Barmhartigheid is uit de mode

Geert Corstens nam afscheid als president van de Hoge Raad. Hij wees politici menigmaal op de juiste verhoudingen binnen de rechtsstaat.

Geert Corstens: „We hebben rechters nodig om ons te beschermen tegen elkaar en tegen de overheid.”

Of het niet leuk is om samen te gaan zeilen? De president van de Hoge Raad en voormalig zeeverkenner uit Helvoirt Geert Corstens (68 jaar) komt met deze suggestie voor het tweede van de drie uitvoerige gesprekken die we het afgelopen jaar voerden. De zeilboot, een Randmeer, ligt aan de steiger bij zijn buitenhuis aan het Heegermeer in Friesland. Op vrijdag 16 mei is het er zonnig en blaast de wind bescheiden.

De dag voor de zeiltocht stuurt Corstens een schriftelijke overdenking die als gespreksstof op het water kan dienen. Het is een tekst die hij net heeft gemaakt voor een congresbundel over mensbeelden in het strafrecht. De hoogste rechter van het land schrijft, mede door zijn „optimistische levenshouding” die weer het gevolg is van zijn „katholieke Brabantse herkomst”, altijd geloofd te hebben in barmhartige strafrechtspleging. Hoe afschuwelijk daden ook zijn, we moeten de ander niet haten maar proberen te vergeven. „Ik heb het geloof in de medemens niet verloren, ook al erger ik me – om het zacht uit te drukken – wel eens aan het optreden van mensen”, schrijft de rechter. „Al begrijp ik de vergeldingsgedachte, ik ben voorstander van een strafrechtspleging die blijft pogen mensen niet te isoleren. Het is jammer dat in het huidig geestelijk klimaat die gedachte wat is weggeëbd.”

Na twee uur zigzag tegen de wind in zeilen legt Corstens op een terras in het plaatsje Gaastmeer bij een bord met spiegeleieren en een glas witte wijn uit wat hij bedoelt. „Ik heb zitten nadenken: wat beweegt me nu eigenlijk? Ik geef mezelf iets meer bloot dan ik normaal doe.”

Het zijn in dit tijdsgewricht wel erg gedateerd vooruitstrevende opvattingen?

„Ja het is uit de tijd. Vooral politici zijn enorm gefixeerd geraakt op veiligheid. Dat staat voorop, geen risico’s meer nemen. Het begon vier jaar geleden met de nieuwe naamgeving van het justitiedepartement: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat heeft meer betekenis gekregen dan ik aanvankelijk dacht. Het heeft effect op het beleid. Politie en rechtspraak staan onder beheer van één departement. Vroeger was er een natuurlijke tegenstelling tussen Binnenlandse Zaken – dat stond voor de politie en de veiligheid – en het klassieke magistratelijke Justitie departement. Ze hielden elkaar in evenwicht en daar is een einde aan gekomen. Veiligheid staat nu voorop met als fictie dat we daar met overheidsbeleid heel veel aan kunnen doen. Ik geloof dat niet zo maar die fixatie is er wel. Justitie-aspecten als rechtvaardigheid en belangenafweging krijgen minder aandacht. Dat is een structurele fout in ons bestel.”

Bespreekt u zoiets wel eens met justitieminister Ivo Opstelten?

„Ach, dat is niet zo zinvol. Hij heeft zulke uitgesproken opvattingen. Natuurlijk heb ik weleens tegen hem gezegd dat er meer aandacht moet zijn voor preventie van jeugdcriminaliteit, dat jeugdwerk ontzettend belangrijk is. Opstelten is een doener. Hij roept ook minstens één keer per week: we gaan dit of dat keihard aanpakken. Opstelten wekt daarbij verwachtingen die je niet kunt waarmaken en het gaat ten koste van de justitie-aspecten. Het is toch raar dat terwijl de criminaliteit afneemt, de fixatie op veiligheid steeds groter wordt. Daar zit een gekke tegenstelling.”

Uw opvattingen over strafrecht waren gemeengoed toen u in de jaren ’70 uw juridische loopbaan begon in de wetenschap en bij het OM. Bent u nooit van mening veranderd?

„Dit is mijn stellige overtuiging. Kijk de hardline criminelen kiezen ervoor zich een stevig inkomen te verwerven door misdaden te plegen. Maar dat is een relatief kleine groep. Mensen met psychische stoornissen zijn zwaar oververtegenwoordigd in de gevangenispopulatie. Daar moet je rekening mee moet houden. Mensen begaan natuurlijk vreselijke misdrijven maar je moet je altijd afvragen: wat zit hier achter? Zonder alles te willen vergoelijken. Zelfs aan de grootste crimineel valt altijd nog wel iets goeds te ontdekken.”

Is het niet frustrerend dat vooral de roep om vergelding klinkt? Daar zit je dan met je verlichte opvattingen.

„In het justitiële apparaat is zeker nog oog voor de opvattingen die ik koester. We zijn gelukkig geen onderdeel van de uitvoerende macht. We moeten onze eigen koers bepalen. We staan nog heel vaak op de rem. Dat is een goede, nuttige en humane functie die wij als rechters uitoefenen.”

In Friesland schijnt de zon inmiddels steeds feller. Corstens ontspant en begint aan een warm pleidooi voor literatuur en filmkunst. Hij spreekt bevlogen over Het Martyrium van Elias Canetti, over het werk van Romain Gary en de film Diplomatie waarin een Duitse generaal worstelt met de opdracht delen van Parijs op te blazen. „Je kunt vaak heel veel maatschappelijke ervaring opdoen door goede literatuur te lezen of films te zien.”

Maart

Het eerste gesprek met Corstens is op dinsdag 11 maart, een van die eerste ongewoon warme lentedagen. Het rechtbanknieuws gaat in die dagen over de kwestie-Joris Demmink. In Utrecht worden getuigen verhoord over beschuldigingen van seksueel misbruik van jongetjes waaraan de voormalige secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid Joris Demmink zich zou hebben bezondigd. Een voormalige politieagent heeft verteld dat in 1998 in een zeer geheim onderzoek naar pedoseksuele contacten ook namen van een aantal vooraanstaande magistraten en Demmink opdoken.

„Reputaties worden in deze zaak volledig te grabbel gegooid. In De Telegraaf was sprake van een journalistiek dieptepunt: op de voorpagina werden namen en foto’s getoond van mensen die op basis van één getuigenverklaring in verband werden gebracht met iets dat vijftien jaar geleden gebeurd zou zijn. Niemand weet of het waar is maar je bent ondertussen wel volledig kapot gemaakt. Heel akelig dit.”

Volgt u deze kwestie nauwlettend?

„Natuurlijk volg ik het op de voet. Ik heb met Demmink als secretaris-generaal heel vaak contact gehad. Dan doet het je wel wat als zo’n man beschuldigd wordt. Maar de zaak is in onderzoek, dus ik kan me er niet over uitlaten.”

De zaak-Demmink wordt druk gevolgd door mensen die de rechterlijke macht een totaal corrupt apparaat vinden. Is er meer wantrouwen dan vroeger?

„Vroeger moest opwinding eerst het filter van de pers passeren. Dat is afgelopen. Door het internet kan iedereen van alles naar buiten brengen. Ook het parlement functioneert steeds minder als filter. Vroeger ging het om het dempen van maatschappelijke onrust, nu is er steeds vaker sprake van het vergroten ervan. Parlementariërs nemen niet meer een zakdoek maar liever een luidspreker voor de mond.’’

„Maar de opvatting dat rechters corrupt zijn is niet het algemeen gevoelen in de samenleving. Uit enquêtes blijkt dat vertrouwen in rechters hoog is, zeker in vergelijking met andere landen. Ik krijg veel brieven van mensen die hun problemen bij mij neerleggen en vragen: doe hier iets aan. Daaruit blijkt vertrouwen. ”

Gelooft u dat een chantabele hoge ambtenaar in staat zou zijn rechters te dwingen tot bepaalde vonnissen, zoals wordt beweerd?

„Nee. Het is een enorme misvatting dat een hoge ambtenaar in staat zou zijn uitspraken van rechters te beïnvloeden. Een rechter praat niet met anderen over zijn zaken. En bij belangrijke zaken beslissen drie rechters in eerste aanleg, drie anderen in hoger beroep, en bij de Hoge Raad nog eens vijf, na een advies van een onafhankelijke advocaat-generaal. Er zijn dus goede structurele waarborgen. In een land waar corruptie hoogtij viert, zie je vaak niet-consistente rechtspraak. Bij ons zou een afwijkend oordeel meteen opvallen. Dan hebben rechters iets uit te leggen. Ik heb nooit iets gemerkt van pogingen tot beïnvloeding van rechters.”

Hoe vond u het dat Opstelten over de onderzoeken tegen Demmink zei: ‘Het was niks, is niks en wordt niks’?

„Ik heb daar eerder iets kritisch over gezegd maar kan daar nu niet meer op ingaan omdat er aangifte is gedaan tegen Opstelten en de Tweede Kamer moet beslissen. In algemene zin zouden politici zich niet moeten bemoeien met de rechtspraak waar het concrete zaken betreft.”

Corstens ergert zich vaker aan de bemoeienis van politici met de rechtspraak. „Premier Rutte zegt ‘het zal tijdens mijn premierschap nooit gebeuren’ dat Volkert van der G. vrijkomt. Ook een minister-president is aan de wet gebonden. In Buitenhof zei hij begin dit jaar: ‘de politiek gaat over de wenselijke strafmaat’. Nee, meneer de premier, daar gaat u niet over maar in het concrete geval de rechter. De wetgever mag alleen limieten aangeven.”

„Soms gaat het ook goed. Toen de Hoge Raad vorig jaar bepaalde dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor de schade die drie slachtoffers opliepen bij Srebrenica gaf premier Rutte als reactie: ‘de rechter heeft gesproken en dat gaan we uitvoeren’. Toen heb ik hem een sms’je gestuurd: complimenten.”

Afscheid

Op donderdagmiddag 30 oktober neemt Corstens afscheid in een buitengewone zitting van de Hoge Raad. Daarna is er een receptie in de Ridderzaal. Met zijn echtgenote staat Corstens – in toga met baret en met de net gekregen Koninklijke onderscheiding van Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau om de hals – in een uiterste hoek van de zaal. De rij mensen die hem vaarwel komen zeggen is enorm.

Vijf dagen later zit Corstens ontspannen thuis in Arnhem en trakteert op koffie met makronen. De koninklijke onderscheiding ligt in de doos met gebruiksaanwijzing op de tafel in de woning. Echt rustig van het pensioen genieten is nog niet gelukt. Zijn vijfde kleinkind werd eergisteren geboren.

In de afscheidstoespraken die Corstens ten deel vielen werd hij opvallend vaak geroemd om zijn openbare optredens. „U gaf de Hoge Raad een gezicht door zelf naar buiten te treden”, zei Ivo Opstelten. „Als een lid van de uitvoerende macht ook maar in de buurt van een mening over een gang van zaken in het recht of een rechterlijke uitspraak komt, springt u in de bres.”

Corstens knikt. „Je moet als president de boer op. De rechtsstaat is niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid. Daarom is het belangrijk uit te leggen wat de rol is van de rechter in de rechtsstaat. Dat betekent ook dat je van je moet laten horen als vertegenwoordigers van de andere overheidsmachten die verhoudingen niet in acht nemen. Anders krijgen mensen een vertekend beeld van de verantwoordelijkheden in de rechtsstaat.”

Hij wijst erop tijdens zijn presidentschap ook interviews aan De Telegraaf te hebben gegeven. „Daar zouden mijn voorgangers niet over gepiekerd hebben. Dat dagblad werd in het verleden geassocieerd met een zekere vijandigheid ten opzichte van de rechterlijke macht, maar gelukkig ligt die tijd echt achter ons. Ik heb gezegd dat je voor de vrijheid van ons allen rechters nodig hebt om ons tegen elkaar en de overheid te beschermen.”

Corstens zegt zich altijd te hebben voorgenomen „niet bij elk akkefietje naar buiten te treden”. Alleen als „het echt nodig is” wilde hij aandacht trekken. Zoals vier jaar terug toen PVV-leider Geert Wilders zei dat „miljoenen mensen terecht geen vertrouwen hebben in de rechterlijke macht” als hij zou worden veroordeeld wegens discriminatie. Corstens noemde dit in Buitenhof „zeer ondermijnend voor het vertrouwen van mensen in rechterlijk optreden.” Hij zei te willen „dat mensen respect hebben voor rechterlijke beslissingen ook als ze anders luiden dan ze zelf gewenst zouden hebben”.

Ondanks alle openheid pleit Corstens er tegelijkertijd voor toch ook afstand te houden. „Er moet een kloof zijn tussen rechter en samenleving want iedereen moet naar je toe kunnen komen. Niemand moet denken: oh, hij hoort bij díe club. Dat is ook niet zo, maar je moet zelfs niet die indruk wekken. Je moet wat dat betreft een beetje sfinx blijven en in alle onpartijdigheid een knoop kunnen doorhakken.”

„Je wordt als rechter geconfronteerd met soms weerzinwekkende daden of uitspraken. Laatst was er een geval van een moeder die haar twaalfjarige dochter voor seksueel misbruik ter beschikking stelde. Je gaat ervan over je nek. Toch moet je als rechter met een zekere abstractie oordelen, heel voorzichtig en afgewogen. Mensen moeten zich fatsoenlijk behandeld voelen. Je moet je als rechter losmaken van het eerste gevoel dat zo’n zaak ook bij jou oproept en je mag als rechter nooit mee huilen met de wolven. Zelfs degenen die ongelijk krijgen in een rechtszaak moeten je oordeel kunnen waarderen.”

„Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat je rechtvaardige beslissingen neemt en dit los van persoonlijke gevoelens doet. Je mag je dus als rechter nooit in heftige termen uitlaten want dan wek je de schijn dat bepaalde mensen op voorhand op achterstand staan. Iedereen moet een faire kans krijgen.”

Ook een aanhanger van de PVV moet niet bang zijn dat de rechterlijke macht alleen maar uit ‘D66 slapjanussen’ bestaat, zoals ze daar graag beweren?

„Er zijn binnen de rechterlijke macht disproportioneel veel D66 stemmers maar dat betekent niet dat we dat allemaal zijn. Het is een middenpartij, dus ligt het voor de hand dat rechters, die toch vergroeid zijn met hun terughoudendheid in oordelen daarop eerder zullen stemmen, dan op partijen aan de uiteinden van het politieke spectrum. Maar dat een rechter op een bepaalde partij stemt, heeft niets met de uitoefening van zijn ambt te maken. Iemands politieke voorkeur vertaalt zich niet in het rechterlijk werk”, zegt Corstens die zelf geen lid is van een politieke partij.

Hoe geeft een rechter de PVV’er het gevoel: wij zijn er ook voor jullie?

„U bedoelt Wilders? Ook hij kan rekenen op een onpartijdige en onafhankelijke berechting. Rechters bedrijven geen politiek. Zij oordelen alleen over de vrijheid van meningsuiting in een concrete zaak, zoals die door de wetgever is begrensd.”

Hebt u Wilders wel eens persoonlijk aangesproken over zijn rechtsstatelijke opvattingen?

„Nee. Ik vond het voldoende om mijn standpunt publiekelijk te uiten na zijn uitspraak over ‘miljoenen mensen die vertrouwen in rechterlijke macht verliezen’ omdat Wilders daar een grens flink had overschreden. Dan moet je als president van de Hoge Raad voor de rechtsstaat opkomen. Maar ik ben natuurlijk geen leermeester van politici.”