‘Er is geen satellietbeeld van raket’

Hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke leidt het onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17. Inmiddels zijn tientallen (oog)getuigen ondervraagd.

Foto ANP/ Pierre Crom

Hij zat nog „in de wittebroodsweken”. De per 1 juni als hoofdofficier van justitie van het landelijk parket van het Openbaar Ministerie aangetreden Fred Westerbeke (52) kende zelfs een deel van zijn tweehonderd medewerkers nog niet toen donderdagnamiddag 17 juli de twee officieren van justitie van de afdeling internationale misdrijven, Hester van Bruggen en Thijs Berger, zijn kamer binnenstommelden. „Ik was in overleg en had het nieuws over het neerstorten van vlucht MH17 nog niet eens gehoord”, zegt Westerbeke.

„Mijn collega’s zeiden dat we gelet op het grote aantal Nederlandse slachtoffers heel snel een eigen strafrechtelijk onderzoek moesten beginnen. Anders loop je het risico dat er bijvoorbeeld in internationaal verband onderzoekscommissies komen die veel informatie als vertrouwelijk gaan afschermen.”

Twee dagen na de ramp arriveerde de eerste Nederlandse officier van justitie met een politieteam in Kiev. Sindsdien is Westerbeke vooral coördinator van het zogeheten Joint Investigation Team (JIT). Een club waarin politie en justitiediensten uit België, Australië, Oekraïne, Maleisië en Nederland nauw samenwerken om de daders van de aanslag op MH17 voor de strafrechter te krijgen. In Driebergen en Zwolle zitten de meeste politieagenten, maar er is ook een ‘field office’ in Kiev waar agenten de informatie analyseren die Oekraïne aan het onderzoek ter beschikking stelt.

„Je moet opeens op een flink aantal schaakborden aan de slag. Er zijn op dit terrein geen draaiboeken. Wij kennen geen zaken waar tien officieren van justitie op zitten. Hoe coördineer je? Hoe communiceer je?”, zegt Westerbeke. Om te voorkomen dat er wordt meegeluisterd, heeft hij voor overleg over MH17 een speciaal niet-afluisterbaar toestel. Maar bij voorkeur is er lijfelijk overleg. Westerbeke en zijn baas Herman Bolhaar bezochten vorige maand Maleisië om afspraken te maken over toetreding van dit land tot het JIT. „Maleisië heeft toegezegd dat als er verdachten in dit land worden berecht, er geen doodstraf wordt opgelegd.”

Strafdossier

Door de samenwerking in het JIT kan een Nederlandse rechercheur met bijvoorbeeld een Australische collega getuigen horen. „Wij maken een strafdossier dat voor alle landen beschikbaar komt. Er moeten nog afspraken komen in welk land verdachten voor de rechter worden gebracht. De wetenschap wie de verdachten zijn en wat er is gebeurd kan mede bepalend zijn voor het kiezen van de meest logische plek voor berechting. Onze onderzoeksmethodes moeten ook voldoen aan de spelregels in vijf landen. In Nederland hebben we bijvoorbeeld procedurele regels voor het tonen van foto’s aan getuigen. In Australië is de procedure weer anders, in Oekraïne ook.”

Een ander „schaakbord” waarop Westerbeke debuteert is politiek van aard. „Ik heb nooit eerder een strafrechtelijk onderzoek meegemaakt waarvoor zoveel politieke belangstelling is.” Er is wekelijks overleg in Den Haag en vorige maand zijn de leden van de vaste Kamercommissies voor Buitenlandse zaken en inlichtingen- en veiligheidsdiensten vertrouwelijk ingelicht. „Het is voor het eerst dat in een lopend onderzoek zo’n toelichting is gegeven. Het was noodzakelijk omdat steeds meer Kamerleden zich afvroegen: wat doet het OM en gaan ze wel hard genoeg.”

Vanwege de toenemende „kritische en ongeduldige reacties in de media” hebben de nabestaanden van de slachtoffers van MH17 zaterdag een brief gekregen van Westerbeke. Hij legt erin uit dat in tegenstelling tot de reconstructies die op tv en internet verschijnen het OM „onweerlegbaar bewijs” moet leveren. Dat kost tijd.

„In het strafrechtelijk dossier zitten inmiddels meer, maar dan ook veel meer bewijzen en informatie dan alles wat er op televisie en internet te zien was”, aldus Westerbeke. Er worden duizenden telefoongesprekken geanalyseerd. Er wordt beeldmateriaal bestudeerd dat is toegestuurd aan de digitale postbus van de politie en „op internet wordt onderzoek gedaan naar 5,5 miljard webpagina’s met onder meer foto’s en video’s uit Oekraïne”.

Door agenten van het JIT zijn al tientallen (oog)getuigen ondervraagd. Op de vraag of de rechercheurs tot nu toe iedereen hebben kunnen horen die ze wilden of dat mogelijke verdachten bijvoorbeeld opeens in Rusland verdwijnen, geeft Westerbeke geen antwoord. „Daar laat ik me niet over uit. Maar je kunt wel zeggen dat als er getuigen uit dat gebied willen verklaren, we alle mogelijke waarborgen moeten bieden. Getuigen moeten veilig kunnen verklaren. Moet een getuige in een beschermingsprogramma of kunnen we hem op een andere manier afschermen? Getuigen zijn heel belangrijk voor het onderzoek.”

En satellietbeelden? „Hierover bestaan misverstanden. Er zijn geen satellietbeelden in de zin van een filmpje waarop je een raket de lucht in ziet gaan. Er ligt geen conclusive evidence bij inlichtingendiensten met hét antwoord op alle vragen. De inlichtingendiensten hebben wel allemaal puzzelstukjes en trekken hun conclusies maar daar gelden andere procedures dan in het strafrecht. Wij hebben goed contact met die diensten. En als zij puzzelstukjes hebben die voor ons van doorslaggevend belang kunnen zijn, dan heb ik er goed vertrouwen in dat wij die staatsgeheime informatie die ze normaal gesproken afschermen, kunnen krijgen. Ik heb namelijk een inlichtingenofficier van justitie die het materiaal wel te zien krijgt en die kan bepalen of we die inlichtingen echt nodig hebben. Dat gaan we met elkaar oplossen.”