Noord-Korea zit achter de Sony-hack, Obama betreurt terugtrekken film The Interview

Filmbedrijf Sony heeft een fout gemaakt door de film The Interview deze week na dreigementen terug te trekken. Dat zei de Amerikaanse president Barack Obama gisteren tijdens zijn laatste persconferentie van dit jaar. Volgens de president kunnen Amerikanen „een of andere dictator” niet toestaan in hun land censuur uit te oefenen. „Ik heb er begrip voor, aangezien medewerkers zijn bedreigd. Maar het is jammer dat ze niet eerst met mij hebben gepraat.”

Gisteren bleek uit onderzoek van de FBI dat Noord-Korea verantwoordelijk is voor de hack bij de filmmaatschappij van Sony. De Amerikaanse federale recherche deed onderzoek naar de computerinbraak waarbij films en duizenden e-mails en persoonlijke gegevens zijn buitgemaakt. De link met Noord-Korea werd gelegd omdat bij de hack dezelfde technieken en netwerken zijn gebruikt die al eerder door de Koreanen zijn ingezet, bijvoorbeeld bij de inbraak in computers van Zuid-Koreaanse banken in maart van dit jaar. Ook kwam een aantal IP-adressen van de gebruikte computers overeen met pc’s die bij eerdere hacks door de Koreanen werden ingezet.

De FBI maakt zich grote zorgen over de „destructieve” aard van de aanval op een privaat bedrijf en op personen. En dat niet alleen: „De aanval van Noord-Korea op Sony Pictures bevestigt opnieuw dat cyberaanvallen een van de grootste risico’s vormen voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten.” Obama zei tijdens zijn speech dat de Verenigde Staten ‘gepast’ actie gaan nemen tegen Noord-Korea. Wat de actie gaat inhouden en wanneer dat gaat gebeuren, wilde Obama niet zeggen.