Sony zwicht voor hackers

Een dictator in de gordijnen. Betere reclame voor een film bestaat er niet. De komedie The Interview had dankzij de populariteit van de acteurs en het virulente politieke klimaat wellicht een groot Amerikaans publiek aangesproken. Maar daarbuiten spreekt hij minder aan. Kim Jong-wie? De Noord-Koreaanse autoriteiten lieten sinds juni duidelijk blijken niet tegen een grapje te kunnen. Ze waren niet gediend van een film waarin hun land belachelijk wordt gemaakt en tot slot hun leider ontploft. Die reactie werd deel van de grap. De trailer gierde over internet en ook de rest van de wereld werd heel nieuwsgierig.

Maar toen een hackersgroep met de Hollywood-genieke naam Guardians of Peace filmstudio Sony belachelijk maakte door het verspreiden van een massa vertrouwelijk materiaal, variërend van Sony’s topsalarissen tot zwaar compromitterend mailverkeer, werd de première afgelast. Daarna volgde de toezegging dat de film niet in Aziatische landen zou worden uitgebracht. Een financiële aderlating van belang, maar zo kwamen ze er niet vanaf.

De hackers – onduidelijk is in hoeverre Noord-Korea hen aanstuurt of dat het een stel relbeluste cyberhooligans betreft – hebben beet en ze beseffen dat. Nu dreigen ze met het vrijgeven van nog veel meer uit Sony-computers opgevist privémateriaal en bovendien met fysieke terroristische aanvallen: ze geven omwonenden van bioscopen de raad hun huizen te ontvluchten, mocht The Interview daar vertoond worden. Loos of serieus? Niemand die het weet, maar het gevolg is censuur: de film verdwijnt in de kluis.

De Sony-hack is de grootste computervredebreuk uit de geschiedenis en brengt verschillende onaangename waarheden aan het licht. Onthullend is hoe ongepast, denigrerend, racistisch zelfs, de Sony-top zich uitlaat. In privémails, ja, maar nu ze dan toch op straat liggen, choqueert de vanzelfsprekende kwaadaardigheid.

Ontredderend is hoe fragiel de vrijheid van meningsuiting blijkt te zijn. Als het erom spant, wordt die pardoes, om niet te zeggen laf, opzij geschoven. Zo belangrijk is die vrijheid blijkbaar niet. Niemand staat pal. Zwichten voor intimidatie wordt normaal gevonden.

Maar vooral angstaanjagend is de klaarblijkelijke kwetsbaarheid van het elektronische datasysteem waarvan wij ons afhankelijk gemaakt hebben. Volgens de FBI zou 90 procent van de Amerikaanse bedrijven niet bestand geweest zijn tegen een cyberaanval van deze orde. Het wachten is op de volgende hack en dan kan er heel wat meer op het spel staan dan de reputatie van een filmmaatschappij. Je houdt je hart vast bij de verschillende Nederlandse overheidsdiensten bij wie het al stelselmatig niet lukt om hun IT-systemen goed te laten functioneren.