Religieus gedonder over een bijna ontvoerde baby

Uit 1500 pagina’s met minutieuze verhoren distilleerde historicus Benjamin Kaplan de microgeschiedenis van een 18de-eeuwse, bizarre affaire tussen protestanten en katholieken in Vaals.

Kruisbeeld in het heuvelachtige landschap rond Vaals en Epen Foto Flip Franssen

Cunegondes ontvoering gaat over een ordinaire familieruzie in Vaals in de achttiende eeuw. Ruzies kunnen een kwartier, een uur, een dag of een maand duren, in dit geval duurde de vete zes jaar, en ontwrichtte een hele landstreek.

De katholiek Hendrick Mommers trouwde met de protestante vrouw Sara Maria Erffens. Ze kregen in april 1762 een zoon, die ze in de Hervormde kerk wilden laten dopen. Toen de doopplechtigheid op zijn hoogtepunt was, stormde Cunegonde, de zus van Hendrick, de kerk binnen en probeerde het kind te ontvoeren. Ze wilde verhinderen dat het protestants gedoopt zou worden. De opzet mislukte. Cunegonde werd aangehouden en opgesloten.

Het gerucht over het getouwtrek om een pasgeboren baby in Vaals verspreidde zich snel, ook naar het nabijgelegen Aken. Van daaruit kwam twee dagen later een actie op gang om Cunegonde te bevrijden. Cunegonde werd door dertig potige kerels naar Aken ontvoerd.

Aken was een vrijstad, onderdeel van het Heilige Roomse Rijk, en dus buitenland en een ander rechtsgebied. Daarbij heerste in Aken een sterk anti-protestantse stemming. De wetshandhavers uit Vaals konden daar niets uitrichten. In ieder geval niet direct. Maar via diplomatie, chantage en manipulatie viel misschien toch van alles te bereiken.

Het lukte Vaals zowaar Cunegonde uitgeleverd te krijgen. Maar de autoriteiten wisten zeker dat zij het niet alleen gedaan kon hebben. Temeer daar Cunegonde door ging voor ‘simpel’, geestelijk minder valide. Wie zat er achter?

De verdenking viel op de pastoor Bosten, een priester die precies op de grens van Vaals en het grondgebied van Aken woonde. In zijn eigen huis hoefde hij maar een stap te verzetten om in een ander rechtsgebied te staan. Dat hielp Bosten niet; nog vóór het einde van 1762 was er zoveel ‘bewijs’ tegen hem verzameld dat hij kon worden gearresteerd.

Dit was het moment waar veel protestanten in Vaals en wijde omgeving voor vreesden. De katholieke streekgenoten deinsden niet terug voor gewelddadige represailles, en dat bleek meteen de volgende zondag. Calvinisten uit Aken die in Vaals naar de kerk wilden, werden onder een regen aan stenen op de terugtocht gedwongen, een ritueel dat zich daarna wekelijks herhaalde.

Het gebied tussen Aken en Maastricht was door en door katholiek. De enige uitzondering was de enclave Vaals, onderdeel van de generaliteitslanden die rechtstreeks vanuit Den Haag werden bestuurd. In Vaals genoten calvinisten grote voorrechten, maar er leefden ook lutheranen, wederdopers en katholieken.

Londonderry

Met name tussen calvinisten en katholieken heersten veel spanningen. In 1762 kwamen die in alle heftigheid naar buiten. Vaals werd het toneel van een miniburgeroorlog, ongeveer zoals in Londonderry twee eeuwen later. Een veelal arme katholieke meerderheid tegenover een protestantse minderheid, die de volle steun genoot van het machtsapparaat van de Republiek. Er viel slechts één dode, maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Want er hoefde maar iets te gebeuren of de volkswoede steeg weer naar het kookpunt. In Cunegondes ontvoering ontrafelt de Amerikaans-Britse historicus Benjamin Kaplan de hele keten van actie en reactie met behulp van een enorm gerechtsdossier waar hij bij toeval op stuitte in het Nationaal Archief in Den Haag. Vijftienhonderd pagina’s met minutieuze verhoren, die tijdens Kaplans bestudering langzaam maar zeker de manipulaties en mechanismen prijsgaven waar bijna alle betrokkenen aan onderworpen waren.

Een treurige hoofdrol is er voor de rechterlijke macht in Vaals die alles deed om pastoor Bosten veroordeeld te krijgen, zonder dat ze ooit over echt bewijs konden beschikken. Bijna alle belastende verklaringen werden ‘gekocht’. Typisch staaltje tunnelvisie.

Ondertussen geeft Kaplan ook een mooie illustratie van het mechanisme dat ooit door de Amerikaanse historica Natalie Zemon Davis werd blootgelegd: protestanten hebben het gemunt op beelden, het zijn iconoclasten; katholieken daarentegen molesteren protestanten, als ware ketterjagers.

Ook in Vaals gaan protestanten vooral tekeer tegen de symbolen van het katholicisme. Bij de minste aanleiding worden beelden verwijderd of kerken gesloten. Ze gedragen zich als beeldenstormers. Iets wat door katholieken als pure heiligschennis werd opgevat. Katholieken op hun beurt gingen over tot zwaar fysiek geweld. Het ene dodelijke slachtoffer is niet toevallig een protestant. Het is overigens opvallend dat protestanten bij al het grove geweld dat ze te verduren kregen maar zelden terugsloegen.

Willem V

Kaplan laat zien dat het proces van actie en reactie als het eenmaal op gang is, nauwelijks meer gestopt kan worden. De zaak komt pas tot bedaren als het hele gerechtsdossier naar Den Haag wordt gestuurd waar de Staten-Generaal en uiteindelijk stadhouder Willem V zich over de zaak moeten uitspreken. Opeens blijkt dat geschoolde juristen van een afstand veel beter in staat zijn om zin en onzin van elkaar te scheiden dan de direct betrokkenen.

De uiteindelijke ontknoping is te verrassend en te mooi om hier te onthullen. Het liep zelfs voor pastoor Bosten nog redelijk goed af. En vanaf 1780 werd er zelfs geen geweld tegen protestanten meer gemeld. De idealen van de Verlichting braken ook in Zuid-Limburg definitief door.

Cunegondes ontvoering is een prachtig voorbeeld van wat in vakkringen wel microgeschiedenis wordt genoemd. Kaplan is een nuchter verteller, die alles uit zijn archivalia weet te halen zonder in wilde speculaties te vervallen. Desondanks slaagt hij er soepel in de schermutselingen in Vaals en omstreken, te verbinden met de grotere patronen van het moeizaam naast elkaar leven van geloofsgemeenschappen. Daar werd in heel Europa vaak tegen wil en dank mee geëxperimenteerd, zo ook in Vaals. Kaplan toont overtuigend aan dat eigenbelang daarin een grotere rol speelde dan tolerantie. Geloofsgemeenschappen profiteerden van elkaar, en lieten elkaar wat ruimte. Maar zodra het eigenbelang in de knel kwam was iedere vorm van tolerantie ver te zoeken.