Wie is er in staat om 132 kinderen te vermoorden?

De Talibaan richtten deze week een bloedbad aan op een school in Pakistan. Dat roept grote verontwaardiging op. Het eigen leger beschermt al jaren de Talibaan in buurland Afghanistan om politieke redenen. Dat keert zich nu tegen Pakistan.

Agenten onderzoeken de school waar 132 kinderen zijn vermoord in Peshawar. In Pakistan begon woensdag een periode van drie dagen van nationale rouw. Foto AFP

Zes jongemannen. Ze dragen kalasjnikovs en Pathaanse gebedsmutsjes. Sommigen hebben nog nauwelijks baardgroei. Hun blik in de camera is onzeker. Dit zijn volgens de Pakistaanse Talibaan de mannen die dinsdag 132 kinderen hebben gedood op een door het leger gerunde school in de noordwestelijke Pakistaanse stad Peshawar.

„Hoe kan een iemand kinderen doden, vragen we ons af. Ze kunnen het, ze hebben het gedaan en ze zullen het opnieuw doen. Maar nog steeds durft niemand de daders bij naam te noemen”, schreef de Pakistaanse schrijver Komail Aijazuddin vanmorgen in een bijtend artikel.

Aijazuddin fulmineert tegen de angst voor de Talibaan en tegen de ontkenning dat de daders Pakistanen zouden zijn. De daders zouden Arabisch en Oezbeeks hebben gesproken. „Hoe kan iemand kinderen doden? Omdat wij het ze laten doen.” Zijn boodschap: alleen als de hele natie opstaat tegen alle extremisten, niet alleen tegen de Pakistaanse Talibaan, kunnen we hen verslaan.

Amerika zou Talbiaan wapens geven

Maar de vraag is of Pakistan daaraan toe is. Eerder deze maand bezocht ik een ‘soefi-nacht’ in Lahore. Daar dansten jongeren op traditionele trommel-ritmes. Wie door de opzwepende muziek in trance raakte, al dan niet geholpen door hasj-joints, riep Allah aan bij een van zijn heilige namen. Dit soort bijeenkomsten zijn doelwit van de Talibaan. Zij beschouwen het mystieke soefisme als ketterij. „De Talibaan, dat zijn geen moslims, dat zijn moordenaars. Islam is liefde, vrijheid”, zeiden jongeren die ik aansprak. Maar menigeen beweerde dat de Talibaan vermomde Indiërs waren. En dat de Amerika de terroristen wapens en fondsen bezorgden.

Tijdens een interview met een bekende muziekproducent met gematigde visies en een hoge Pakistaanse militair-buiten-dienst ging het dezelfde kant op. „Het is een samenzwering van het Westen. Echte moslims doden geen moslims”, zei de muziekproducent. „Het buitenland houdt de terreur in ons land in stand. Als het nodig is, staan wij als één man op voor de beslissende slag tegen India”, zei de hoge militair.

In een moedig en vlijmscherp hoofdredactioneel commentaar, getiteld ‘Voor onze kinderen’, schrijft dagblad The Nation: „Iedereen, van de gewone bevolking tot de burgerlijke en militaire leiding, is verantwoordelijk voor deze barbarij.”

Opmerkelijk is wat de krant schrijft over de strijdkrachten: „Terwijl het leger doorgaat met operaties tegen ‘de slechte Talibaan’, blijft het (…) de Afghaanse Talibaan en andere jihadi-organisaties, zoals Jamat-ud-Dawa, beschermen. Het land oogst wat het decennia lang heeft gezaaid.” Jamat-ud-Dawa wordt door India en de VS onder meer verantwoordelijk gehouden voor de aanslagen in Mumbai in 2008 (162 doden).

En nu is in Pakistan de maat vol

Het is in Pakistan niet zonder risico om kritiek op de strijdkrachten te leveren. Zij zijn het machtigste instituut van het land en grepen al drie keer de macht. Onlangs werd nieuwszender Geo TV uit de lucht gehaald nadat het de beruchte militaire inlichtingendienst ISI had beschuldigd achter een aanslag te zitten op een van zijn presentatoren.

Ook na eerdere zware Talibaan-aanslagen leek een keerpunt in de houding tegenover de extremisten op handen. Steeds echter ebde de verontwaardiging weg en nam cynische berusting de overhand. Het is nu voor het eerst dat media op eigen conto zeggen wat binnen- en buitenlandse experts al jaren beweren: door islamitische terreurgroepen te steunen die het gemunt hebben op de buurlanden Afghanistan en India, heeft het leger (via inlichtingendienst ISI) een monster gecreëerd dat zich op Pakistan heeft gestort.

We rouwen al jaren, schrijft Komail Aijazuddin. „Nu is het tijd om kwaad te worden. Om helder en krachtig onze ware vijand te benoemen. Wie dat niet doet, is deel van het probleem.”