Noodpakketten voor bijna 1 miljoen Britten

In het Verenigd Koninkrijk hebben steeds meer mensen niet genoeg geld om te eten. Maar de discussie over voedselhulp is moeilijk.

Een loods aan de rand van de stad, ingeklemd tussen een autobandengarage en tegelleverancier. Dit is niet het Oxford van inspecteur Morse, met een decor van prachtige universiteitsgebouwen en keiensteegjes. In dit Oxford staan de Rice Krispies manshoog opgestapeld. Blikken bonen, zo groot als een voetbal, in een andere toren. Aardappelen, appels, aardbeien. Dozen vol bananen. In een ijskast olijven, tientallen fruityoghurtjes, dure smoothies, abrikozen. Net over de verkoopdatum, te veel besteld, met een misdruk op het etiket.

„Kijk, deze appels. In ééntje zit een buts”, laat David Cairns een pakje met vier Granny Smiths in folie zien. Als hij en Robin Aitken dit eten niet zouden verzamelen – en belangrijker, weer weggeven aan zestig liefdadigheidsorganisaties in een straal van 24 kilometer – zou het weggegooid worden. Zo’n vijf ton aan bruikbaar eten per week gaat zo naar daklozen, asielzoekers en kwetsbare kinderen.

Vuilnisbak vol slijmerige sla

„Onze boosheid kent geen grenzen, te weten dat honderdduizenden tonnen van perfect eetbaar voedsel, dat eufemistisch ‘overtollig’ wordt genoemd, tegen hoge kosten wordt vernietigd terwijl het de honger in onze samenleving kan uitbannen”, concludeerde vorige week een speciale Lagerhuiscommissie.

Want net als in andere Europese landen steeg ook in het Verenigd Koninkrijk het aantal mensen dat gebruik maakt van een voedselbank. De Trussel Trust, die 400 van de naar schatting 800 voedselbanken runt, zegt dat vorig jaar 913.138 mensen een noodpakket (met eten voor drie dagen) kregen. Een jaar eerder waren dat er 346.992.

In de Lagerhuiscommissie hadden alle politieke partijen (in samenwerking met de Church of England) eendrachtig onderzocht hoe honger in 2020 uitgebannen kan zijn. Normaliter beschuldigt Labour de regering ervan dat zij de oorzaak van het hongerprobleem is, omdat zij fiks op de bijstand bezuinigt. Maar, concludeerde de Lagerhuiscommissie: „We onderschrijven niet de gedachte dat er meer met geld moet worden gesmeten, zodat de behoefte aan voedselbanken van het ene op het andere moment niet meer bestaat.”

Wel suggereert zij dat uitkeringen sneller uitbetaald moeten worden – nu zit er soms meer dan twee weken tussen aanvraag en uitkering – en dat er een einde moet komen aan het stopzetten van en korten op de bijstand of belastingvoordelen als sanctie, bijvoorbeeld als de uitkeringstrekker zich niet heeft gemeld bij het arbeidsbureau. Dat zijn de meest voorkomende redenen waarom er van voedselbanken gebruik wordt gemaakt.

„Als mijn uitkering snel, volledig en op tijd was betaald, had ik zelf voor mijn levensonderhoud kunnen zorgen”, zei Jack Monroe, een alleenstaande moeder wier blog over hoe je rondkomt van 10 pond per week symbool werd van het hongerprobleem, tegen de Lagerhuiscommissie.

Maar het meest choquerend noemde de commissie „dat slechts 2 procent van de overtollige etenswaar naar liefdadigheid gaat”. Jaarlijks wordt 4,3 miljoen ton eten vernietigd. David Cairns laat het probleem zien: een grote vuilnisbak vol voorgesneden, inmiddels bruine en slijmerige sla. Zelfs de Oxford Food Bank kan er niets meer mee. Het gaat terug naar de voedseldistributeur van wie ze het kregen. „Voor de varkens”, zegt hij.

Het meeste eten wordt dankbaar aangenomen. Cairns vertelt hoe er onlangs zakjes rijst aankwamen, voor een Thais maaltijdpakket dat bestond uit rijst, kokosmelk en kruiden. „Alleen was er een tekort aan kokosmelk, dus konden die pakketten niet verkocht worden. Wij kregen de rijst.” Hij zegt: „Vandaag zal er veel aspergesoep worden gegeten. De supermarkten kregen de asperges niet verkocht zo midden in de winter.” Hij schat dat de Oxford Food Bank indirect zo’n 1.500 maaltijden verzorgt.

Vroeger zorgde men voor elkaar

Ze begonnen vijf jaar geleden te leveren aan vijf liefdadigheidsinstellingen, nu zijn het er zestig. Op de gaarkeuken van een non na gaat het allemaal om instanties voor wie eten verschaffen niet de primaire taak is. „Maar ze zagen de vraag naar eten stijgen, en besteedden daar een steeds groter deel van hun toch al slinkende budget aan”, zegt Robin Aitken.

Geen van beiden wil zich in de discussie mengen wat nu de oorzaak van de toename van voedselbank-klanten is. „Onze donateurs zitten denk ik aan de rechterkant van de politiek, onze vrijwilligers aan de linkerkant”, zegt Cairns. Wel zegt Aitken: „Honger is er altijd geweest. Veertig jaar geleden werkte ik in een mijngebied, de honger daar was aanzienlijk erger dan die nu hier. Alleen waren het de kerk en vrienden en families die voor elkaar zorgden.” Cairns: „Voor de generatie van onze ouders was eten op tafel de eerste zorg. Nu moeten er ook iPhones betaald worden.” Aitken: „Je begeeft je op glad ijs…”

Het toont de moeilijkheid van de discussie. De eensgezindheid van de partijen bij de presentatie van het Lagerhuisrapport was enkele uren later al voorbij. Barones Anne Jenkin, een van de opstellers van het rapport, zei dat een deel van het probleem is dat „arme mensen niet weten hoe ze moeten koken”. Oud-minister van onderwijs Michael Gove zei te betwijfelen of voedselbank-klanten wel kunnen budgetteren. Staatssecretaris van bijstand Lord Freud suggereerde dat er meer klanten waren omdat de voedselbanken meer in het nieuws waren.