Kabinet overleeft, maar dreigt het parlement te bruuskeren

Toen de Tweede Kamer vannacht om vier minuten voor vier uiteenging en de laatste en langste vergadering van dit jaar had afgesloten, wist premier Rutte dat hij ook 2015 zal ingaan als leider van zijn tweede kabinet, van VVD en PvdA. Van een crisis is geen sprake geweest; geen minister is afgetreden of heeft dreigend met zijn/haar portefeuille gewapperd. Maar brisant was de situatie de afgelopen dagen wel. Sinds de Eerste Kamer dinsdag een belangrijk voorstel van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) afstemde, door toedoen van drie PvdA-senatoren die zich bij de tegenstanders voegden, verkeerde het kabinet in een alarmfase. Het kon misgaan.

Het ging niet mis, doordat het kabinet wat sleutelde aan het afgewezen wetsvoorstel dat de vrije artsenkeuze nader had moeten beperken. Dat dit nieuwe compromis nodig is, is op zichzelf opmerkelijk. Het betrof een voorstel dat in de Tweede Kamer in juni door negen fracties werd gesteund die een grote meerderheid vormden: 108 van de 150 zetels. Dat de wet, al afgesproken in het regeerakkoord, vooralsnog niet wordt ingevoerd, tekent de onevenredig grote macht die de indirect gekozen Eerste Kamer kan uitoefenen.

In het te wijzigen wetsvoorstel wordt de positie van verzekerden versterkt en de vrije artsenkeuze iets opgerekt. Inhoudelijk kan dat als winst worden beschouwd. Daarmee voert het kabinet bovendien een motie van de ChristenUnie uit, die deze week in de Eerste Kamer met algemene stemmen is aangenomen.

In een brief aan de Tweede Kamer schreef premier Rutte gisteren erop te vertrouwen dat het nieuwe wetsvoorstel in beide Kamers nu wel succesvol kan worden afgerond. Maar zeker is dat uiteraard niet. Lukt het niet, zo bleek afgelopen nacht in het Kamerdebat, dan zoekt de VVD/PvdA-coalitie naar een uitweg om haar plannen toch uitgevoerd te krijgen. Die uitweg heet Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Hiermee kan een kabinet bestaande wetgeving preciseren, zonder instemming van het parlement.

Het gebruik van de AMvB mag staatsrechtelijk mogelijk zijn, het is daarom, in dit geval, nog niet wenselijk. Integendeel. In wezen dreigt het kabinet op deze wijze Tweede en Eerste Kamer te bruuskeren. Het neemt er ook een extra risico mee, nadat de verstandhouding tussen de coalitiepartners VVD en PvdA deze week al (verder) onder druk kwam te staan. De zogenoemde constructieve oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP lieten vannacht blijken er allerminst gecharmeerd van te zijn als een AMvB op deze manier zou worden gebruikt. Gelijk hebben ze. Er is maar één weg de juiste: de koninklijke weg die een kabinet hoort te bewandelen om voor zijn plannen een parlementaire meerderheid te behalen.