Witte goedmens

Een paar jaar geleden was ik bij het afscheid van een belangrijke bobo in de Rotterdamse kunst- en cultuurscène. Hij ging met pensioen, en dat werd met groot eerbetoon gevierd. Behalve lovende woorden van (ex-)collega’s was er ook performances art, zoals dat heet.

De onnavolgbare pretentie staat me nog bij als de dag van gisteren. Er kwam een jongeman op het podium die werd aangekondigd als ‘maatschappijkritische kunstenaar’. Hij staarde eerst de zaal in met een strak gezicht. Vervolgens ging hij schreeuwen: geen tekst, maar een of ander weergaloos irritante brul. Terwijl ik mijn lach moest onderdrukken aanschouwden de lui om mij heen – witte mensen met moeilijke kapsels en dito brillen – het allemaal met een serieuze blik van goedkeuring. De maatschappijkritische kunstenaar sloot zijn gewichtige optreden af door een wc-ontstopper op zijn mond te zetten en die op en neer te bewegen. De zaal knikte weer met ernstige instemming.

Ik wilde uitschreeuwen: „Zijn jullie hier allemaal ’n haartje besodemieterd?!” Maar ik durfde niet. „Het ligt misschien aan mij, want wat weet ik nou als gastarbeiderszoon uit Rotterdam-Zuid van belangrijke kunst?”, dacht ik.

Sindsdien weet ik beter. De witte, elitaire, progressieve goedmens die op kosten van de hardwerkende loodgieter, maar nooit samen met die hardwerkende loodgieter, gesubsidieerd loopt te mijmeren over de maatschappij is het moderne equivalent van de Naakte Keizer. Zo heb ik afgelopen weekend tijdens het Arab Camera Festival in Rotterdam een korte film gezien die letterlijk nergens over ging. Het was een misbaksel van vage beelden die aan elkaar waren geplakt, net zoals het geklieder van een peuter die voor het eerst met verf mag spelen. Ik verveelde me kapot en ging om me heen kijken. En ik zag een zaal vol witte ‘progressieven’ die zonder Arabieren in hun naaste omgeving leven, maar wel deze belachelijke film met een uiterst aanmatigende ernstigheid bekeken. Een soort Aflaatbrief: als je als elitair type het leed van de arme kleurling doorgrondt via vage kunst die niemand begrijpt, kun je weer zonder schuldgevoel terugkeren naar je witte stulpje in de spreekwoordelijke Grachtengordel, oftewel Kralingen-Oost.

Maar ook dit keer had ik niet de moed om openlijk de Naakte Keizer uit te lachen. In plaats daarvan ging ik naar Pathé Schouwburgplein, de culturele thuisbasis van Rotterdamse ‘proleten’. Waar ik in een volle en etnisch gemengde zaal Dumb and Dumber To heb bekeken. Met een fles bier in de hand en een grote bak popcorn op mijn schoot heb ik samen met de mensen om mij heen keihard gelachen om infantiele scheetgrappen. Maar dit keer zonder de vunzige pretentie van ‘maatschappijkritiek’.