De Muur staat nog

Voor de vierde ronde van de London Chess Classic begon kwamen er twee Italiaanse jongens binnenlopen die uit Italië waren gekomen voor een handtekening van hun idool Fabiano Caruana. Die kregen ze en ze mochten ook de eerste zet uitvoeren aan het bord van Caruana. Niet voor Caruana, maar voor Kramnik, want die had wit.

De oudste van de twee deed 1. d4. Kramnik keurde de zet goed en toen klonk er volgens de perschef van het toernooi John Saunders een zucht van opluchting, niet alleen omdat het leuk voor de jongens was dat hun zet was geaccepteerd, maar volgens Saunders ook omdat er daardoor geen Berlijnse Muur op het bord kon komen.

De Berlijnse Muur is de moderne naam van het oude eindspel dat ontstaat na de zetten 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. 0-0 Pxe4 5. d4 Pd6 6. Lxc6 dxc6 7. dxe5 Pf5 8. Dxd8+ Kxd8.

Het is een interessant eindspel, maar de meeste schakers vinden een stelling zonder dames die al na acht zetten op het bord staat vervelend. Ze willen nog wel kijken naar een interessant eindspel, maar dan liever als het ontstaat na een interessant middenspel. Bovendien kunnen alleen zeer subtiele fijnproevers de finesses van dit eindspel savoureren.

Bij de Londen Classic kwam de Muur zo vaak op het bord dat Anand voorstelde om de naam te veranderen in ‘Londense verdediging’. Ook omdat Kramnik in zijn match om het wereldkampioenschap tegen Kasparov in 2000 in Londen zijn overwinning voor een groot deel dankte aan de Berlijnse Muur.

Er zijn topspelers die grommen dat de zet 1. e4 (‘best by test’ volgens Bobby Fischer) niet meer te spelen is omdat er tegen de Muur met wit geen voordeel valt te bereiken. Ook in Londen werd de Muur niet gebroken. Anand won het toernooi door een overwinning in de laatste ronde tegen Michael Adams in een partij met de Muur, maar dat deed hij met zwart.

Ook in het schaken zal de Berlijnse Muur eens vallen, maar voorlopig nog niet.

Vladimir Kramnik - Hikaru Nakamura, London Classic 2014

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Le2 0-0 6. Pf3 e5 7. d5 Meestal speelt Kramnik de hoofdvariant met 7. 0-0 Pc6 8. d5. 7...a5 8. Lg5 h6 9. Le3 Bijna iedereen doet 9. Lh4. 9...Pg4 10. Ld2 f5 11. h3 Pf6 12. exf5 gxf5 13. Dc1 f4 14. g3 e4 15. Ph4 e3 16. fxe3 fxg3 17. Pg6 Tf7 18. Dc2 Pfd7 Een tijdrovende manoeuvre. Volgens Kramnik was 18...Pa6 de enige redelijke zet. Na bijvoorbeeld 19. Tg1 (waarschijnlijk is 19. Pf4 beter) Pb4 20. Db1 Ph7 21. Txg3 Pg5 zou zwart dan volop meespelen. 19. 0-0-0 Pe5 20. Thf1 Wit krijgt een geweldige aanval op de koningsvleugel. 20...Txf1 21. Txf1 Lxh3 22. Tg1 Df6 22...Dg5, om zijn g-pion nog even te houden, helpt zwart ook niet na 23. Pf4 Lf5 24. e4 Lg6 (anders komt 25. Ph5) 25. Pe6. 23. Txg3 Pxg6 Helaas gaat 23...Lf5 niet wegens 24. Dxf5. 24. Txg6 Df7 Het eindspel na 24...Lf5 25. Txf6 zou ook hopeloos voor zwart zijn. 25. Tg3 Lf5 26. e4 Lg6 27. Lg4 Df1+ 28. Pd1 Le5 29. Lh3 Df6 30. Tg1 Kh7 31. Lf5 Lxf5 32. exf5

Zie diagram

32...Pd7 Eindelijk komt dit paard in het spel, wat al veertien zetten eerder had moeten gebeuren. Nu is het veel te laat. 33. Tg6 Df7 34. Txh6+ Kg8 35. Tg6+ Kf8 36. Pf2 b5 37. Pg4 bxc4 38. Dxc4 Dxf5 39. Tg8+ Als dit trucje (39...Kxg8 40. Ph6+) er niet in zat, was 39. Lh6+ ook goed genoeg. 39...Ke7 40. Lg5+ Lf6 41. De2+ Zwart gaf op.