Filosofie heeft beperkte meerwaarde voor maatschappij

Maikol Samsom schrijft kritisch over het verdwijnen van de filosofiefaculteit aan de Erasmus Universiteit (NRC, 10 december). Hij is niet de enige. Het valt me op dat Nederlandse filosofen sinds kort weer van zich laten horen in het publieke debat. Te laat. Ik vind dat de kritische filosoof ook kritisch moet vragen waarom hun faculteiten onder vuur liggen en welke rol filosofen daar zelf in hebben gespeeld.

De vraag over de meerwaarde van de filosofie is zo oud als de filosofie zelf. Maar opeens vliegen de antwoorden je om de oren. Voorstanders spreken over vaardigheden zoals ‘kritisch nadenken’ en ‘reflectief vermogen’, terwijl er genoeg andere academische studies zijn waarin die vaardigheden aan bod komen. Als dat niet zo is, dan is dat geen argument voor de filosofie, maar een argument om die andere studies te verbeteren.

Verder worden er gevallen genoemd van mensen die filosofie hebben gestudeerd en die wel goed terecht zijn gekomen. Iedere kritische filosoof zou toch moeten weten dat deze enkelingen de meerwaarde van de studie in het bedrijfsleven absoluut niet kunnen bewijzen.

Ten derde komen voorstanders met verhalen over de vage langetermijnproducten van de filosofie, hoewel het onduidelijk is wat deze precies zijn. Ook geen overtuigende reden voor universiteiten en de politiek om de studie in stand te houden.

De argumenten die worden gegeven om filosofie aantrekkelijk te maken voor de buitenwacht zijn atypisch voor de filosofie zelf. Op structureel niveau is er binnen de filosofiefaculteiten te weinig gedaan is om de kloof tussen de samenleving, de rest van de wetenschappen en de praktijk te dichten. Als filosofiestudenten kunnen we nu boos naar ‘het systeem’, de politiek of het bedrijfsleven wijzen. Maar dat is ronduit naïef. Er bestaan onderzoeksgroepen binnen filosofiefaculteiten waar een klein aantal profesoren al jaren corresponderen over neoplatonistische invloeden in het werk van Thomas van Aquino. Vakinhoudelijk waanzinnig spannend, maar dat de maatschappij liever meer klimaatonderzoek subsidieert en dat het bedrijfsleven eerder iemand zoekt met computervaardigheden dan iemand die de Summa van kaft tot kaft in het Latijn heeft gelezen, is niet verwonderlijk te noemen.

Misschien moeten we accepteren dat er mensen zoals ik zijn die niet zonder filosofische beschouwingen kunnen. Dat die groep straks een andere manier moet vinden om aan haar dagelijkse portie reflectie te komen is tragisch voor hen. Maar laten we niet doen alsof het schadelijk zal zijn voor de maatschappij of wetenschappen die beter in de praktijk toepasbaar zijn.

, student filosofie (VU)

Radicalisering

Criminaliteit geen activisme

Martijn de Koning toont in een interview begrip voor jongeren die naar Syrië en Irak vertrekken om te vechten (NRC, 17 december). Hij spreekt in dit verband niet over geradicaliseerde maar over activistische jongeren.

Het buitensporig geweld van de geradicaliseerde groeperingen treft echter vooral moslims. Deze week heeft de Taliban in Pakistan 132 kinderen afgeslacht en in Nigeria zijn door Boko Haram 32 burgers gedood. De IS in Syrië en Irak richt zich ook vooral tegen moslims. Met religie heeft dit alles niets meer te maken. Het zijn criminele kartels die religie als alibi gebruiken.

Begrip vragen voor jongeren die aan deze ‘strijd’ deelnemen, is misplaatst en zendt een verkeerd signaal aan deze misleide en verwarde jongeren.

Lou Beeren