Hebzucht Nederlandse staat is de echte bedreiging voor Groningen

De grootste bedreiging voor Groningen is de toegenomen gasproductie van de afgelopen vijf jaar. Het in 2005 vastgestelde productieplafond is extreem hoog, zeker gezien de toenmalige productie en de toen verwachte in- en verkoop van gas. Voor de producerende partijen ging het plafond werken als een doelstelling.

Aan een ‘voorbereidende’ periode komt in 2010 een drastisch einde. Er wordt een inhaalslag van 50,1 miljard m3 gemaakt, een toename van meer dan 30 procent ten opzichte van 2009 . In 2013 werd er nog een extra slinger aan de productie gegeven. De deelnemende partijen willen zo snel als mogelijk het maximale uit ‘hun’ geldmachine halen. Met de beperking van minister Kamp voor 2014 en 2015 ligt het gemiddelde na de grote inhaalslagen nog steeds op het niveau van het hoge gemiddelde uit 2005. Niks geen reductie, zoals wordt beweerd.

Het is bizar dat er na de ferme waarschuwingen van het Staatstoezicht op de Mijnen in 2012 niet direct gekozen is voor veiligheid. Snel geld verdienen leek voor de Nederlandse staat belangrijker.

Het is een fact of life dat Groningen minder dichtbevolkt is dan de Randstad. En als de Martinitoren instort zullen de kosten voor herbouw een fractie zijn van wat er wekelijks in Groningen aan gasbaten wordt gewonnen. De bevolking van Groningen kan zich dus bedreigd voelen door de aardschokken.

Maar wat ook harder aankomt, is de dreigende hebzucht naar het snelle geld van onze eigen Nederlandse staat.