Betere fietsen

Niet lang geleden zag ik in de krant een foto waarop ergens in Manhattan over een speciaal afgebakend stuk rijweg mensen op de fiets op weg naar hun werk waren. Het gemeentebestuur en de burgerij hadden zich laten inspireren door het Nederlandse voorbeeld. Terecht.

In de buitenlandse metropolen stappen de mensen ’s ochtends in hun auto, veroorzaken opstoppingen, aanrijdingen, stank, opwarming van de aarde. Hier springen ze op hun fiets en bereiken na een dosis gezonde lichaamsbeweging hun werk, zonder enige schade aan het milieu of zichzelf te hebben veroorzaakt. Zo blijven we een gidsland.

Een van de eersten die dat heeft gezien, is de grote Tsjechische schrijver Karel Capek (1890-1938). In 1932 was hij langere tijd in Nederland. Daarover heeft hij een boek met reportages geschreven, Obrazky z Holandska, Nederlandse editie: Over Holland, met grote aandacht voor de fiets als hyperindividualistisch middel van vervoer.

Door de oorlogen, onlusten en crises heen heeft de fiets zich gehandhaafd, vrijwel in zijn oorspronkelijke constructie. De bezetters hebben er destijds ook het nut van begrepen. Maar in de loop van de tijd zijn er telkens weer uitvinders geweest die van mening waren dat het beter kon. Onlangs heeft TNO, de organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek, de nieuwste plannen voor een verbeterde fiets gepubliceerd, speciaal voor ouden van dagen. Deze fiets is digitaal opgekalefaterd, heeft een radarsysteempje waardoor de berijder beter voor- en achteruit kan kijken en een zadel dat gaat trillen als er onheil dichterbij komt. Ongelofelijk. Als het zo verder gaat, kunnen we binnenkort het eeuwige leven binnenfietsen.

Toch blijft er het een en ander te wensen over. Ik woon aan een drukke driesprong met aan de overkant een smal fietspad. Als het donker wordt, ga ik voor mijn plezier een beetje naar het verkeer zitten kijken, en ik begin te tellen. Zo weet ik nu dat ongeveer de helft van alle fietsers geen enkele verlichting heeft, en dat van een kwart alleen een voorlamp werkt.

Even zijn ze onder de straatlantaren in beeld en dan worden ze weer door het duister opgeslokt. Ze zijn letterlijk verdwenen. De politie is nergens te zien. Nu bestaan er inmiddels fietsen met in een van de assen een dynamo. Dan draadjes in het frame naar de ingebouwde voor- en achterlamp. Als je die constructie wettelijk verplicht, voorkom je ongelukken en spaar je mensenlevens. En het is op den duur veel goedkoper.

Nog zo’n misstand. Het is herfst, het regent en het waait en de fietsers worstelen tegen de elementen. Sommigen hebben een paraplu opgezet. Tegenwoordig heb je ergonomische paraplu’s die het gemakkelijker maken tegen de wind in te rijden. Van voren zijn die korter, de helling van het scherm is scherper en ze lopen langwerpig toe. Maar geloof niet dat zo’n ding het fietsen bij slecht weer vergemakkelijkt. Om te beginnen moet je met één hand je stuur blijven vasthouden. Het is een najaarsavond, windkracht zes of zeven en je worstelt met een stortbui die je zijdelings van achteren treft. Daar komt een windstoot van zeventig kilometer per uur en ja, de paraplu klapt om en daar ligt de oude van dagen met zijn uitgekiende bescherming op de natte straat.

Een paar jaar geleden heb ik er eens over geschreven. Er moet een fietsparaplu komen, een enigszins gestroomlijnd regenscherm met korte voorkant en lange achterkant, die je in het frame geklemd altijd bij je hebt en onder de vereiste omstandigheden in een houder stevig aan de voorkant van je frame kunt planten. Daar komt bij het vallen van de winteravond de stortbui in de storm. Bliksemsnel schakel je de verlichting in, plant de paraplu op zijn plaats en je komt veilig thuis.

Eigenaardig. In de loop der jaren hebben we allerlei varianten van de oerfiets verzonnen: de bakfiets, de fiets met de lange bak waarin je je kinderen kunt vervoeren, de bromfiets en niet zo lang geleden de elektrische fiets. Maar van de meest voor de hand liggende verbeteringen is het nog steeds niet gekomen. Een tekortkoming die mijn wantrouwen in het verzameld vernuft van de mensheid en in het bijzonder ons volk versterkt.