Gebroken harten aan beide zijden van de golven

Een zoon die niet naar de begrafenis van zijn moeder kon. Het is maar een voorbeeld. De Amerikaanse boycot van Cuba heeft hele families verscheurd.

Links Eddy Gutiérrez in Havana, rechts de familie Matos in Florida. Foto’s Lisette Poole/ Maggie Steber

Eddy Gutiérrez (60) wandelt over de Malecón, de beroemde boulevard van Havana, en wijst over de donkerblauwe golven van de Straat van Florida. Leeg. Geen boot te zien. Maar straks, voorspelt Gutiérrez, zal het water wemelen van boten met Cubanen en Amerikanen, die elkaar over en weer bezoeken. Het tochtje zal nog geen vier uren duren.

De belofte van president Obama deze week dat hij het Amerikaanse reis- en handelsembargo wil opheffen, is met extase ontvangen in Havana. Na ruim vijftig jaar komt er een einde aan de gewraakte ‘bloqueo’ (blokkade), die volgens de Cubaanse regering en de bevolking het land in armoede bevroren houdt.

Zoals vrijwel iedere Cubaan heeft Gutiérrez familie in Amerika. Ze gingen in golven. De zussen van zijn moeder Carmen vluchtten al snel na de revolutie van 1959, uit onvrede over de socialistische en ondemocratische koers die Fidel Castro koos. Andere familieleden, onder wie zijn broer Jorge, vertrokken na de Val van de Muur, toen Cuba in een diepe economische crisis stortte na het wegvallen van de steun van de Sovjet-Unie.

Gutiérrez is vorig jaar voor het eerst in Miami geweest, waar de Amerikaanse tak is neergestreken. „Het was geweldig”, vertelt hij. Hij werd herenigd met neven die hij sinds zijn kleutertijd niet meer had gezien, met nichten die in de VS zijn geboren. En met Jorge, die in de VS een tweede leven heeft opgebouwd met een Venezolaanse vrouw en een jong dochtertje.

Niet naar Cuba zolang Castro ademt

Met zijn familie in Amerika praat hij niet over politiek, zegt Gutiérrez. Dat wordt ruzie. Een deel van de clan houdt nog altijd vast aan hun rancune tegen Castro. „Sommige neven zeiden dat ze nooit voet op Cubaanse bodem zullen zetten zolang Fidel Castro nog ademt. Maar dan kunnen ze lang wachten, want Fidel lijkt het eeuwige leven te hebben.”

Gutiérrez pakt zijn telefoon en bladert langs foto's die hij maakte in een Amerikaanse supermarkt. Hij wilde de volle schappen met grote potten Nutella en pindakaas laten zien aan zijn dochter Sheila (23) en zoon Edwardíto (18). In de Cubaanse staatswinkels is dat allemaal niet te koop.

Daarom moet het embargo eindigen; zodat zij ook spullen kunnen krijgen. Niet alleen eten, ook medicijnen, onderdelen voor machines. Gutiérrez: „Als het embargo opgeheven is kunnen we de Cubaanse regering verantwoordelijk houden als er iets niet is. Eindelijk kunnen ze niet meer naar de VS wijzen en zeggen dat alles de schuld is van de blokkade.”

In Cuba gaat veel veranderen, verwacht hij. De pre-revolutionaire oldtimers die langs hem rijden op de zeeboulevard, zijn er over vijf jaar niet meer. „Jammer misschien voor de toeristen, maar Cubanen willen ook gewoon een auto waar ze niet constant aan hoeven te sleutelen.”

De familie Matos liet de Malecón zestien jaar geleden achter zich. Ze wonnen ‘el bombo’, de loterij waarbij de VS visa verlootten aan Cubanen om weg te komen van het eiland. Deze ochtend is Gilberto Matos met zijn vrouw Mailing en puberdochter Gabriela naar de kapel voor de Heilige Maagd van het Koper gekomen. Bij dit kerkje voor de Cubaanse patroonheilige kijken ze over de Straat van Florida, de 90 mijlen zee die de VS en Cuba zowel verdelen als verenigen.

Begrafenis gemist

Gilberto Matos is enthousiast over Obama’s koerswijziging. „Zes jaar geleden overleed mijn moeder”, vertelt Matos, terwijl hij een vingerhoedklein kopje Cubaanse koffie drinkt. „Ik kon niet op tijd papieren krijgen om bij haar begrafenis te zijn. Met Obama’s koerswijziging was dit wel mogelijk geweest.”

Het gezin is toevallig net zes dagen terug van het eiland. Ze waren voor het eerst terug. Dochter Gaby, die zichzelf meer Amerikaan dan Cubaan noemt, keek met open mond rond. „Er was daar helemaal niks. Zelfs als je dollars hebt, kan je er amper wat kopen. En het is van slechte kwaliteit.”

Als ze wat gingen drinken op een terrasje of uit eten gingen, voelden ze de starende blikken van Cubanen. „Ze kijken je echt aan van: waarom geef je daar in godsnaam geld aan uit. Bespaar je die dollars om iets voor ons te kopen: shampoo, zeep.”

Een deel van de familie is het eiland al ontvlucht, naar de VS, Portugal, België. Maar een ander deel woont er nog. „We sturen regelmatig geld op, of spullen zoals wc-papier of goede koffie. En voordat we kwamen vroegen ze ons peren mee te nemen. Die hebben ze daar nog nooit kunnen kopen.”

De Matos hopen dan ook dat de situatie beter wordt. „Het zou toch fantastisch zijn als ze in Havana ook een Home Depot krijgen? Nu wordt alles met veiligheidsspelden, plakband en ijzerdraad bij elkaar gehouden, maar straks kunnen ze misschien gewoon gereedschap kopen.” Zijn vrouw vult aan: „En een McDonald’s op de Malecón. Mijn nicht in Cuba vroeg serieus of ik een hamburger wilde meesmokkelen.”

In de zomer van 1954 vertrekt Mirta Díaz-Balart naar de Verenigde Staten. Ze neemt haar 5-jarige zoontje mee. Haar ex blijft in Cuba, druk met de politieke ambities en de liefdesaffaires die hun huwelijk hebben vernield.

De zoon van Mirta heet Fidelito. Haar ex-man is Fidel Castro Ruz, de latere president van Cuba. Hun scheiding en de heftige ruzie over de voogdij over hun zoon zal een grote stempel drukken op de politieke betrekkingen tussen Cuba en Amerika in de daaropvolgende halve eeuw.

Waarom is de vijandigheid tussen Amerika en Cuba zo langdurig gebleken? Deels omdat het eigenlijk een enorme familievete is, oordeelt Ann Louise Bardach, een Amerikaanse journaliste die meerdere boeken heeft geschreven over Castro. Compleet met de „bijbehorende gebroken harten, rancune en verbitterdheid", zoals ze schrijft in Cuba Confidential (2002).

Het meest trieste slachtoffer van de Cubaanse revolutie is de Cubaanse familie, concludeert Bardach dan ook. Duizenden families zijn uiteen gedreven door politiek, geografie en botsende overtuigingen. De familie van Fidel Castro is geen uitzondering.

Verscheurde familie

De geschiedenis begint met Rafael Díaz-Balart, de broer van Mirta. Hij is als student een goede vriend van Fidel Castro. Het is Rafael die de twee aan elkaar voorstelt. Daar heeft hij al snel spijt van. De familie Díaz-Balart is loyaal aan dictator Fulgensio Batista, terwijl de jonge Castro werkt aan plannen om hem af te zetten.

Het huwelijk met Mirta verslechtert binnen enkele jaren door Fidels politieke activiteiten en zijn affaires met vrouwelijke mede-revolutionairen. Na haar vertrek doet hij er alles aan om zijn zoon terug te krijgen. Nadat in 1959 de macht grijpt, volgt een snelle stap. Hij ontneemt Mirta, op dat moment in Cuba, de voogdij over Fidelito.

Rafael Díaz-Balart wordt na de revolutie een belangrijke kracht in de Cubaanse diaspora in Miami. Hij voedt zijn vier zoons op met hatelijke verhalen over Castro, hun vroegere oom en de dief van hun neef Fidelito.

Zoon Mario en zoon Lincoln winnen beide een zetel in het Amerikaanse Congres. Jarenlang voeren de Díaz-Balart een fel anti-Castro-beleid. Ze houden iedere afzwakking van het embargo tegen. Lincoln stopt in 2011. Mario is nog altijd Congreslid.

Een handvol Cubaans-Amerikaanse bannelingen heeft zo het Amerikaanse beleid ten opzichte van Cuba decennialang bepaald. Neem Ileana Ros-Lehtinen, dochter van anti-Castro-activisten uit Miami. Ze zit sinds 1989 in het Congres. Tot voor kort was ze de invloedrijke voorzitter van de commissie voor buitenlandse zaken.

President Obama heeft de steun nodig van het Congres voor het opheffen van het embargo, dat is vastgelegd in de wet. Die strijd wordt de komende tijd gevoerd. Het Cubaans-Amerikaanse clubje heeft al gezegd dat ze tegen gaan stemmen. Maar ze hebben de publieke opinie tegen: volgens peilingen wil 60 procent van de Amerikanen dat het embargo ophoudt. Dat geldt ook voor Cubaans-Amerikanen.

In Miami vormen de rabiate Castro-haters een minderheid. Maar wel een heel luidruchtige, die de meer gematigde meerderheid regelmatig overstemd. De felste anti-castristen verzamelen zich in Little Havana op vaste plekken: in het dominoparkje op Calle Ocho en een paar blokken verderop bij cafe Versailles.

De stemming is hier sinds woensdag bedrukt. „Obama is de slechtste onderhandelaar uit de Amerikaanse geschiedenis”, meent Raúl Maceo Martín, die in 1994 via de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay naar de VS vluchtte. „Hij heeft veel te veel weggegeven en amper wat van Cuba geëist. Hij had ook politieke concessies moeten eisen, over het houden van vrije verkiezingen, het toestaan van meer partijen.”

Nutteloos embargo

Het embargo werkte inderdaad niet, erkent hij. „Andere landen bleven wel zakendoen met Cuba, en ook de VS door voor allerlei producten uitzondering te maken. En toch bleven de Castro’s met succes de Cubanen wijs maken dat alle problemen aan die zogenaamde blokkade lagen.”

Maar zegt hij, het is naïef om te denken dat meer economische vrijheid ook tot politieke verandering gaat lijken. „Cuba heeft gewoon geld nodig en massatoerisme is de enige snelle oplossing. Het leger heeft alle cruciale sectoren in handen. Ook als de Castro’s er niet meer zijn, zal het een dictatuur blijven.”

Veel Cuban-Americans zijn al zo lang in de VS dat ze nooit meer in Cuba zouden willen wonen. Zelfs niet als het eiland het communisme zou afschudden. Guillermina Hernández is een uitzondering. Ze was in 1960 een van de eerste ballingen die naar Miami kwamen. Nu bestiert ze op 75-jarige leeftijd met haar man Ángel nog een fruitwinkel op Calle Ocho.

Ze is nooit teruggeweest. „Maar ik mis mijn vaderland nog elke dag.” Volgens Hernández kan het pas goed komen met Cuba als de Castro’s weg zijn. „Zij zullen nooit veranderen. Hun communisme verstikt alles. Obama had fermer moeten zijn.”

Kijkend vanuit Florida richting Cuba zegt Gilberto Matos dat hij begrijpt dat sommige Cubaanse-Amerikanen geen verandering in beleid willen. „Ze hebben vastgezeten of iemand verloren. Maar rancune is niet goed.” Hij denkt dat meer economische vrijheid uiteindelijk ook tot meer politieke vrijheid zal leiden. „Nu zijn Cubanen de hele dag alleen maar bezig met overleven. Het leidt tot apathie. ”

Cubanen zijn meesters in het maken van zwartgallige grappen over de schaarste in hun land. „Om te overleven op Cuba heb je nodig”, luidt zo’n mop. Fé staat hier niet zozeer voor geloof, maar voor Familia en el Extranjero: familie in het buitenland.