Arjen en Ireen

Arjen Robben en Ireen Wüst Sportman en Sportvrouw van het Jaar. Persbureau Reuters deed daar nog een schep bovenop en maakte de bekroning van Wüst wereldwijd.

Hollands glorie.

Hij koning van Beieren, zij koningin van Sotsji. Het is een genade die Wilders nooit zal bereiken, en Mark Rutte ook niet.

Voorspelbare amateurs.

Ik ben geen voorstander van competities tussen sporters van diverse disciplines. Wie zet nu een tienkamper en een darter op hetzelfde podium? Voetballers die een individuele titel binnenhalen, is ook nauwelijks uit te leggen. In de bekroning van Arjen Robben moet je ook Robin van Persie en Ron Vlaar meenemen. Toch is de keuze voor Arjen verdedigbaar. Met zijn flitsacties bij FC Bayern en op het WK in Brazilië tilde hij zich hoog boven de groep uit. En gaf Nederland een eigen artistieke signatuur.

Visitekaartje met gouden letters.

Schaatsen is geen wereldsport, maar als een vrouw op de Olympische Winterspelen in Sotsji twee keer goud en drie keer zilver wint, mag je spreken van een onwaarschijnlijke dominantie die de schaatssport overstijgt. Dan ben je met of zonder klapschaats als atlete lid van de elementen. Eerder viel ze ook al in de olympische prijzen op de Winterspelen in Turijn en Vancouver.

Madame Wüst.

Hebben de twee kroonjuwelen iets gemeen? Hoe Hollands zijn ze nog? Trouwe aardappeleters? Wüst zie ik soms nog door de keuken klapschaatsen, de haren in een dotje, schortje voorgebonden, vaatdoek los over de schouder. Het ordinaire leven van iedereen. Spreken doet ze in schaatstaal. Met litanieën over mode, geld en kekke disco’s laat ze zich niet horen. In een gewaagd jurkje à la Inge de Bruijn zullen we haar ook niet gauw zien. Ireen is zoals Marianne Vos: kannibalisme zonder rafelranden.

Na het Sportgala foeterde ze dat ze door al dat zoenen en handen schudden een verkoudheid had opgelopen. Daar baalde ze van in de aanloop naar de NK allround. Het is nooit genoeg, Ireen wil alles winnen. Niet dat ze openlijk staat te flirten met medailles – ze beleeft haar sport ingetogen. Zoals het hele leven. In Sotsji zag ik haar naast haar verloofde lopen: bijna vreemden van elkaar. Innigheid op ijs. Terwijl ze wel heel emotioneel kan worden, vooral bij verlies. Twee tellen later ligt ze alweer ingevroren in de plooien van Hollandse nuchterheid.

Nuchter is Arjen Robben als geen ander, zij het dat hij meer dan Ireen geschampt is door de stad. Meer stedeling. Dat kan niet anders als je in Londen, Madrid en München hebt gevoetbald tussen wereldvedetten. Het laatste is Robben ook, maar het heeft zijn gedrag nauwelijks beïnvloed. Geen streepje goud, laat staan een tattoo aan het sterke, rijzige lichaam. Geen opgeschoren franje aan zijn kop. Je ziet hem nog altijd met de fiets door Bedum rijden, een beeld dat bij Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart aan scherven ligt.

Beseffen we in Nederland wel dat Arjen Robben in het pantheon van Messi, Ronaldo, Neymar, Zlatan thuishoort? Quasi op gelijke hoogte. En hoor hem dan praten over Bernadien, de kids, zijn hond… – Fré Meis zou zich geschaamd hebben voor zijn hoogdravende luidruchtigheid. Alles aan Arjen Robben is gewoon. Daar heeft ook zijn vader Hans voor gezorgd. De familie Robben vindt amechtig proberen op te vallen decadent en armoedig.

De zwerver van Oranje was de beste speler op het WK in Brazilië en toch bleef de polder knorren over zijn spel.

Iets meer respect en liefde voor Arjen Robben zou deze sportnatie niet misstaan.