... en verdient eigen rechten

Er is behoefte aan robotrecht, constateren Rob van Hoven van Genderen en Esther van Duin.

Robots vormen een onafwendbare ramp voor de mensheid. Althans, dat schrijven de media. Zo zal de zorgrobot het werk in bejaardentehuizen overnemen en drones de bewaking van de politie.

Robots handelen autonomer en worden slimmer en menselijker. Niet langer zijn ze te vergelijken met een zelfsturende stofzuiger of een inparkerende auto – ook juridisch niet. Maar wie is er straks aansprakelijk als een robot doordraait en mijn zieke oma in het verzorgingstehuis een lepel achter in haar keel steekt? Is er behoefte aan robotrecht?

Dergelijk recht lijkt voorbarig, maar is het niet. Robots nemen de plaats van mensen in; in voorspelbare, maar ook nieuwe en onverwachte situaties. De mens zal steeds minder invloed op de daden van robots hebben. Dan is goed toepasbare wetgeving voor de slimme robot belangrijk. Kan een robot rechten hebben?

Er zijn twee juridische invalshoeken om de robot te benaderen. Bij de eerste staat de mens als juridische entiteit centraal en is de robot slechts een object. Bij de tweede krijgt de robot zelf beperkte rechtspersoonlijkheid toegekend.

Momenteel redeneert men vooral vanuit de eerste benadering: de robot als object, zonder juridische rechten of plichten. De natuurlijke persoon is verantwoordelijk. Werken robots samen, dan is het echter de vraag wie de verantwoordelijke persoon is. Bijvoorbeeld wanneer men communicatie tussen slimme auto’s en het intelligente wegdek gebruikt. Wie is er aansprakelijk voor de schade die een zelfsturende auto veroorzaakt? De onmachtige bestuurder, de overheid, medeweggebruikers of misschien toch de producent van het systeem?

En wat als een muzikale robot zelfstandig een tophit voortbrengt? Wie is er intellectueel eigenaar van het stuk – en dus ook van de opbrengsten? De eigenaar of de ontwerper? Volgens de huidige wetgeving is de eigenaar van het ‘object’ rechthebbende en verantwoordelijk voor alle acties die de robot verricht.

Bij de tweede mogelijkheid wordt de robot als (beperkte) drager van rechten en plichten aangemerkt. Kinderen kunnen eenvoudige rechtshandelingen met rechtsgevolg verrichten, zoals het kopen van een broodje. Later worden zij geacht meer rechten en plichten te kunnen dragen. Voor dieren blijft, gezien hun beperkte intelligentie, de eigenaar verantwoordelijk.

Een vergelijkbaar juridisch kader zou beter passen bij autonome robots dan het huidige aansprakelijkheidsrecht voor ‘dingen’. De natuurlijke persoon blijft verantwoordelijk voor het gedrag van de robot, maar de robot kan wel eenvoudige rechtshandelingen verrichten.

Een ander ‘juridisch’ probleem is de inzet van drones bij militaire operaties. De man achter de joystick en zijn commandant zijn verantwoordelijk – ook voor oorlogsmisdaden. Wat nu als een zwerm drones op eigen initiatief een fout besluit neemt? Is degene die de inzet van de drones heeft goedgekeurd verantwoordelijk? Of is er sprake van schulduitsluiting aangezien zijn invloed op de actie nihil was?

Er wordt de komende jaren geen enorme toename van autonome robots in onze samenleving verwacht. Maar bedenk: ooit was het ondenkbaar dat slaven, vrouwen of bedrijven over rechten zouden kunnen beschikken. Toeschrijven van rechtspersoonlijkheid aan autonome robots vormt een enorme omslag in ons denken: altijd zijn, direct of indirect, mensen verantwoordelijk voor handelingen van objecten en rechtspersonen. Sf-schrijver Isaac Asimov schreef zijn Drie Wetten der Robotica in 1942. Een futuristische fictie van de vorige eeuw lijkt een smal fundament voor onze nieuwe juridische werkelijkheid.