Verlicht

Lichtjes in de stad. Ik vind dat beregezellig. Kerstversiering langs de straten, op huizen, boten, trams. Wat mij betreft mag dat allemaal tot half mei zo blijven. Tussen die kerstverlichting door bots je nu hier en daar ook op artistieke uitingen van het Amsterdam Light Festival. Ineens duikt er een spookschiphologram op (bij het Scheepvaartmuseum) of kruipen er lichthandjes over een boom (Henri Polaklaan). Ik vind dat spannend. Bij sommige denk ik: rot op hiermee, zoals die plompe rode bogen in het Plantage Muidergracht plantsoen (‘Constell.ation’ genoemd, zo’n naam trek ik ook al niet), soms denk ik: laat dit hier eeuwig blijven, zoals die lichtslangen die op geluid reageren, in dat water naast de Hortus.

Dat er Amsterdammers zijn die een boottocht à 30 euro gaan maken om al die lichtsculpturen te gaan zien, kan ik me moeilijk voorstellen. Zelfs die gratis uitgestippelde wandeltocht geloof ik niet. Dat is toch suf? Voor mensen die de stad niet kennen is het allemaal enig, maar voor ons bewoners zit de charme hem juist in de verrassing. Dat je ergens al tachtigduizend keer gefietst hebt en dat je dan nu ineens, en passant, terwijl je gewoon aan het nadenken was over je kerstborreloutfit, dat absurde vuurtorenhuisje midden in de Amstel ziet en dat je even niet weet wat dat is (of of het mooi is).

Ik adviseer u overigens dringend om de bordjes die bij de kunstwerken staan niet te lezen. Bij die lichtslingers boven de brugleuning op de kruising van de Amstel en de Herengracht bijvoorbeeld hoort de uitleg: ‘De perfecte verbinding tussen twee parallelle belevingswerelden, die van het water en die van de straat, is de brug. Daar staan we met z’n allen veel te weinig bij stil’. Had ik daar maar niet stil gestaan. En zag u al die aandoenlijke neonfiguurtjes op de Nieuwe Herengracht? Een kunstenaar die zijn naam per se zonder hoofdletters wenst te schrijven wil hier vluchtelingen mee uitdrukken. ‘Neon straalt hetzelfde serene licht uit als een vluchteling’. Ja hoor.

Overigens heb ik wel weer een paar uur plezier gehad van het bijschrift bij ‘Re(bi)cycle Dome’ (lichtkunstenaars zijn blijkbaar ook dol op spelen met taal) in het Hortusplantsoen, een soort koepel van fietswielen, opgevist uit de gracht, waar vermeld stond dat de kunstenaar zijn inspiratie heeft geput uit zijn ‘onderzoek naar gebruiksmogelijkheden van bestaande materialen en vormen voor opvangcentra van exotische dieren’. Het idee dat iemand daar een hele studie naar heeft gedaan, maakt dit kunstwerk zowat mijn lievelings. Na die slangen. En na die oppomptulpen bij de brug Herengracht-Leidsestraat. Het is hilarisch om twaalf mensen op een rij te zien pompen, en de blijdschap bij de pompers als er dan een verlicht plastic – eigenlijk op zichzelf vrij afzichtelijk – tulpje uit het water omhoog komt, is ronduit ontroerend. Toen ik zelf aan het pompen was, werd een jongen naast me gebeld. Ik luisterde, al pompend, af: „Yeah, I just arrived in Amsterdam (…). You mean right now? Well… actually I’m pumping up rainbowcoloured tulips from the canal as we speak. (…). No, I have no idea why. It makes me happy though.”