Liever een bedrijf in, dan een lokaal

Het vmbo moet praktischer, vindt staatssecretaris Dekker. Perspectief op werk – daar gaat het om, vinden ook de scholen.

Nelie Groen ziet het nog te vaak: vmbo’s waar leerlingen van uurtje naar uurtje slenteren, van vak naar vak. Dan denkt ze: zou dít nou de manier zijn om deze kinderen te inspireren? Zouden ze niet beter leren door te dóén. En: geeft dit onderwijs de beste kans op een baan?

Het Technisch en Maritiem College in Velsen, waar Groen directeur is, besloot zo’n tien jaar geleden dat het anders moest. Meer verband tussen theorie en praktijk. Meer vakgericht. Meer contact met technische en maritieme bedrijven om de hoek in IJmuiden. De vernieuwing verliep „schoksgewijs”, maar nu kiezen 12-jarigen bewust voor een sector, en kunnen ze van het vmbo komen met een maritieme beroepskwalificatie.

Zoals in Velsen ziet staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) het graag. Hij meldde de Tweede Kamer deze week dat hij 5,5 miljoen euro wil besteden aan een nieuwe opzet van het vmbo. Sinds de invoering ervan vijftien jaar geleden, zijn de vakken nauwelijks aangepast, zegt Dekker. Straks kiezen leerlingen uit tien profielen, die ze aanvullen met praktische keuzevakken. Ook moet het regionale bedrijfsleven nauwer betrokken zijn bij hun toekomstige werknemers.

Het Twents Carmel College in Oldenzaal is een van de vmbo’s die sinds 1,5 jaar meedoet aan een pilot van het ministerie. Plaatsvervangend directeur Tonnie Franke: „We zien dat leerlingen bij stages echt van nut zijn, in plaats van dat alles na een dag fröbelen in de vuilcontainer gaat. Ook worden scholen meer aangespoord betrokken te zijn bij de omgeving.”

Ook Ton de Groot, directeur van het Teylingen College in Voorhout, is tevreden over de pilot. „Onze leerlingen hebben geen zitvlees. Hoe meer praktijk, hoe meer ze bij de les zijn. Nu kunnen we de helft van programma’s zelf bepalen. We nemen afscheid van verouderde vakken en vergroten door samenwerking met het bedrijfsleven de baankansen van leerlingen.”

Wel vragen de plannen van Dekker nadere uitleg. Zo is het Groen niet helder wat voor kennis en vaardigheden straks worden getoetst. Ze noemt het nieuwe profiel PIE (Produceren, Installeren en Energie) als voorbeeld. „Op het ene vmbo zullen vakken als lassen en solderen daar bij horen, op het andere niet. Hoe wil je dat integraal toetsen? We weten nog niet helemaal waar we op moeten aansturen.”

Ook zou ze graag spreiding van examens zien. „De hele toetsing wordt naar achteren verplaatst. Dat geeft meer druk dan tussendoor toetsen.”

De Groot deelt haar zorg. „Ik denk dat we nog eens moeten kijken naar de inhoud van examens. Nu zit er wel erg veel in. Het is niet de bedoeling dat we leerlingen overladen.”

De uitbreiding van profielen versterkt de roep om geld, zegt De Groot. „Zeker technische opleidingen hebben een ontzettend dure inventaris nodig. Maar de overheid maakt in de bekostiging geen verschil met bijvoorbeeld administratieve studies. Daar zouden ze echt naar moeten kijken.”

Franke sluit zich bij die oproep aan. „Geef het vmbo nu eens een échte push met investeringen in gebouwen, inventaris en gelikte onderwijsprogramma’s. Bijna 60 procent van de middelbare scholieren zit op het vmbo. Zo’n brede beroepskolom verdient een stevig fundament.”

Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP) vreest dat kinderen op te jonge leeftijd een definitieve keuze moeten maken. De schoolbestuurders zijn het niet met hem eens. „Na een tijdje van vak switchen is normaal”, zegt Groen. „We moeten leerlingen juist de vaardigheid van het kiezen bijbrengen. Ik vind de neiging om kinderen op een brede opleiding zonder arbeidsperspectief te doen, betuttelend.”

„Leerlingen in de vakcolleges bekennen vrij vroeg kleur”, zegt Franke. „Nu krijgen ze meer keuzes. De meeste vmbo’s zijn al heel breed in de onderbouw. Nu krijgen de leerlingen een nog betere toerusting voor een succesvol vervolg in het onderwijs en de volgende stap in hun leven.”