Kersttweeluik Gergiev en Jansen sprankelt en krast

De kerstgedachte heeft nog nooit een goed popliedje opgeleverd. Een bepaalde desastreuze zijigheid doet onherroepelijk haar intrede zodra de songwriter een piek in zijn boom zet. Het klassieke repertoire onttrekt zich aan deze wetmatigheid – Rimski-Korsakovs opera Kerstavond, bijvoorbeeld, is zeker niet zijig. Geruggensteund door het genie van Gogol, de schrijver van het verhaal, laat Rimski heksen en duivels door de orkestbak zieden, om de boel daarna af te blussen met wodka.

Dus spannende kerstmuziek bestaat. Maar een spannend kerstprográmma?

Tijdens het concert Kerst met Gergiev & Janine Jansen (dat eigenlijk uit twee concerten leek te bestaan) speelde het Rotterdams Philharmonisch delen van de orkestsuite uit Kerstavond, sprankelende muziek die voortdurend van sfeer en kleur verschoot – pastoraal, vrolijk, dreigend, guitig. Daarna klonk de heerlijke verzameling dansen van Tsjaikovski’s Notenkrakersuite. Beide suites kregen sprekende details – trefzeker slagwerk bij Rimski, een klaterende harpcascade en glanzend hout bij Tsjaikovski. Toch brak op den duur de afwezigheid van een grotere spanningsboog op, al vormde de exuberante Bloemenwals een effectieve finale.

Vóór de pauze vond een heel ander concert plaats: Janine Jansen, in Utrecht opgeleid, speelde Brahms’ Vioolconcert. Voor haar thuiswedstrijd koos Jansen een bewonderenswaardig risicovolle benadering, met krassende halen en wrange intonatie. Zo schemerde door de schoonheid van de evergreen ook iets van zijn aanvankelijk onhandelbare grilligheid.