Drie dwarse senatoren, drie dwaze dagen

De senator die zijn telefoon niet opnam, de radeloze fractievoorzitter die wilde aftreden, de minister die niet verder wilde en drie boze gedoogpartijen leidden afgelopen week bijna tot de val van het kabinet.

Halbe Zijlstra tuurde bezorgd naar zijn mobieltje. De altijd wat saaie stemmingen in de Tweede Kamer ontgingen hem even, afgelopen dinsdag. De fractievoorzitter van de VVD wilde vooral weten wat er aan de overkant van het Binnenhof gebeurde.

De laatste dagen namen binnen de top van de coalitie de signalen toe dat één senator van coalitiepartner PvdA grote problemen had met een van de pronkstukken van het kabinet: een zorgwet die verzekeraars meer macht over ziekenhuizen zou geven, om de groei van zorgkosten te temperen. Daardoor zouden burgers met goedkopere polissen in sommige gevallen niet meer de ziekenhuiszorg krijgen die ze het liefst zouden willen.

Het was een uiterst belangrijk dossier, niet alleen voor de verantwoordelijke minister Edith Schippers, maar voor de hele VVD.

Het schermpje van Zijlstra’s telefoon lichtte op. Hij gromde: „Het is ook altijd wat met die PvdA’ers.” Hij zocht de blik van Alexander Pechtold. Zijlstra had de D66-leider, wiens partij de coalitie van VVD en PvdA in de Eerste Kamer op dit punt steunde, die ochtend over zijn zorgen verteld. Zijlstra keek Pechtold aan. Die schudde het hoofd. Ook hij had het nieuws op zijn schermpje gezien.

De senaat had het wetsvoorstel van Schippers verworpen. Liefst drie PvdA’ers hadden tegen gestemd. Voor de buitenwereld was het een totale verrassing. Er was een cruciale taxatiefout gemaakt. Maar door wie?

In de maanden daarvoor hadden PvdA-senatoren Adri Duivesteijn en Marijke Linthorst een paar keer bezwaar gemaakt tegen het wetsvoorstel. In hun ogen zou de toenemende macht van verzekeraars leiden tot tweedeling in de zorg tussen arm en rijk. Marleen Barth, fractievoorzitter in de senaat, bracht die boodschap regelmatig aan haar eigen partijtop over. Vlak na de zomer had ze ook minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) op de hoogte gebracht.

Het probleem was dat de waarschuwingen van Barth niet aankwamen. Bij de VVD wekte Barth óók de indruk dat het wel goed zou komen. Binnen de PvdA-top luisterde men al een tijdje nauwelijks meer naar haar. Zorgen over haar eigenzinnige fractie had Barth voortdurend. En meestal kwamen ze niet uit. Maar waarom werd de tegenstand nu zo verkeerd getaxeerd?

Ongericht boos

Om te beginnen begreep de PvdA-top niet goed waar de dissidenten zich precies tegen verzetten. Bij Linthorst was het duidelijk: zij stuurde een week voor de stemmingen nog een notitie met bezwaren naar haar fractiegenoten. Maar bij Duivesteijn liepen de bezwaren tegen de wet naadloos over in zijn frustratie over de staat van zijn partij en weerzin tegen partijleider Diederik Samsom. Zijn klachten werden dus genegeerd: Adri was gewoon ongericht boos.

Al die tijd werd aan Duivesteijn en Linthorst nooit de cruciale vraag gesteld: ga je nou voor of tegen de wet stemmen?

Het kwam dus als een grote verrassing dat de twee die ochtend verklaarden: wij stemmen tegen. En er bleek nog een derde dissident te zijn: Guusje ter Horst. Ze had „vrij principiële bezwaren”, hoewel ze er bij meldde dat ze alleen zou tegenstemmen als anderen dat ook deden.

Om tijd te winnen zocht Barth uitstel van stemmingen. Ze stuurde een smsje naar Loek Hermans, fractievoorzitter van de VVD in de senaat, dat de PvdA nog technische vragen had. Ze schrok van het antwoord: „Uitstel ligt moeilijk bij ons.” Wilde de VVD soms crisis? Maar Hermans begreep simpelweg niet dat Barth eigenlijk bedoelde dat er PvdA’ers tegen wilden stemmen. Toen hij dat doorkreeg, was de stemming in de senaat al omgeslagen. Barth, intussen in verwarring, ging niet in op het aanbod van de Kamervoorzitter om een derde termijn aan het debat toe te voegen. Dat gaf zicht op langer uitstel. Omdat ze haar telefoon op de fractiekamer had laten liggen, miste ze de ge-smste smeekbedes van Rutte, vice-premier Asscher, Samsom en Schippers om die kans te grijpen. Er werd gestemd: de wet werd verworpen.

Barth, die doorhad hoe erg ze had misgekleund, bood aan haar functie als fractievoorzitter neer te leggen. Haar collega’s weigerden.

De VVD’ers waren woedend: hoe kon de PvdA het zo uit de hand laten lopen? Schippers liet Rutte en Zijlstra weten dat ze geen minister kon blijven als deze wet haar uit handen werd geslagen: niks doen, daarvoor zat ze niet in Den Haag. De boodschap van de VVD aan coalitiepartner PvdA was ongekend hard: los het op, en verwacht van ons geen hulp.

Stemgarantie

Op woensdagochtend gingen Samsom en Asscher schuldbewust aan de slag – ze wilden de wet zo aanpassen dat de drie senatoren er wel mee zouden kunnen leven, en dan opnieuw indienen. Ze spraken met Linthorst. Ter Horst liet weten pas ’s avonds laat beschikbaar te zijn, na haar werk. Na aandringen was ze bereid een paar uur eerder te komen.

Adri Duivesteijn bleek simpelweg onvindbaar. Eerst nam hij de telefoon niet op, later moest de ernstig zieke senator naar het ziekenhuis. Zo verstreken de uren. ‘s Avonds besloot Asscher op de gok naar diens huis te rijden. Met succes.

Bij het aanbreken van de derde crisisdag had de coalitietop wel de hoop dat Linthorst en Ter Horst tot bewegen bereid waren. Maar wat Duivesteijn precies wilde bleef hoogst onduidelijk – de senator had het gesprek met Asscher de avond ervoor vanwege vermoeidheid afgekapt. De telefoonafspraak voor die ochtend had hij afgezegd. De coalitietop had haast: het was de laatste vergaderdag voor de vakantie. De kabinetscrisis mee onder de kerstboom nemen was geen optie.

Duidelijk was dat ze van de drie senatoren geen stemgarantie gingen krijgen. En de VVD had na de ervaring van dinsdag zekerheid nodig. In de middag kwam staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) met een idee. Als voormalig topambtenaar had hij meegeschreven aan de Zorgverzekeringswet. Artikel 126 van die wet bood ruimte om allerlei zaken te regel via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het prettige van dat instrument was dat de senaat er niets over te zeggen heeft, en dus ook de drie onvoorspelbare senatoren niet. Zouden ze ook tegen het aangepaste voorstel stemmen, dan konden de plannen zo toch worden verwezenlijkt. Op het Torentje heerste vreugde. Dit was de oplossing!

Daarna ging het snel. Donderdag rond etenstijd werden de leiders van gedoogpartners D66, ChristenUnie en SGP naar het Torentje geroepen. De ‘constructieve’ drie hadden er drie miserabele dagen opzitten. Ze waren gevraagd standby te staan, maar voelden zich slecht geïnformeerd. Ze waren boos: hun senatoren hadden netjes voorgestemd, en nu dreigde de boel te alsnog te klappen omdat de coalitie zijn zaakjes niet op orde had.

Pechtold, Arie Slob en Kees van der Staaij waren heel wat minder enthousiast over de ‘AMvB-route’. Ze vonden het een staatsrechtelijk monstrum, getuigend van minachting voor het parlement. Hier zouden ze niet mee akkoord gaan, zeiden ze tegen Rutte, Samsom, Asscher en Zijlstra. „Nu wreekt zich dat jullie ons er te lang niet bij betrokken hebben”, zei Pechtold. Het overleg werd drie keer geschorst in een poging tot een vergelijk te komen: om beurten overlegden coalitie en gedogers in het keukentje van Rutte’s torentje. Toen vertrokken de gedogers. Wat gaan jullie beneden tegen de journalisten zeggen?, vroeg Rutte. Het antwoord: „Dat we geen akkoord hebben met jullie”.

Gewaarschuwd door de weerstand van de drie besloot de coalitie tot een nieuwe strategie: de AMvB-route werd geschrapt uit de brief die op het punt stond naar de Tweede Kamer te gaan, en vervangen door een onschuldiger ogende alinea, om „in overleg te treden” met de Tweede Kamer. Zo was er geen kabinetsplan meer waar D66, de ChristenUnie en SGP zich tegen konden verzetten.

Donderdagavond om kwart voor twaalf, 56 uur na het begin van de crisis, debatteerde de Tweede Kamer over het compromis van VVD en PvdA. Tot ergernis van de volledige oppositie noemden Samsom en Zijlstra de senaatvrije AMvB-route wél. Dat was opzet: zo gaven ze het signaal dat de coalitie de plannen er hoe dan ook door zouden drukken.

Want hoewel VVD en PvdA tot diep in de nacht bleven uitstralen dat ze erop rekenden dat de drie senatoren een aangepaste wet zouden steunen, wisten ze drie dingen zeker. De stem van Duivesteijn zouden ze niet krijgen, het nieuwe beleid moest er komen anders zou Schippers uit het kabinet stappen en de VVD uit de coalitie. En een kabinetscrisis, dat gunden ze de drie dwarse senatoren niet.