Wil de stad eigenlijk wel een poptempel?

Vandaag sloot de termijn om plannen in te dienen voor een nieuw poppodium. Er is angst voor een debacle zoals met club Watt. Amanda Kuyper Marike Knaapen

Illustratie Marike Knaapen

Het is het trauma van de Rotterdamse muziekscène: het ontbreken van een poppodium. Het roemruchte Nighttown sloot in 2006 wegens hoogoplopende schulden. Opvolger Watt, opgezet als ‘de duurzaamste club ter wereld’, sloot na amper twee jaar in 2010, door isolatieproblemen en een ijlings opgelopen hoge schuld. Dan was er Waterfront. Podiumcafé Exit. Urban podium De Nieuwe Oogst. Met het ter ziele gaan van al die podia klopt het grootstedelijke pophart in Rotterdam nog maar lichtjes.

Hoe kan het dat Rotterdam, dynamische en vooruitstrevende tweede stad van Nederland, steeds weer faalt in het opzetten en overeind houden van een solide muziekgebouw? Het is toch te zot voor woorden dat de Rotterdammer nu al jaren voor concertbezoek zijn heil zoekt in andere steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag? Recente optredens van bands als Passenger, Rival Sons en Sam Smith liep de stad mis – ze gaven wel shows in middenzalen in Amsterdam (Paradiso, 1.500 bezoekers ) en Utrecht (TivoliVredenburg, 2.000 bezoekers).

Eerlijk gezegd staat Rotterdam, volgens Gideon Karting, concertbooker van Mojo Concerts, al jaren niet meer bovenaan in het lijstje van toerende internationale artiesten. „Na Amsterdam zijn de meest gekozen plaatsen Utrecht, Groningen, Tilburg, Eindhoven en Nijmegen. En er is een flink groeiend aantal festivals dat de acts bij de clubs weghaalt.”

D66-wethouder Adriaan Visser (financiën, binnenstad, cultuur en sport) wil de ban doorbreken. Zijn oproep kwam in oktober: ondernemers kunnen een plan pitchen voor het realiseren van een middelgroot poppodium van 1.000 tot 1.200 bezoekers. Vandaag sloot daarvoor de inzending. Plannen worden zowel inhoudelijk als financieel bekeken, op haalbaarheid en stabiliteit beoordeeld, door een externe adviescommissie met leden van de Rotterdamse Raad voor de Kunst en Cultuur (RRKC). Drie interessante initiatieven worden uitgewerkt. Rond 1 juni zal de RRKC een definitief advies geven.

Rotterdam kijkt naar wat de stad wil

Sinds zijn aanstelling in mei zegt Visser ‘signalen’ te krijgen dat de stad behoefte heeft aan een podium „voor lokale nationale en internationale acts die de bestaande Rotterdamse podia zijn ontgroeid”. Hij spreekt van een ‘Rotterdamse piramide’. Een humuslaag met kleinschalige programmering. Een middensegment met concerten bij professionele relatief kleine muziekpodia als Rotown, Bird, LantarenVenster, Worm en lichtschip V11. „En dan is er een topsegment dat we niet hebben, maar waar de Schouwburg en De Doelen nu een oplossing voor biedt.”

De wethouder verlangt naar een poppodium dat ernaar ‘ruikt en voelt’. Bij voorkeur in de binnenstad als ‘magneet in de stad’, waar horeca op in kan haken. Maar het kan ook aan de rand van de stad zijn.

Critici loven dat Rotterdam kijkt naar wat de stad wil. Maar gesteld wordt dat de stad niet kijkt naar wat er nódig is. In het onlangs gehouden poppodiumdebat in Arminius overheerste één opvatting: De gemeente wil geld stoppen in exploitatie, maar zou dat in bestaande stenen en programmering moeten doen. Anders ligt een herhaling van het ‘Watt-fiasco’ op de loer.

Kanshebbers moeten in het plan van Visser met eigen middelen een podium opzetten. Wat tekort komt draagt de gemeente bij, maar het wordt geen gemeentelijk podium, benadrukt Visser. Hij zegt niet hoeveel de jaarlijkse exploitatiesubsidie zal zijn. „Want dan zijn we dat al kwijt.” Het geld komt uit het cultuurbudget, maar zal niet ten koste gaan van het cultuurplan. En ja: „Hat kan zo zijn dat we zeggen: leuke voorstellen, maar het is te duur om dit te laten werken...” In dat geval sluit Visser geld voor betere programmering op bestaande podia niet uit.

Wat vinden de Rotterdammers zelf, vroegen Thomas van Vliet en Arjen van der Straaten zich ook af. In de aanloop van de pitch deden zij als ‘Poptempel’ een publieksonderzoek. Van de 313 respondenten vond 81 procent dat de stad een nieuw podium nodig heeft. Men wil concerten van bands die te groot zijn voor Rotown en te klein voor de Heineken Music Hall in Amsterdam.

Een andere initiatiefnemer die vandaag zijn plan inleverde is Dave Geensen van het collectief POPkantoor – eerder ook in de race in de verkiezing tot Stadsinitiatief. Vorig jaar wilde Geensen de Cinerama bioscoop omvormen tot popzaal. Nu heeft hij een ander ‘innovatief concept’ ingeleverd: Popkantoor @ Tropicana. Het idee: een flexibel te verhuizen ‘black box’ concertzaal voor ten minste vijf jaar in de oude discotheek van het vervallen subtropische zwemparadijs. Geensen gelooft heilig in de komst van een vast podium. „Het is gewoonweg arrogant om die wens van de Rotterdammer zo in twijfel te trekken. Het komt in elk onderzoek naar voren.”

Je hebt meer aan goede programmeurs

Gideon Karting van Mojo Concerts ziet het voordeel wel van het nieuw podium. Immers: „Boekingskantoren zijn altijd blij als er meer podia zijn, zodat artiesten meer plekken hebben om te spelen.”

Maar wil je meedoen in de race van de buitenlandse tours, dan is een goede programmeur ook erg belangrijk. Dat zou pleiten voor de samenwerkende podia, ware het niet dat er nog een veel belangrijker punt is: „Een volle zaal trekken.” Zou een nieuw poppodium structureel een volle zaal halen, dan valt dat alleen maar toe te juichen. Karting: „Maar ik vraag me echter af of er met het groeiend aantal plekken voor popmuziek in Rotterdam niet al genoeg wordt voorzien in de behoefte van het publiek.”

Bedoeld wordt de manier waarop twee jaar geleden is begonnen met een (succesvolle) programmering van grote concerten in zalen als de Schouwburg, de Maassilo en De Doelen. De stevigste ‘nee’ tegen een nieuw podium komt dan ook van de verantwoordelijke Stichting Pop Up waarin acht Rotterdamse muziekinstellingen zijn vertegenwoordigd – Rotown, Bird, Worm, Baroeg, Grounds/WMDC, Popunie, Motel Mozaïque en Metropolis. Het idee dat Rotterdam behoefte heeft aan een poppodium moet dringend genuanceerd worden, zegt woordvoerder Minke Weeda. „Já, er is behoefte aan concerten. Maar dat is wat anders dan alles op één plek.”

Geen geld naar nieuwe stenen

In het vandaag door Pop Up ingediende plan De Stad als Podium komt naar voren hoe de stichting juist verder gebruik wil maken van de bestaande podia. Weeda: „Volgens ons zijn er al genoeg mooie locaties in de stad om belangwekkende concerten te programmeren. Het geld zou direct gestoken moeten worden in sterke programmering, in plaats van nieuwe stenen.”

Pop Up zet in eerste instantie in op 30 tot 35 concerten per jaar, uit te breiden naar 50. Weeda: „Veel podia hebben het nu moeilijk. Er is veel leegstand, omdat het niemand lukt zeven dagen per week iets neer te zetten. Rotterdam moet vooral vooruitstrevend programmeren, maar zonder al te veel risico’s. Een nieuw duur podium gaat de huidige gevonden muziekbalans in de stad verstoren.”