Column

Vader is de lul

Vader zijn is niet altijd een lolletje, besefte ik weer eens toen ik deze week over de schrijnende lotgevallen van enkele collega-vaders las. Vader moet vooral op zijn hoede zijn voor openlijk terugblikkende kinderen. Het begon met de filmer Frans Bromet die met zijn vrouw en drie kinderen in de Volkskrant werd geïnterviewd. Dit naar aanleiding van zijn tv-documentaire Opvoeden – 19 jaar later over ouders en kinderen.

„Ik vind papa een gezellige opa”, zegt dochter Laura Bromet. „Als vader was je afweziger. Je was er wel, maar met je hoofd ergens anders (…). Ik herinner me dat we op vakantie waren en dat papa een week niks zei. Tot mama zei: als je niet nu wat gaat zeggen, gaan we terug naar huis.” Zoon Ruben bevestigt: „Dat herken ik. Wij gingen elke week naar de kaasboer varen en dan zei jij eigenlijk nooit wat. We waren wel samen, maar toch ook weer niet.” Papa Bromet reageert nogal berustend: „Ik ben me er niet bewust van. Maar ik heb die klacht vaker gehad.” En dan mag hij zich nog gelukkig prijzen dat hij geen romanschrijvers heeft voortgebracht, want dan ben je als vader je leven helemaal niet meer zeker.

Woensdag zat vader John Curvers met dochter Emma voor de kortgedingrechter, omdat hij zich onteerd voelde in haar debuutroman Iedereen kan schilderen en in een interview met haar. Hij zei tegen de rechter: „Ik heb haar niet weggedaan. Ik ben niet geestesziek of koopziek. Er is geen medisch dossier.” Hij keek zijn dochter niet aan en zei aan het einde: „We zitten er allemaal mee, maar we komen er zo niet uit.”

Toen ik dat las heb ik meteen mijn twee dochters gebeld met het verzoek binnenkort gezellig ergens met z’n drieën een hapje te eten. „Waarom zo gauw”, vroegen ze geschrokken, „er is toch niks?” Ik hield me op de vlakte, maar ik zal straks bij het dessert zeker even peilen of er nog romanplannen zijn: „Je weet dat ik altijd bereid ben wat foutjes uit het manuscript te halen.”

Ik moet tot elke prijs voorkomen dat mijn column straks op dezelfde pagina verschijnt als een interview met mijn debuterende dochter, die onomwonden verklaart: „Pa hing in zijn columns wel altijd heel knusjes de zorgzame vader uit, maar wij waren altijd blij als hij die rotstukjes boven zat te schrijven – dan hoefden we ons even niet te verbergen voor die tiran. Heb je al bij ma geïnformeerd wat er gebeurde als hij een writer’s block had? Zijn lezers moesten eens weten!”

Waarna ik genoodzaakt ben me de volgende dag, zo goed en zo kwaad als het kan, in een column te rechtvaardigen: „Ik heb mijn vrouw en kinderen nooit geslagen, althans, niet vaker dan de gemiddelde echtgenoot en vader.”

Voor je het weet eindig je als de vader uit het lied Op een mooie Pinksterdag van Annie M.G. Schmidt: Vader is een hypocriet./ Vader is een lul./ Vader is er enkel en alleen maar voor de centen en de rest is flauwekul.

Dat mag mij niet gebeuren. Natuurlijk is vader een hypocriet en een lul, maar wie mocht er op het slagveld sneuvelen, wie ging er bij nacht en ontij naar zijn werk, wie moest de WK-finale van Duitsland verliezen, wie kon het huis verbouwen en wie moet er nu koken en achter de kinderwagen lopen omdat ma dat ook al niet meer wil en liever aan mindfulness doet? Kortom, wie is niet alleen een lul, maar altijd dé lul?

Vaders aller landen! Het wordt tijd voor een vernietigende roman.