Verhulst maakte bekend dat hij zelf zijn vrouw had verlaten voor zijn jeugdvriendin, die inmiddels in Zweden woonde. Het verhaal van de schrijver die alles achter laat om zijn eigen idealen in de liefde achterna te gaan, sprak tot de verbeelding. Hoe zou dat verder gaan?

16 april

Het is de dag van het ritueel waarmee elke boekenweekauteur ingewijd wordt in het mysterie van het Boekenweekgeschenk. „Mensen van de CPNB en ik spreken af in een voormalig gekkenhuis in Amsterdam. Ik krijg een vulpen cadeau, waarmee het geschenk geschreven kan worden. Ik moet die volgend jaar weer doorgeven. Een vulpen is een verschrikkelijk cadeau voor een linkshandige.”

17 april

Verhulst zit bij DWDD. „Ik ben bij de uitgeverij langs geweest, dat was een emotioneel moment. De mensen bij wie ik in 1999 debuteerde, werken nog steeds bij die uitgeverij. Sander Blom is nog steeds mijn redacteur, Mizzi van der Pluijm nog steeds mijn uitgever. Het was een ontroerend moment toen we beseften dat we al zo lang bij elkaar waren, langer dan een van mijn liefdesrelaties. Het sierlijke vreugdesprongetje dat Mizzi maakte zal ik nooit vergeten.”

23-24 mei

Verhulst heeft een nieuwe liefde in Gent gevonden en is blij dat hij Zweden kan verlaten. „Het is niet mijn land, mijn maatschappij. Ik heb het lastig gevonden om sociale contacten te leggen. Ik spreek de taal, dat hoort als je ergens gaat wonen, maar met de sociale codes heb ik moeite. Zweden is een steriel land waar ze volledig zijn gefixeerd op geld. Ze zijn heel erg clean, hebben een obsessie met alcohol, maar elk weekend zijn ze stomdronken. En dat is dan wel weer handig, want de Zweden zijn een gesloten volk, je krijgt ze alleen aan de praat als ze bezopen zijn. Hartelijkheid komt voort uit een soort van burgerzin, niet omdat het uit het hart komt. En ze zijn koplopers in burgerzin. Als je daar een zebrapad overloopt en je zwaait naar de chauffeur dan is dat gek. Ze gaan er gewoon vanuit dat iemand de burgerzin heeft om te stoppen voor een zebrapad. Dus een van de eerste dingen die ik te horen kreeg was: je kan zien dat je niet van hier bent omdat je telkens een chauffeur bedankt wanneer ’ie gestopt is.”

27 augustus

Kaddisj voor een kut verschijnt. En anders dan bij de meeste boeken van Verhulst zijn de recensies uiteenlopend. In deze krant wordt een deel van de roman – die uit twee delen bestaat en gaat over het lot van kinderen die worden achtergelaten in een instelling – omschreven als ‘geweldsporno’. Een term die Verhulst pijnlijk raakt: „Dat het boek zo wordt weggezet, vind ik vooral erg voor kinderen in instellingen. Voor mij als auteur is het niet erg, want mijn zelfkritiek is voldoende ontwikkeld. Ik weet dat ik tevreden mag zijn over dit boek. Ik heb opmerkingen in kranten gehad als: daar heb je hem weer met z’n treurige jeugd. Maar ik schrijf mijn boeken omdat ze een maatschappelijke relevantie hebben.”

Deze zomer rondt hij ook zijn Boekenweekgeschenk af, althans… „Ik schrijf er twee. Ik heb er eentje klaar, ik ben nu aan de tweede bezig. Ik wil de beste van de twee kiezen. Ik denk dat het eerste geen Boekenweekgeschenk is. Ik ben het niet gewend om met deadlines te werken, ik werk gewoon en als het klaar is, stuur ik het op. Maar een deadline, dat is topsport. Ik heb een vakantie naar Japan moeten afzeggen. Dit is de eerste zomer sinds 1976 dat ik niet de Tour de France heb gevolgd. Ik ben nu ook voor het eerst bezig met het aantal woorden, het moet 92 bladzijden zijn. Ik ben met mijn collega-schrijver Tom Lanoye gaan eten tijdens het theaterfestival in Avignon en hij adviseerde me aan fitness te doen zodat ik in topvorm was. Ik keek naar zijn buikje en dacht: veel fitness heb jij toch ook niet gedaan. Om in vorm te komen ga ik wel scrabbelen. Het schrijven van het geschenk en het hele circus eromheen vind ik leuk, omdat ik een nieuwsgierig mens ben.”

28 september

Het Noord Nederlands Toneel komt met een bewerking van De Laatkomer, waarin Hans Dagelet de rol van Desiré, de (al dan niet) veinzende dementerende speelt. De première is in Groningen. „Ola [Mafaalani, de regisseur] is die avond enorm zenuwachtig totdat ik zeg de bewerking goed te vinden. Het respect dat ze in mijn stuk voor mijn taal hebben, is enorm. Ola is een fantastische madam, we gaan kijken of we samen een stuk kunnen maken.”

1 oktober

De deadline voor het Boekenweekgeschenk. Het is de tweede versie geworden. „De eerste versie was eigenlijk een uitwerking van iets waar ik al mee bezig was, maar wat zich dan gaat wreken, is dat je maar een beperkt aantal pagina’s hebt. Je moet je boek in een keurslijf proppen. Misschien ga ik er ooit nog iets mee doen, het is metaliterair, totaal anders dan mijn eerdere werk. Ik besefte ook dat een Boekenweekgeschenk voor mij een mooie etalage is om een nieuw publiek kennis te laten maken met mijn werk, dus ik pak thema’s uit mijn eerdere werk op: ouderschap, de liefde, et cetera. Inhoudelijk kan ik er niets over zeggen, daar staat de doodstraf op.”

1 december

„Ik heb een hectische periode achter de rug. Aan de manier waarop de uitgeverij zich gedraagt, merk ik dat dit echt iets groots is. Proeven gaan opeens per koerier, terwijl normaal alles gewoon met de post meegaat. Er is een heel team aan correctoren. Kreeg elk boek maar zoveel zorg, maar ja. Het is een raar proces geweest. Mijn zelfkritiek moest op scherp staan want de tekst kon nu niet blijven liggen, maar met het eindresultaat ben ik uiteindelijk tevreden. Het begin is wat traag, maar als ik het terug lees, ben ik er blij mee en ook aan de reacties van iedereen die nu meeleest, merk ik dat mensen reageren op sommige zinnen zoals ik hoopte dat ze erop zouden reageren.”