Succesvolle missie van Bureau 121

Het schrappen van de film The Interview na een computerinbraak bij Sony is een grote overwinning voor Noord-Koreaanse hackers. Cyberoorlogsvoering is een prioriteit voor Kim Jong-un.

Een scène uit de geschrapte film The Interview, waarin Kim Jong-un wordt geparodieerd. Foto AP

Het Noord-Koreaanse regime kan zijn eigen bevolking niet voeden zonder hulp van het Wereldvoedselprogramma van de VN en de meeste Noord-Koreanen hebben geen idee hoe computers werken. Toch produceert het land volgens Zuid-Koreaanse inlichtingendiensten hackers van wereldklasse.

De Amerikaanse FBI beschuldigde de Noord-Koreanen er gisteren van achter de recente cyberterreur te zitten tegen het filmbedrijf Sony Pictures Entertainment. Dat besloot deze week na dreigementen van een hackersgroep, ‘Guardians of Peace’ genaamd, een film over een fictieve moord op de jonge Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un niet in omloop te brengen. De Amerikanen voegden er aan toe dat 90 procent van de bedrijven niet opgewassen zou zijn geweest tegen een dergelijke cyberaanval.

De regering in Pyongyang had eerder fel geprotesteerd tegen het uitbrengen van The Interview en omschreef de filmkomedie als „een oorlogshandeling”. Maar het ontkent iets met een hackersaanval op Sony Pictures en de dreigementen te maken te hebben.

Kim Jong-un, die in de film jammerlijk sterft bij een explosie, hecht groot belang aan de cyberstrijd. Volgens hem is die van even grote strategische waarde als raketten en kernwapens.

Noord-Korea beschikt al jaren over een legertje computerexperts dat is gespecialiseerd in cyberinbraken bij bedrijven in Zuid-Korea en elders. Jang Se-yul, een naar Zuid-Korea uitgeweken Noord-Koreaanse computerspecialist, vertelde het persbureau Reuters onlangs dat deze experts deel uitmaken van Bureau 121. Dat bureau, vallend onder het Algemene Bureau van Verkenning, een spionageorganisatie, heeft telt zo’n 1.800 ‘cyberstrijders’. „Voor hen is cyber het sterkste wapen. In Noord-Korea wordt het de Geheime Oorlog genoemd”, aldus Jang.

Bureau 121 rekruteert zijn mensen van de Universiteit voor Automatisering in Pyongyang. Die selecteert elk jaar voor honderd plaatsen de meest belovende studenten uit 2.500 kandidaten. Een positie als ‘cyberstrijder´ is zeer gewild. Niet alleen om de eer, medewerkers van Bureau 121 kunnen bij voorbeeld vans staatswege ook rekenen op ruime appartementen in de beste wijken van de Noord-Koreaanse hoofdstad.

The Voice of America wist vorig jaar te melden dat de Noord-Koreaanse cyberspecialisten op steun kunnen rekenen uit China. Ze zouden zelfs deels vanuit China opereren, oogluikend toegestaan door de Chinese autoriteiten. Noord-Korea zou ook duizenden agenten hebben die zowel in China als Japan actief zijn. Sommigen geven zich uit voor vertegenwoordigers van Noord-Koreaanse handelsfirma’s maar zijn in werkelijkheid ‘cyberstrijders’.

Vooral aartsrivaal Zuid-Korea heeft tot dusverre de kracht ondervonden van de Noord-Koreaanse cyberaanvallen. De eerste aanval dateert al van 2009. Vorig jaar slaagde Noord-Korea erin zo’n 30.000 pc’s van banken, omroeporganisaties en sommige overheidsdiensten te ontregelen. De ramingen van de schade liepen op tot zo’n 640 miljoen euro. Zuid-Koreaanse experts kwamen tot de ontdekking dat de aanval uit China kwam, maar de meesten gingen ervan dat Noord-Korea er in werkelijkheid achter zat.

De Noord-Koreaanse hackers gaven vorig jaar ook op andere wijze hun visitekaartje af, op de website van niemand minder dan de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye. Wie de site aanklikte, trof een leus over het scherm aan met de tekst: „Lang Leve Generaal Kim Jong-un, president van de Hereniging.”