Column

Fijn, de erkenning van Palestina, maar te laat

Het Europese Parlement heeft deze week eindelijk gestemd voor de erkenning van een onafhankelijke Palestijnse staat. Dat is politiek een belangrijke stap die de Europese Unie al lang geleden had moeten zetten. Maar praktisch haalt deze erkenning weinig uit. Het is te laat voor een two state solution waarbij Israël en Palestina vreedzaam en onafhankelijk naast elkaar leven. Van Palestina is weinig meer over dan dorpen en steden die van elkaar worden gescheiden door uitdijende joodse nederzettingen en Israëlisch ‘militair gebied’.

Voor het feit dat er nauwelijks meer een Palestina te erkennen is, en dat Palestijnen zelf alweer nadenken over een éénstaatoplossing, draagt Europa helaas een zware verantwoordelijkheid. Hoe enthousiast waren de Europeanen na de Oslo-akkoorden, toen Israël en de Palestijnen gingen onderhandelen over een permanente oplossing van hun conflict.

Maar Europese landen hebben alleen geld gestuurd om het vredesproces, dat in 1993 begon, te ondersteunen. Politieke steun konden ze niet mobiliseren. Elk Europees land wil het recht houden zijn eigen buitenlandse politiek te voeren. Op dit terrein hebben ze alle een veto en kunnen ze elkaar niet overrulen. Ze moeten compromissen zoeken waarin 28 lidstaten zich kunnen vinden. Daar zijn alle scherpe kantjes afgeschaafd – zeker als het om gevoelige onderwerpen als het Midden-Oosten gaat.

Nederland en Duitsland steunen, uit schaamte over de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, Israël door dik en dun. Andere EU-landen zijn meestal evenwichtiger. Maar zelfs al willen 26 lidstaten de nederzettingenpolitiek van Israël krachtig veroordelen, dan nog slagen ze er door die unanimiteitsregel nooit in om die kracht in de finale tekst te handhaven. Het gevolg was dat de Europese Unie, die ‘waarden’ en mensenrechten tot ver over de grenzen predikt, jarenlang een bijna manische neutraliteit in acht heeft genomen tussen twee volstrekt ongelijke partijen. „Om het vredesproces niet in gevaar te brengen” weigerde Europa de bezetter te straffen en een onderdrukt volk te helpen.

Omdat de VS precies hetzelfde deden, kon Israël jarenlang steeds grotere stukken van de Westelijke Jordaanoever bebouwen met nederzettingen en snelwegen, of bestempelen tot militair gebied. Van een vredesproces is allang geen sprake meer. Integendeel, het is een dekmantel geworden voor meer onderdrukking. Zolang er een vredesproces is, althans in naam, doet Europa niets om deze bezettingspolitiek te blokkeren. We tekenen af en toe een resolutie, maar daar blijft het bij.

Niet alleen Arabieren vinden de Europese Midden-Oostenpolitiek hypocriet en laf. Zelfs landen als Noorwegen en Zwitserland delen die mening. Bij de VN stemmen deze twee landen (geen EU-leden) met de EU mee, omdat je als ‘blok’ meer impact hebt. Maar de laatste jaren is de EU-opstelling over het Midden-Oosten de Noren en Zwitsers vaak te zwak, en komen zij met eigen, genuanceerder standpunten.

In veel Europese landen beginnen burgers genoeg te krijgen van dit gemodder. Zelfs de hoge buitenlandvertegenwoordiger, Federica Mogherini, zegt dat Palestina erkend moet worden. Parlementariërs in verscheidene lidstaten organiseren de laatste maanden stemmingen om Palestina te erkennen. Toen Europarlementariërs in Straatsburg stemden, deden hun collega’s in Luxemburg hetzelfde.

Israël is furieus. De Amerikanen schoten in de diplomatieke overdrive: ineens krijgen de Palestijnen bij de VN in New York weer hoop en beginnen ze weer initiatief te nemen. Washington wil stemmingen over dit onderwerp graag vermijden, want dan wordt altijd pijnlijk blootgelegd hoe partijdig Washington in het Midden-Oosten is.

135 landen ter wereld willen Palestina erkennen. Het is fijn dat Europa eindelijk volgt. Maar als het dat eerder had bedacht, had een onafhankelijk Palestina er misschien zelfs kunnen komen.