Voor altijd de man die niet durfde

Edwin van Calker was drie keer bij de Olympische Spelen. „Ik ben er ontzettend trots op”, zegt hij over zijn afgesloten loopbaan als bobsleeër.

De bobslee met Edwin van Calker aan het stuur tijdens een trainingssessie op de Olympische Winterspelen in Sotsji. Foto EPA

Met het Wilhelmus afscheid nemen van het bobsleeën: het bleef maar in zijn hoofd zitten, de laatste weken. Afgelopen weekeinde kreeg Edwin van Calker (36) zijn zin: met een Europa Cup-zege in het Zuid-Duitse Königssee, een van zijn favoriete banen, beëindigde de Groninger een opmerkelijke carrière. „Ik ben er ontzettend trots op”, zegt hij over zijn lange loopbaan als bobsleepiloot.

Hij won medailles bij wereldbekers, miste op een haar na het podium tijdens de WK van 2012, in Lake Placid, was drie keer bij de Olympische Spelen. „Het jochie uit de Veenkoloniën”, lacht hij nu. Vlakker land dan zijn eigen geboortegrond – Gasselternijveenschemond, Stadskanaal, Mussel, waar zijn ouders nog wonen – is bijna onvindbaar. „Als klein land vierde worden op een WK, vechten met de grootmachten als Amerika, Canada, Duitsland, Rusland. Helemaal op eigen kracht, zonder steun van de bond.”

Wie Van Calker zegt, denkt aan Vancouver. Hij weet het – en heeft dat al lang geaccepteerd. Voor het grote publiek, en voor sommige prominenten uit de Nederlandse bobsleewereld, blijft hij altijd de piloot die ‘niet naar beneden durfde’ op die spraakmakende baan van het Whistler Sliding Centre, tijdens de Spelen van 2010.

Terugtrekking

„Het had niet mogen gebeuren”, zegt bobsleepionier Rob Geurts nog steeds over de terugtrekking van de viermansslee. „Edwin heeft een geweldige carrière gehad, ik heb erg veel respect voor de manier waarop hij zich heeft teruggeknokt na Vancouver. Maar dat was een heel zwarte bladzijde. Het heeft mij heel veel pijn gedaan dat hij daar niet naar beneden is gegaan. Op de Spelen moet je gaan.”

Anderen oordelen milder. Zoals Wiltfried Idema, vice-voorzitter van de Bob en Sleebond Nederland (BSBN). „Edwin was niet de enige die zich terugtrok. NOC*NSF was wel de enige die daar een persconferentie over gaf. Zelfs CNN had er breaking news van gemaakt. Hij is te hard afgerekend.”

Van Calker zelf wil er best nog ’s over praten – hij weet dat het onderwerp af en toe terugkomt. Toen hij voor het eerst terugkeerde naar Vancouver. Toen hij zijn voorbereiding begon voor Sotsji. Toen hij begin dit jaar arriveerde in de Russische bergen bij Krasnaja Poljana. Vragen ging hij nooit uit de weg. „Ik heb het een plaatsje gegeven. Maar het heeft het me natuurlijk geraakt, het was een waanzinnige teleursteling. We hadden er vier jaar lang voor gewerkt met z’n allen. Maar uiteindelijk kregen we het niet voor elkaar, met de coaches, om op die baan de goede lijn te vinden.”

Sprookjesachtig

Het waren donkere dagen in het sprookjesachtige Whistler, in de bergen ten noorden van Vancouver. Enkele uren voor de officiële opening van de Spelen stierf de Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvili tijdens een trainingsafdaling op de baan die door velen als levensgevaarlijk werd beschouwd. Talloze bobs, ook zeer ervaren piloten, gleden in de dagen erna op hun kop over de finish. Ongelukken hoorden erbij, in Whistler. „Er waren veel meer teams die zich terugtrokken, ook twee uit Zwitserland, een groot bobsleeland”, zegt Van Calker. „De eerste weken in Nederland waren voor mij heel negatief, maar internationaal gezien waren er veel vragen. De baan is onderzocht en Whistler heeft nog steeds geen wereldbeker.”

Na Sotsji, waar Van Calker elfde werd in de viermansbob, is Nederland volgens Idema nu twee „grote stimulatoren” kwijtgeraakt in het bobsleeën, met Esmé Kamphuis, die op de Spelen als vierde eindigde. „Zij hebben laten zien dat je als klein, vlak land ook mee kunt met de wereldtop. Maar de bobsleewereld stort niet in elkaar nu zij weg zijn”, zegt hij.

Goede jeugd

Ook Rob Geurts is optimistisch over de toekomst van bobsleeland Nederland. „Er is heel veel goede jeugd, bij de dames en de heren. Marije van Huigenbosch en Sanne Dekker haalden goud bij de Jeugd Olympische Spelen. Grote bobsleelanden halen zelfs mensen uit Nederland: Bror van der Zijde sleet in Zwitserland, Ivo de Bruin in Canada. Dat vind ik waardeloos. Maar tegelijkertijd ben ik apetrots dat het Nederland als bobsleeland op de kaart staat.”

Van Calker had dat niet kunnen dromen toen hij zelf in 2001 de overstap maakte, vanuit de atletiek – samen met zijn broer Arnold en sprinter Timothy Beck. „Het is een prachtig avontuur geweest, voor het hele team. Het begon heel moeizaam. Vier jaar lang in de kelder van de bobsleesport, slecht materiaal, weinig coaching, weinig geld. We toerden wat rond door Europa. Maar we hebben er veel van geleerd. Uiteindelijk ontwikkelden we voor Vancouver met Eurotech een Nederlandse slee waarmee we zilver haalden bij een wereldbekerwedstrijd.”

Nu ziet hij tot zijn voldoening dat zijn opvolgers staan te trappelen. „Er is de laatste jaren echt wel wat geïnvesteerd in het bobsleeën. De komende twee jaar zullen de jongeren kneiterhard moeten trainen en alle banen van de wereld moeten leren kennen. En daarna naar de Spelen.”