Het doel noch de middelen waren wijs

Het kabinet heeft zichzelf voorlopig gered. Diederik Samsom rust niet voordat hij de zorg beter heeft gemaakt. Tijdens dat nachtdebat van kwart voor twaalf tot vier moest ik steeds denken aan die andere werkelijkheid, die van een enthousiaste thuiszorgmedewerkster voor wie de crisis pas goed begint.

Karin hoeft in januari nog maar een paar uurtjes te komen werken, en in maart helemaal niet meer, alle contracten zijn opgezegd. Zij kreeg deze week ook een rekening van bijna 1600 euro van het ziekenhuis waar zij voor de vierde keer aan haar hand werd geopereerd, gevolg van een huishoudelijk ongeval. Of zij maar binnen een maand wil dokken. Haar zorgverzekeraar heeft geen contract meer met het ziekenhuis waar de vorige drie operaties zijn uitgevoerd en vergoed.

Zij maakt zich de meeste zorgen over haar vertrouwde klantjes, zegt zij, die straks met één uur hulp in de week zelfstandig moeten zien te blijven, vaak met een partner diep in het Alzheimerwoud. Intussen knokken zorgverzekeraar en ziekenhuis – ook zonder de wet die minister Schippers een kerstcrisis waard vond – hun marktspelletje uit over de rug van deze nietsvermoedende thuiszorgster die dacht verzekerd te zijn. Niemand had haar gewaarschuwd.

In de compromisbrief waarin het kabinet donderdagnacht de Kamer meedeelde 2015 te willen halen, wordt iets gezegd over behoorlijk inlichten van de cliënt. Dat gebeurt nu al niet, zonder de nieuwe wet die de zorgverzekeraars nog meer inkoopmacht geeft. Wat nou ‘de bestaande vrije artsenkeuze’?

Die keuzevrijheid is de achilleshiel van het huidige en zeker van het aangescherpte systeem. Je mag één keer per jaar van verzekeringssupermarkt wisselen, er zijn er vier, je moet van alle vier de polisvoorwaarden inclusief de lijst van wel en niet gecontracteerde zorgverleners en ziekenhuizen napluizen, én je moet in december al weten welke aandoening je in september zal krijgen. Is het zo moeilijk in te zien dat dit de grote leugen van het stelsel is?

Nu naar de politieke crisis, of crisette zoals een Europese diplomaat met instabiliteitservaring de Haagse troebelen typeerde. Het zal moeten blijken of de coalitiepartners elkaar weer gaan vertrouwen. Het belangrijkste teken van niet was natuurlijk dat zinnetje in de kabinetsbrief waarin een noodroute werd aangewezen voor het geval de Eerste Kamer de gebotoxte wet opnieuw zou verwerpen.

Premier Rutte moest zich donderdagnacht door een spervuur aan vragen en bezwaren werken over juist dat zinnetje. De bevriende oppositieleiders Pechtold, Slob en Van der Staay moesten er staatsrechtelijk niets van hebben dat het kabinet de inperking van de vrije artsenkeuze dan bij Algemene Maatregel van Bestuur wil regelen. Buiten de Eerste Kamer om. Voor hen is het een giftig tovermiddel, want dan heeft het kabinet die constructieve drie niet meer nodig voor een senaatsmeerderheid.

Het kabinet had die ‘als-dan’-clausule ongetwijfeld in de brief opgenomen om minister Schippers en de overige VVD-leiders een mate van zekerheid te bieden dat de gedane concessionnettes en het geleden tijdverlies in ieder geval iets zouden opleveren.

Kamer en kabinet maakten weinig woorden vuil aan de gevolgen voor het staatsbestel en het gezag van de Eerste Kamer van het openlijk zwaaien met een plan om bijna per decreet te gaan regeren. Het was een perfecte illustratie van het huidige politieke klimaat.

De dominante bestuursstijl heeft meer waardering voor ‘dingen regelen’, ‘het akkoord met het veld respecteren’ en het uitsluiten van politieke risico’s dan voor handelen volgens de ervaringswijsheid van het staatsrecht. Die zegt dat zorgvuldige omgang met de bestaande instituties voor alle minderheden die samen dit land vormen essentieel is. Premier Rutte zei vrijdag dat het staatsbestel misschien een hobby is voor zijn post-politieke leven.

Alle hoofdrolspelers hadden de kerstcrisis kunnen voorkomen door het wetsontwerp nog niet in stemming te brengen toen binnen de PvdA-fractie in de senaat grote problemen rezen. Dan had de minister tijdens de reglementaire verlenging met de bezwaarden kunnen zoeken naar een compromis. Dan had via een ‘novelle’ een inhaalwetje kunnen worden toegevoegd.

Toen de wet eenmaal was afgestemd, hadden alle hoofdrolspelers behoedzamer kunnen omgaan met het ontbreken van een conflictregeling tussen de beide Kamers van het parlement. Doordat de Eerste en de Tweede grotendeels dezelfde rechten hebben, kunnen zij snel in aanvaring komen. Meestal wordt dat voorkomen door terughoudendheid van de senaat. Maar ook dat is een politiek lichaam.

De meest gehoorde oplossing voor het ontbreken van een conflictregeling is het geven van een eenmalig terugzendrecht aan de senaat, waarna de direct gekozen Tweede Kamer de knoop doorhakt. Bij gebrek daaraan zou men er wel naar kunnen handelen. Als de senaat dan voor de tweede keer een wetsontwerp voorgelegd krijgt, kan de premier met recht zwaaien met een kabinetscrisis als er weer een afwijzende meerderheid dreigt.

Geen woord daarover. Wat gebeurde was borstgeroffel op de politieke apenrots. Te zelf overtuigde en ideologisch verdwaalde coalitiegenoten besloten ieder om hun eigen redenen dat verkiezingen nu onwenselijk waren.

Een onrijpe wet dreigt nu met onwijze middelen te worden doorgedrukt. Een regering is meer dan een raad van bestuur. Zij heeft wel degelijk verantwoordelijkheid voor een gezond staatsrechtelijk stelsel.