Column

Sabotage van de zorgwet leidt sowieso tot gezichtsverlies bij de PvdA

Zelfs als de zorgwet wordt aangepast, zullen de drie dissidente PvdA-senatoren dat niet kunnen presenteren als een overwinning, schrijft Ilja Leonard Pfeijffer.

Ongeacht wat de afloop zal zijn van de kerstcrisis, kun je al wel een aantal conclusies trekken. Om te beginnen heeft de sabotage van de zorgwet door de drie dissidente PvdA-senatoren heel erg veel kwaad bloed gezet. Ik denk dat ze dit zelf volledig hebben onderschat. Ik wil best geloven dat ze principiële bezwaren hebben tegen de inperking van de vrije artsenkeuze en uitbreiding van de macht van de zorgverzekeraars. Maar zelfs als hun eigen droomscenario waar wordt en als de wet wordt aangepast conform hun wensen, zullen ze dat nauwelijks kunnen presenteren als een overwinning. Daarvoor heeft hun actie te veel schade aangericht.

Want iedereen is woedend. Niet alleen de coalitiepartner de VVD, maar ook de drie constructieve oppositiepartijen. De SGP had zelfs haar doodzieke senator Holdijk laten opdraven in de gedachte dat zijn stem onontbeerlijk zou zijn om de gemaakte afspraken te kunnen nakomen. Dat is dus helemaal voor niets geweest vanwege het spookrijden van drie leden van nota bene een regeringspartij. Maar ook in hun eigen partij, de PvdA, is er geen enkel begrip voor hun actie die het kabinet aan het wankelen heeft gebracht.

Want de crisis is vooral een vertrouwenscrisis geworden. De PvdA is dus kennelijk onbetrouwbaar. Afspraken worden niet nagekomen. Dit is een enorm gezichtverlies voor de partij binnen de coalitie, waardoor het, als het kabinet al blijft voortbestaan, alleen maar moeilijker zal worden om nog iets gedaan te krijgen bij de VVD. Om van de constructieve oppositie nog maar te zwijgen. Die kijken voortaan wel linker uit om compromissen te sluiten om de coalitie te helpen.

Dit gezichtverlies straalt vooral af op Diederik Samsom. Het is zijn handtekening die onder het regeerakkoord staat en hij is de partijleider. Maar kennelijk heeft hij niet genoeg overwicht om zijn partij bijeen te houden en zijn eigen handtekening waar te maken. Daarmee wordt de kabinetscrisis een leiderschapscrisis binnen de PvdA. Dat kon je al zien als je alleen maar keek wie er bij het crisisoverleg waren betrokken. Van de kant van de VVD waren dat de premier, de betrokken minister en de fractievoorzitter. Logisch. Maar bij de PvdA moest Jan en Alleman eraan te pas komen: Samsom, vicepremier Asscher, minister Dijsselbloem en de fractievoorzitter van de Eerste Kamer. Wie heeft er daar nu eigenlijk de leiding? Samsom kan het kennelijk niet alleen af. Hij moest het aan Asscher overlaten om op de drie dissidenten in te praten, want zelf heeft hij kennelijk niet genoeg gezag.

En een van hen, Adri Duivesteijn, is een verklaard tegenstander van Samsom. Daarom verdenk ik hem ervan dat hij helemaal niet zulke grote principiële bezwaren had. Hij heeft tegengestemd om Samsom ten val te brengen. Wellicht komt hij als enige overwinnaar uit de bus.